Afbeelding

Vredig

Opinie

‘Zullen we ons’, vraag ik op de dag dat we naar de notaris moeten ‘vandaag eens flink in de schulden steken?’ Met een ‘workation’ in het vooruitzicht en zonder zonnig reces is humor het enige dat ons rest. Wanneer u mij de komende periode mist in dit katern, zit ik enkel op campingmeubilair bij gebrek aan beter, of sta ik met een stuk gereedschap op een ladder. De enige substantie waar ik me mee insmeer zal Arnica-zalf betreffen en op de kilometerteller worden alleen ritjes naar de bouwmarkt bijgeschreven.

We staan voor de inspectie aan ons toekomstige adres en er valt weinig te bekijken; het huis heeft zich in desolate staat al aan ons openbaard. Leeggehaald door een derde partij en van alles ontdaan. Authentieke paneeldeuren werden als loopplank richting containers gebruikt en slechts één lade bleek vergeten. Iets dat op een vooroorlogse blikopener lijkt komt eruit tevoorschijn, met daarbij het verhaal dat de vorige bewoner hier in de kelder nog moest schuilen voor de Duitsers. We zagen zijn naam en geboortedatum op de koopakte staan en zien onze vermoedens bevestigd.

In de gevel van ons huidige huis lijkt nog een kogelgat te zitten, het is surrealistisch je te bedenken hoe het daar terecht is gekomen. Toen mijn middelste laatst voor een toets leerde, was ze verbaasd dat ik wist wat een ‘interbellum’ is. Ik heb haar gezegd te hopen dat we ons er niet in bevinden.

Op de ramen in onze bijna-straat hangen posters die om acute vrede wensen, en dan het soort dat we zelf ook kunnen bewerkstelligen. Door stil te staan bij gaten en ze met liefde glad te strijken. Of liever nog licht door de groeven toe te laten.

Misschien komt het omdat ons lagen behang wachten en vergruisd stucwerk dat vraagt om afkrabben tot bakstenen in het zicht. Misschien is het omdat iets te moeten strippen tot aan de balklaag je terugbrengt naar de kern, maar ineens begrijp ik mijn wil dit in ere te herstellen; ik vertrouw namelijk op veerkrachtige fundamenten. Goed, misschien spreek ik mezelf moed toe omtrent het moeten omdenken van het begrip ‘vakantie’, of denk ik stiekem ook aan hoe fijn het is de verzakking niet enkel op mezelf toe te hoeven passen, maar ik zie ernaar uit deze blauwdruk schoon te wassen.

En dan daarna de kelder te betreden met het besef van wat ik heb; dat er enkel een voorraad staat vanuit overdaad en welvaart. En hoe ik daarnaar afdaal omdat het er koel is in de zomer en er vrienden komen. Opdat we de drank opdiepen en de redenen tot proosten, daar we zijn thuisgekomen in een laan met zachtmoedige posters.

Ik wens u een vredige zomer.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant