Hetty van Huffelen is het meisje met de beer, gefotografeerd door Willem Zeijlemaker tijdens de aankomst van Zutphense kinderen in mei 1946. In oktober 1945 werden zij naar Engeland uitgezonden. Op de foto van Zeijlemaker is ze 11 jaar oud, ze is nu 85. Naast haar staat Alize Hillebrink. Foto: Patrick van Gemert/Zutphens Persbureau
Hetty van Huffelen is het meisje met de beer, gefotografeerd door Willem Zeijlemaker tijdens de aankomst van Zutphense kinderen in mei 1946. In oktober 1945 werden zij naar Engeland uitgezonden. Op de foto van Zeijlemaker is ze 11 jaar oud, ze is nu 85. Naast haar staat Alize Hillebrink. Foto: Patrick van Gemert/Zutphens Persbureau

Hetty van Huffelen: 'Ik ben het meisje met de beer'

ZUTPHEN - Het meisje met de beer op de omslag van het boek Weemoed en verlangen over Zutphense kinderuitzendingen in 1945 is nog in leven. Na 74 jaar is haar identiteit bekend. Alize Hillebrink, journalist van deze krant en auteur van het boek zocht haar op.

Door Alize Hillebrink

De zwart-witfoto staat in een ovalen lijstje op de eikenhouten salontafel van Hetty van Huffelen. Het meisje kijkt parmantig in de camera. Haar meisjesnaam was Van Bosheide, een naam die de meeste mensen waarschijnlijk niets zegt. Ze ontving de foto van de Zutphense fotograaf Willem Zeijlemaker die hem maakte bij de aankomst van Zutphense kinderen uit Engeland in 1946.

Op de foto staat de 11-jarige Hetty met in haar rechterhand een beer, die bijna net zo groot is als zijzelf. De poot van de beer rust nonchalant op haar schoot. De beer en het meisje, dragen een naamkaartje om de hals. “Dat naamkaartje was verplicht, maar omdat ik bang was dat ik de beer zou kwijtraken, had hij er ook één.” Naast haar zit haar trotse moeder. Ze is blij haar dochter na zes maanden weer terug te zien.

De publiciteit over de Zutphense kinderuitzendingen in 1945 naar aanleiding van het boek dat in augustus jongstleden verscheen, heeft de inmiddels 85-jarige Hetty niet meegekregen. Ze woont namelijk in Dieren. Het was haar neef Pieter-Bas Kempe die het boek in de etalage van boekhandel Van Someren & Ten Bosch zag staan. “Hij herkende mij op de foto!” Voor wie het verhaal niet kent: Na de oorlog werden kinderen uit de regio, vanuit Zutphen, uitgezonden naar het buitenland. Opgenomen in pleeggezinnen in Engeland, Zweden, Denemarken of Zwitserland kregen zij de kans om aan te sterken van de ingrijpende en vaak traumatische ervaringen die zij tijdens de oorlog hadden meegemaakt. Hetty is een van de kinderen die in oktober 1945 naar Engeland mag.

Olifanten
Hetty is vijf jaar als de oorlog begint. “We woonden aan de Rijksstraatweg in Warnsveld. De tanks van de Duitsers reden voor ons huis voorbij. 'Dat zijn de olifanten', zei mijn moeder, omdat ze me niet bang wilde maken." Hetty is een echte bleekneus. “Ik was veel te mager. Ik had een maagaandoening waardoor ik te weinig at.” Ze is een pientere en vrolijke meid, “maar mijn ouders hadden best wel zorgen om mij.” Als de oorlog voorbij is zegt een dokter die in de buurt woont tegen haar: “Ik wil even naar je kijken, want het kan zijn dat je ergens naar toe kan waar je weer een lekkere dikke meid wordt.” Verandering van lucht zal haar goed doen zei hij tegen haar ouders. Hetty wordt gewogen, gemeten en nagekeken. “Ze keken of ik een echte bleekneus was. Anders kwam je niet in aanmerking. Ik viel binnen de criteria dus ik mocht gaan!”

Sibajak 
Op 10 oktober 1945, inmiddels 75 jaar geleden, vertrekt ze met een groep kinderen in bussen vanaf de Zaadmarkt naar Rotterdam. Daar ligt aan de kade het stoomschip de Sibajak klaar voor de oversteek naar Engeland. “Het was een prachtige boot met lambrisering en overal hout. Aan boord werden we in de watten gelegd en bediend door Indonesisch personeel.” De reis zelf is niet zonder gevaar. “Onderweg werden we aan dek geroepen. We moesten oefenen met zwemvesten en reddingssloepen voor als er iets zou gebeuren. Er voer ook een mijnenveger voor het schip uit, want er lagen nog overal mijnen in de zee.”

Na aankomst in de havenplaats Gravesend verblijft ze drie maanden in het ‘Shooting Butts Camp’, een voormalig legerkamp in Rugeley. Daarna gaan de kinderen naar pleeggezinnen. Hetty wordt ondergebracht bij een echtpaar in Penzance, het uiterste puntje van zuidwest Engeland. “Mijn pleegouders hadden geen kinderen en ik was een soort dochter voor ze. Ze hadden een Cocker Spaniel, een zwarte hond met lange oren waar ik dol op was. Ik beschouwde mijn pleegouders als mijn tweede vader en moeder en noemde ze my uncle and aunt.”

Als ze een half jaar later weer terugkeert naar Zutphen wordt ze op de foto gezet met haar moeder en de beer. “De fotograaf zei tegen mijn moeder: Zet haar maar op de bumper van de bus en geef je moeder een kusje.” De foto die ze daarna van de fotograaf kreeg staat sindsdien in haar woonkamer en refereert aan een mooie periode uit haar jeugd. “Ik vond het fantastisch in Engeland. Mijn ouders spaarden voor me zodat ik in 1948 weer naar Engeland kon. In totaal ben ik zo’n zeven keer terug geweest. Na mijn trouwen kreeg ik van mijn man ook een Cocker Spaniël.”

En de beer? “De beer is er helaas niet meer. Hij was al antiek toen ik hem van de zus van mijn pleegmoeder voor mijn verjaardag kreeg, in maart 1946. Ze had nog nieuwe zeemleren zooltjes op zijn handjes en voetjes genaaid.” Eenmaal in Zutphen krijgt de beer een bijzondere plek in het gezin. “Mijn vader was huisschilder en mijn moeder werkte in een winkeltje naast de werkplaats. Mijn moeder zette de beer een keer in de etalage met in zijn poot een kwast en een emmer met verf. Iedereen die langsliep vond dat prachtig.”

“Mijn eigen kinderen hebben later ook nog met de beer gespeeld. Maar op een gegeven moment verloor hij een poot. En daarna viel hij helemaal uit elkaar. Er was niets meer aan te redden. Ik heb hem met veel droefheid begraven. In de tuin van mijn ouderlijk huis in Warnsveld. Ik weet niet meer hoe hij heette. Volgens mij heette hij gewoon Beer.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden