Columns

Zwaleman | IJsheiligen

  Column

IJsheiligen

Op het moment dat ik deze column tik is het nog net geen mei. Het KNMI heeft de weercijfers van april nog niet vrijgegeven. Maar het zal me niet verbazen als blijkt dat april 2017 weer eens allerlei kouderecords heeft gebroken. Het 'bewijs' daarvoor vind ik in mijn eigen achtertuin. De hortensia daar staat er uiterst zielig bij en zal waarschijnlijk dit jaar geen bloemetjes dragen. Ook die rode struik waarvan ik steeds weer de naam vergeet oogt uiterst verpieterd en zelfs de winterharde hang-klimop (die naam heb ik zelf maar bedacht) die als opvulling in de plantenbakken dient, heeft bruine blaadjes. Om het nog maar niet te hebben over de primula's in diezelfde bakken. Alleen de geraniums staan er nog stralend bij. Maar dat komt doordat ik ze avond na avond hoogst persoonlijk in veiligheid heb gebracht in de relatief warme bijkeuken.
Ik had het natuurlijk kunnen weten. April doet wat ie wil, nietwaar? Maar bovendien: hoe vaak ben ik er er al niet voor gewaarschuwd. Door mijn schoonmoeder, door mijn vader, door mijn opa met volkstuin: "Denk erom, jongen, de zomerbloeiers mag je voor IJsheiligen niet buiten zetten!"
Leuk, zo'n goede raad, maar wie weet tegenwoordig nog wanneer dat is, IJsheiligen? Ergens half mei, stond me bij. En met die wetenschap was ik waarschijnlijk al veel deskundiger dan iedereen om me heen. Op dit gebied, tenminste. Het gebied van de volksweerkunde.
Ja, zo heet dat: volksweerkunde. Een 'wetenschap' waarvan de verklaring al in de naam ligt besloten. Namelijk dat iedereen (het hele volk dus) weet, welk weer het de komende tijd wordt. Gewoon omdat het regent op een bepaalde dag (meestal de naamdag van een heilige), omdat de zwaluwen laag bij de grond vliegen of omdat het bosviooltje begint te bloeien terwijl de maan in het eerste kwartier staat.
Tegenwoordig moet je jarenlang studeren om 's avonds aan het eind van het acht uur journaal met de kijkers een weersverwachting te delen die meestal niet uitkomt. Voor volksweerkundige bestaat en bestond er geen opleiding. Volksweerkunde wordt (maar vooral werd) mondeling van generatie op generatie doorgegeven. Van vader op zoon, van moeder op dochter gingen de oude wijsheden. En wie een beetje creatief (en slim) was, bedacht er daar zelf nog een paar bij. Daar kon je beroemd mee worden en zelfs je geld mee verdienen. Jan Pelleboer was daar het laatste, maar ook het beste voorbeeld van. Zijn kraaistem op de radio zal ik nooit vergeten, die zit als het ware in mijn trommelvliezen gegrift.
Van die IJsheiligen, dat heb ik toch maar even opgezocht. In een boek, dat toevallig door mijn vader is geschreven. Zodat opnieuw een stukje volksweerkunde van vader op zoon overging. IJsheiligen, zo las ik, beslaan vier data: 11, 12, 13 en 14 mei. Het zijn de naamdagen van de heiligen Sint Mamertius, Sint Pancratius, Sint Servatius en Sint Bonifatius. In deze periode van het jaar zijn er vaak nog koude dagen en is er zelfs nog wel eens sprake van nachtvorst. In de Achterhoek wordt dat gure IJsheiligenweer ook wel hagedoornkoude genoemd.
Overigens vielen IJsheiligen op de oude Juliaanse kalender (die in de Achterhoek tot 1700 werd gebruikt) pakweg twee weken eerder. De naamdag van Sint Pancratius was zodoende op 1 mei. Onze grootouders kenden die datum nog als 'Olden Mei'. En dat was dan weer de dag waarop de koeien voor het eerst in de weide kwamen. Maar let op: datzelfde weiland diende in de nacht voorafgaand aan Olden Mei nog als een griezelig soort feestzaal. Daar kon je maar beter wegblijven, want rond twaalf uur kwamen de heksen er dansen! Tot zonsopgang, dan verdwenen ze weer. En was de winter definitief voorbij.

Meer berichten