<p>Christel Don, auteur van het boek &#39;Afstandsmoeders. Foto: Alize Hillebrink</p>

Christel Don, auteur van het boek 'Afstandsmoeders. Foto: Alize Hillebrink

Christel Don over afstandsmoeders: ‘Ze hadden beschermd moeten worden’

ZUTPHEN - De Zutphense Christel Don, journalist, interviewde tien vrouwen die gedwongen hun kind afstonden. “Een onrecht dat niemand meer kan rechtzetten, maar waar wel erkenning voor kan komen.” Ze schreef er een boek over.

Door Alize Hillebrink

Als Christel Don (1984) net moeder is geworden hoort ze het verhaal van een vrouw die in de jaren ‘60 haar pasgeboren baby tegen haar wil ter adoptie had moeten afstaan. Ze is geschokt en maakt zich boos. Ze verdiept zich in de geschiedenis van afstand doen in Nederland en komt er al snel achter dat deze vrouw bij lange na niet de enige is die dit is overkomen.

Een exact aantal is niet bekend, maar dat het er veel zijn is zeker. Vanaf het begin van de jaren ‘50 tot halverwege de jaren ‘80 van de vorige eeuw hebben naar schatting dertien- twintigduizend Nederlandse vrouwen hun kind afgestaan. Vrouwen die onbedoeld zwanger raakten en die hun baby na de geboorte afstonden, worden afstandsmoeders genoemd.

Zwijgen
Het moment is nu, zegt Christel Don. “Steeds meer vrouwen doorbreken hun stilzwijgen.” Zoals Irene Essenberg (1948) die op haar zestiende zwanger raakte: “Eigenlijk wil ik hier met niemand over praten, toch vertel ik mijn verhaal, want ik heb al te lang gezwegen.” Ook de leeftijd van de vrouwen speelt een rol bij het besluit om hun geschiedenis nu op te tekenen. Don: “Ze worden ouder, een deel is er al niet meer.” Don maakte haar agenda leeg, ging ‘fullspeed’ aan de slag en hield tien diepgravende interviews met vrouwen die destijds onbedoeld zwanger raakten en onder druk van ouders, hulpverlenings- en overheidsinstanties of de kerk, hun kind gedwongen afstonden. “Vrouwen die daar tot op de dag van vandaag de gevolgen van ervaren.”

Over de geschiedenis van afstand en adoptie in Nederland is momenteel veel te doen. Zo loopt er een onderzoek in opdracht van de Nederlandse overheid naar de gang van zaken rond afstand en adoptie in Nederland in de periode 1956-1984. In 2019 begon Trudy Scheele-Gertsen, eveneens afstandsmoeder, een rechtszaak tegen de Staat, een zaak die inmiddels namens vele vrouwen wordt gevoerd die onvrijwillig hun kind hebben moeten afstaan.

Don wilde haar boek afhebben voor de resultaten van het landelijk onderzoek - naar verwachting in de zomer van 2021 - bekend worden gemaakt. “Het onrecht dat deze vrouwen is aangedaan kan niemand meer rechtzetten, maar er kan wel erkenning voor komen.” Erkenning waaraan ze met haar boek ook hoopt bij te dragen.

Hoe het kon gebeuren dat zoveel vrouwen in de tweede helft van de vorige eeuw hun kind gedwongen afstonden, komt onder meer door veranderde opvattingen in de jaren ’50. “In de eerste helft van de negentiende eeuw was ongehuwde moederzorg vooral in handen van vrijwilligers en de kerk”, vertelt Don. “Moeder en kind moesten bij elkaar blijven, ongeacht de omstandigheden.” Vanaf de jaren vijftig vindt onder invloed van psychiaters als Kees Trimbos en Han Heijmans een kentering plaats. Volgens hen werd er teveel gedacht vanuit het belang van de moeder, en niet vanuit dat van het kind, dat in veel gevallen beter af zou zijn in een stabiel gezin. Ongehuwde moeders die de belangen van hun kind niet kunnen behartigen, konden daarom maar beter afstand doen van hun kind, werd gepropageerd. Ook was de opvatting dat ongehuwde moeders vaker psychisch labiel waren. Tegelijkertijd nam de vraag naar adoptiekinderen toe. De Adoptiewet die op 1 november 1956 van kracht werd versterkte de rechtspositie van adoptieouders. Vanaf dat moment wordt er op allerlei manieren enorme druk uitgeoefend op ongehuwde moeders om hun kinderen af te staan.

Schande
En dan waren er nog de maatschappelijke opvattingen. De algemene moraal was dat het een grote schande was als je onbedoeld zwanger raakte. “En niet alleen in religieuze kringen”, zegt Don. “Seks voor het huwelijk was taboe.” Deed je ‘het’ wel en raakte je zwanger, dan was de reactie van de maatschappij keihard. “Je werd gezien als een gevallen vrouw en de gevolgen waren voor jou.” De verwekker speelde nauwelijks een rol. Het illustreert de ongelijkheid destijds van vrouwen ten opzichte van mannen, vindt Don. “Zelfs als een man van de zwangerschap afwist, en zijn naam bij instanties bekend was, werd deze lang niet altijd in dossiers genoteerd, een groot probleem overigens voor zoekende afstandskinderen vandaag de dag.”

‘Je werd gezien als een gevallen vrouw en de gevolgen waren voor jou’

Wat opvalt is dat Don in haar boek schrijft over vrouwen, niet over moeders. Wanneer ben je moeder? “Dat heb ik ook aan de vrouwen gevraagd, ‘voel jij je moeder?’ De een zei: ‘ik voelde me meteen moeder, maar ik mocht het niet zijn.’ Een ander zei: ‘nee, want ik heb het niet kunnen zijn.’” Zelf denkt Don dat het vooral om het gevoel gaat: wanneer voel je je moeder? Een ding staat vast: terugkijkend hadden ze die keuze voor het moederschap zélf willen maken, zegt Don. “Die keuze is hen ontnomen.”

De ik-vorm maakt dat de verhalen van de afstandsmoeders lezen als een getuigenis. Op persoonlijke wijze vertellen de vrouwen over hun jeugd, de periode van hun zwangerschap, de ingrijpende beslissing om afstand te doen van hun kind en hoe het is om een groot deel van je leven zo’n groot geheim mee te dragen. Aangrijpende en hartverscheurende verhalen waarin het intense verdriet van deze vrouwen voelbaar wordt. Het afstaan van hun kind blijkt voor de vrouwen grote gevolgen te hebben: gedurende hun leven kampen velen van hen met schaamte, schuldgevoelens, depressies, zelfmoordgedachten, hechtingsproblemen, eenzaamheid, de stilte van het zwijgen en trauma’s.

Gehersenspoeld
“Niemand kan de diepte van mijn pijn doorgronden”, vertelt Sanne Scholten (1930). “Ik ben 55 jaar elke dag met hem (haar zoon, red.) bezig geweest. Ik was zijn moeder en ik ben altijd zijn moeder gebleven. Dat gevoel gaat nooit meer weg.” Irene Essenberg heeft nog altijd last van alle vernederingen en intimidaties die ze heeft moeten ondergaan: “Het is nooit meer goed gekomen, ik heb nooit meer kunnen leren of werken.” Ze vertelt hoe er bij de Hendrik Pierson Verenging op haar wordt ingepraat en noemt het hersenspoeling. “‘Geen man wil je meer als jij een kind hebt,’ zei een medewerker tegen mij. Als ik terugdenk aan hoe ze op me inpraatte kan ik alleen maar concluderen dat ik werd gehersenspoeld. Mijn vader deed er nog een schepje bovenop: hij zei dat ik slecht was en dat er niks van me terecht zou komen. Het was een gevecht van een kind tegen volwassenen en het was van meet af aan duidelijk dat ik zou verliezen.”

Wanneer is dwang, dwang? Don: “De vraag is of deze vrouwen alle opties op tafel hebben gehad om in vrijheid te kunnen kiezen. Het antwoord is nee. Er is over hun hoofden heen beslist en op alternatieven zijn ze veelal niet gewezen.” Merapi Obermayer (1947) zegt hierover: “Ik werd naar een psycholoog gestuurd van streng katholieke huize. Volgens hem had ik twee opties: ik kon mijn kind vrijwillig afstaan, of het zou onder dwang gebeuren.” “Dat is geen keuze”, zegt Don.

Bovenop de taboe en de schande kwam nog de smet op de familie. Don: “De schaamte was zo groot dat je werd weggestopt, in plaats dat je een arm om je heen kreeg werd je verborgen gehouden, soms zelfs over de grens.” Dat de schande van het ongehuwd zwanger raken groot was vertelt ook Irene Hill (1951). Ze was zeventien toen ze zwanger raakte. Als ze haar ouders vertelt dat ze vijf maanden zwanger is, is de eerste reactie van haar vader: “Wat zullen de buren ervan zeggen?”

‘De eenzaamheid raakte mij het meest’

Geblinddoekt en vastgebonden
De bevalling was voor velen traumatisch. Uren lagen de vrouwen alleen te wachten tot hun kind werd geboren. Sommige vrouwen werden tijdens de bevalling geblinddoekt en vastgebonden. En na de geboorte kregen ze hun kind vaak niet te zien. Het idee was dat je het kind dan sneller zou vergeten, je er niet aan zou gaan hechten. “Mijn bevalling was traumatisch”, vertelt Merapi Obermayer (1947) die op haar negentiende zwanger raakte. Tijdens de bevalling herbeleeft ze het seksueel misbruik dat ze als kind jarenlang heeft moeten ondergaan en komt bijna in een psychose terecht. “Wat ook niet meehielp was dat ik geblinddoekt werd, net als toen, en dat mijn armen werden vastgehouden, zodat ik niet naar het kind kon grijpen. Ik vocht en schreeuwde. Dat was niet de bedoeling; een non deed haar hand op mijn mond. Het was afschuwelijk.”

Afstand doen van hun kind was al vreselijk, maar het erover zwijgen maakte het voor deze vrouwen dubbel zo erg. Aeltsje Sierksma (1947) vertelt dat haar vader haar na de geboorte van haar dochter in 1968 instrueert er nooit meer over te praten. “‘Ik heb je broers, zussen en de anderen die ervan wisten verteld dat je kindje doodgeboren is.’ Ik zweeg zoals ik altijd zweeg als hij sprak. ‘Dus...’ vervolgde hij langzaam, ‘we praten er nóóit meer over.’ Zo ging mijn leven door alsof er niks gebeurd was.”

Sommige afstandsmoeders vinden het naderhand moeilijk om zich aan anderen te hechten. Als Irene Essenberg opnieuw een kind krijgt durft ze zich er de eerste weken nauwelijks aan te hechten uit angst dat het weer van haar zou worden afgenomen. Ook durft ze sindsdien amper meer vriendschappen aan te gaan. Anneke van Lingen (1950): “Na het afstaan van Nienke heb ik altijd het gevoel gehouden dat het beter was als ik me aan niets in het leven zou hechten. Dat stond ik mijzelf niet toe uit angst om wat ik liefhad weer kwijt te raken.”

Dat de meeste vrouwen na al die jaren nog altijd zwijgen komt volgens Don omdat de schaamte en de pijn te groot zijn. “Bang dat er een beerput opengaat.” Van de vrouwen die ze wel sprak, raakte de eenzaamheid Don het meest. “Deze vrouwen hadden beschermd moeten worden. In de eerste plaats door hun familie, de kerk, de instanties. Dat dit niet is gebeurd heeft onherstelbare schade veroorzaakt.”

Met het boek ‘Afstandsmoeders’, heeft Christel Don een beladen hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis opengebroken. “Ik hoop dat 2021 het jaar van de afstandsmoeders wordt, een jaar waarin zij en hun kinderen erkenning en steun krijgen voor het leed dat ze al zolang met zich meedragen. Het taboe en verdriet rondom dit thema is nog altijd enorm.”

Ondanks al het onrecht benadrukt Don dat het óók een krachtig boek is geworden. “Het zijn tien bijzonder sterke vrouwen die mij veel hebben geleerd over hoe je je leven voortzet als je groot onrecht en verdriet overkomt. Hoe belangrijk het is om erover te blijven praten bijvoorbeeld, maar ook over vergeving en de kracht van kunst. Ze zijn alle tien heel creatief, sommige schrijven gedichten en een paar zijn kunstenaar. Mijn ontmoetingen met hen zullen me de rest van mijn leven bij blijven.”


Het boek ‘Afstandsmoeders’, over vrouwen die gedwongen hun kind afstonden door Christel Don, 224 pag., uitgeverij Thomas Rap, is vanaf donderdag 28 januari verkrijgbaar in de boekhandel.

PASPOORT
Geboren: Geboren in Hilversum in 1984
Woonplaats: Zutphen
Opleiding: Master Psychologie, master Journalistiek
Eerste baan: Receptiemedewerker in een verzorgingstehuis
Vervoermiddel: Fiets
Sport: Yoga, wandelen
Houdt niet van: Onverschilligheid
Mooiste boek: Misschien wisten zij alles van Toon Tellegen
Mooiste film: Call Me by Your Name
Mooiste muziek: Wende, Cello Octet Amsterdam, Dhafer Youssef
Onmisbaar: Compassie

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden