<p>Jodie Ras, geestelijk verzorger bij GGNet, en Henk Mulder, namens het Comit&eacute; Herdenkingen Tweede Wereldoorlog Warnsveld, onthullen het monument. Foto: Henk Derksen</p>

Jodie Ras, geestelijk verzorger bij GGNet, en Henk Mulder, namens het Comité Herdenkingen Tweede Wereldoorlog Warnsveld, onthullen het monument. Foto: Henk Derksen

Gedenkteken krijgt plek op de Oude Gasthuispoort

WARNSVELD - Vanwege de verscherpte coronamaatregelen kon de officiële onthulling van de gedenkplaat met de namen van de 20 vermoorde joodse patiënten in april 1943, die verbleven in het Oude en Nieuwe Gasthuis in Zutphen en het Groot Graffel Warnsveld, vandaag dinsdag 20 oktober geen doorgang vinden. De plaquette werd echter wel aangebracht en kreeg een plek op de oude Gasthuispoort, die nu op terrein van GGNet staat.

Het monument herinnert aan 20 Joodse bewoners van het Oude en Nieuwe Gasthuis in Zutphen en Warnsveld die tijdens de Duitse bezetting om het leven zijn gebracht. Oorlogsgeweld en ontbering hebben tijdens WOII tot veel slachtoffers geleid onder de psychiatrische patiënten en mensen met een verstandelijke beperking. In mei 2016 is, in het kader van het landelijk project Vergeten Slachtoffers, in Warnsveld hiervoor al een gedenkteken opgericht. Joodse patiënten ondergingen een nog veel ernstiger lot.

Als ‘sluitstuk’ van de deportatie van de Zutphense Joden in 1942 en 1943 werden begin april de Joodse patiënten uit de Zutphense ziekenhuizen, het Oude en Nieuwe Gasthuis (ONG) en de psychiatrische instelling Het Groot Graffel gedeporteerd. Op 6 april 1943 meldden in de vroege ochtend Nederlandse agenten en vertegenwoordigers van de Joodse Raad van Zutphen zich bij eerste geneesheer Paul van Bork met de opdracht de zes Joodse patiënten uit het Binnengesticht(ONG) te deporteren. Van Bork weigerde en werd gearresteerd en overgebracht naar het politiebureau. De patiënten werden alsnog meegenomen.

Omdat Van Bork, die nog steeds in Zutphen werd vastgehouden, weigerde om de overgebleven Joodse patiënten uit Warnsveld aan te wijzen, werd hij voor verhoor overgebracht naar de SD in Arnhem. Na een verhoor aldaar, kwamen hij en SD’er Bühe naar Warnsveld, waar de Joodse patiënten werden aangewezen om te worden overgeplaatst naar een Joods noodziekenhuis dat was ingericht in het gebouw (ook schoollokaal ) van de Israëlitische Gemeente aan de Halterstraat 22. Diezelfde avond werden ze alsnog naar Westerbork afgevoerd. Onder hen waren ook twee patiënten uit Duin en Bosch en drie uit Santpoort. Zij waren hier geëvacueerd vanuit de kuststreek. Op 13 april 1943 werden zestien van de patiënten naar Sobibór gedeporteerd, waar ze bij aankomst op 16 april werden vermoord. De overige vier patiënten bleven nog in Westerbork, mogelijk omdat ze te zwak waren voor transport. Op 14 april overleed Mietje Vomberg-de Horst in Westerbork. De laatste drie in Westerbork overgebleven patiënten uit het ONG werden op 20 april 1943 naar Sobibór getransporteerd en werden op 23 april vermoord. Van Sara van Weezel en Bloeme de Beer, die niet in staat waren te communiceren, is niet vast komen te staan op welk van de beide transporten ze zijn gedeporteerd. Ze staan als ‘onbekende’ Joodse vrouw op de transportlijsten.

Het gedenkteken is tot stand gekomen op initiatief van het Comité Herdenkingen Tweede Wereldoorlog en GGNet in Warnsveld.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden