<p>Uitgejouwd door de Zutphense bevolking maken NSB-burgemeester Tesebeld en huizenopkoper Tesink op 19 april 1945 met opgeheven handen een &lsquo;ereronde&rsquo; over de Graaf Ottosingel door Zutphen. Foto: Stedelijk Museum Zutphen</p>

Uitgejouwd door de Zutphense bevolking maken NSB-burgemeester Tesebeld en huizenopkoper Tesink op 19 april 1945 met opgeheven handen een ‘ereronde’ over de Graaf Ottosingel door Zutphen. Foto: Stedelijk Museum Zutphen

Welke rol had de gemeente Zutphen bij de onteigening van Joodse panden in de oorlog?

ZUTPHEN - In Zutphen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk meer dan honderd panden onteigend en geroofd door de Duitsers. Het meeste vastgoed was van Joodse eigenaren. In de zogenaamde Verkaufsbücher, vastgoedboeken, die de Duitsers bijhielden, staan 96 transacties van in totaal 125 panden en een weiland in Zutphen en Warnsveld.

Door Alize Hillebrink

Zutphen staat als tiende op de lijst van twintig gemeenten met de meeste onteigende en verkochte Joodse panden. In Deventer en Nijmegen zijn minder woningen onteigend, namelijk 88 in Deventer en 61 in Nijmegen. Dat het er in Zutphen zoveel waren heeft volgens de gemeente te maken met het feit dat Zutphen een grote joodse gemeente had.

Leeggehaald
Joden die de holocaust overleefden, kwamen bij thuiskomst vaak voor een dichte deur te staan. Hun woning was verkocht en werd bewoond door iemand anders. Vaak volgde een moeizame procedure en na veel inspanningen kregen sommige Joodse inwoners of hun nabestaanden hun bezit terug. Zo ook het Zutphense gezin Meijers. Elie en Lina Meijers-van Essen woonden met hun zoon David aan de Ruysdaelstraat 1 in de Zutphense Schilderswijk. In november 1942 besloot het gezin onder te duiken in het huis van een vriend in de Hoven. Als moeder Lina diezelfde dag teruggaat naar de Ruysdaelstraat om nog wat spullen op te halen, is hun woning dan al deels leeggehaald.

Het gezin Meijers overleeft de oorlog maar als het in 1945 uit Westerbork wil terugkeren naar Zutphen, wordt dit door de gemeente geweigerd. “Nee, dat was geen hartelijke ontvangst,” vertelt zoon Leo Meijers. “Mijn ouders mochten niet terugkeren omdat ze moesten aantonen dat ze huisvesting hadden en dat hadden ze natuurlijk niet.” De woning van Elie en Lina aan de Ruysdaelstraat 1 blijkt verhuurd en de twee huizen van Elies vermoorde broers Herman en Jacob, aan de Frans Halslaan 64 en 66, zijn twee weken nadat ze in 1943 werden opgepakt al verkocht. Corinne Abbas, coauteur van het boek Joodse bewoners in de Schilderswijk Zutphen vertelt dat Elie Meijers, na een moeizame gerechtelijke procedure van enkele jaren, het recht op de woningen van zijn broers terugkreeg. “Elie had het voordeel dat hij voor de oorlog bij de rechtbank had gewerkt, hierdoor was zijn positie zodanig dat de burgemeester voor hem kon bemiddelen,” vertelt Abbas.

Met de aan- en verkoop van onroerend goed van Joods eigendom werd tijdens de Tweede Wereldoorlog veel geld verdiend. Met de verhandelde panden ging een bedrag gemoeid van in totaal 619.775 gulden overeenkomstig met een hedendaagse waarde van 3,95 miljoen euro. De gemiddelde overdrachtsprijs lag op 22% van de werkelijke WOZ waarde (Bron: Stolpersteine Zutphen).

Beschimpt
Kort na de bevrijding in april 1945, rekenden Zutphense burgers af met de voormalige NSB-burgemeester Tesebeld en huizenopkoper Tesink. Tesink had zo’n veertig woningen van Joden opgekocht, schrijft Martha Strubbe in haar dagboek. Na hun arrestatie in Apeldoorn moeten de twee op 19 april 1945 een ‘ereronde’ lopen door Zutphen waarbij ze onder gejubel van de bevolking te kijk worden gezet. “Omringd door gewapende mannen van het verzet, om te voorkomen dat de massa zich wreekt op de twee mannen, werden ze uitgejouwd en beschimpt en een vrouw gaf Tesebeld een klap,” vertelt Menno Tamminga, auteur van het boek Wij zijn vrij.

In 2020 werd de gemeente Zutphen benaderd door twee nabestaanden die verzochten om een onderzoek naar het handelen van de gemeente inzake Joods vastgoed ten tijde van de oorlog. Vorig najaar besloot Zutphen de Radboud Universiteit Nijmegen te laten onderzoeken welke rol de gemeente had in de onteigening van het Joodse vastgoed in de oorlog en of de gemeente tijdens de bezetting Joods onroerend goed heeft aangekocht. Ook onderzoekt de universiteit of naderhand rechtsherstel heeft plaatsgevonden.

Als blijkt dat de gemeente Zutphen een kwalijke rol heeft gespeeld dan vindt zij compensatie hiervoor moreel wenselijk. Steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht die eerder hun rol in de onteigening onderzochten hebben reeds tot een compensatieregeling besloten. Het onderzoek is begin 2022 afgerond.

Publieksbijeenkomst
Op 14 oktober 19.30 uur is in de synagoge aan de Dieserstraat 11 in Zutphen een publieksbijeenkomst over het onderzoek door de Radboud Universiteit naar de rol van de gemeente tijdens en na de Tweede Wereldoorlog met betrekking tot Joods vastgoed. Burgemeester Vermeulen en de onderzoekers zullen tijdens deze bijeenkomst vertellen over het onderzoek. Aanmelden is in verband met corona verplicht en kan via erfgoed@zutphen.nl. Vragen of contact met de onderzoekers kan via annebel.spanjersberg@ru.nl

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden