Foto:
Columns

Zwaleman | Luchtje

Luchtje

Pasen 2018. Weet u het nog? Vanuit de Randstad werd steen en been geklaagd over 'onze' paasvuren. Opeens hadden ze daar last van stank.
Stank? Ja, die eerlijke, natuurlijke lucht van brandend hout werd door de Randstedelingen als stank ervaren. En waar kwamen de meeste klachten vandaan? Vanuit de Rijnmond nota bene. Omgeving Rotterdam dus. Nou heb ik toevallig een dochter die in Rotjeknor woont, dus ik kom nog wel eens in die contreien. Als we het dan over stank hebben ...
Nou schijnt het, dat je de paasvuren inderdaad kon ruiken. Voor één keer, omdat toevallig de weersomstandigheden daar naar waren. Oostenwind en nog een paar factoren. Maar dat het RIVM onmiddellijk de uitstoot van die paasvuren vergeleek met die van het vuurwerk rond Oud en Nieuw vond ik wel wat overdreven. Ik geloof er trouwens ook nog steeds niks van.
Afijn, het rumoer over de paasvuren waaide over. Ik heb er ook niet meer aan gedacht. Tot ik op de eerste dag van het nieuwe jaar de beelden zag van Scheveningen. Waar ze niet alleen te kampen hadden met de lucht van brandend hout, maar ook van de vonken. Wat 'onze' veldheer Maarten van Rossum in 1528 naliet (hij plunderde Den Haag wel, maar brandde het niet plat), lukte die Scheveningse houtstapelbouwers bijna wel. Tja, de wind kwam ditmaal uit het westen!
Ik geef het eerlijk toe: ik zat me te verkneuteren, toen ik op de tv de beelden van die vonkenregen zag. Eventjes in ieder geval. Maar meteen gevolgd door verbazing en ergernis. Want hoe was het in vredesnaam zo ver gekomen?
Het was allemaal de schuld van de Scheveningers, die dertien meter hoger hadden gebouwd dan was toegestaan. Dat vertelde tenminste mevrouw Krikke, de burgemeester van Den Haag. In een poging om het eigen blazoen onbesmet te houden. Want: geen woord over haar eigen verantwoordelijkheid. Terwijl toch ook aan de kant van het gemeentebestuur het nodige was misgegaan.
Krikke kreeg nog wel kritiek, maar gek genoeg lag de nadruk op het te veel gedogen. En op het feit dat voor die vuren op het strand niet eens een officiële vergunning was afgegeven, die de burgemeester dan had kunnen intrekken.
Maar met of zonder vergunning, de burgemeester had het aansteken gewoon kunnen verbieden. Niet omdat de stapel te hoog was, maar omdat door die harde westenwind mensen en gebouwen in gevaar zouden komen. Lijkt me toch genoeg reden.
In 2013 besloten diverse Achterhoekse burgemeesters, dat in hun gemeenten de paasvuren niet mochten branden. De combinatie van droogte en harde wind was te gevaarlijk. Elke Achterhoeker had daar begrip voor. Ach, dan maar een jaartje niet.
De Haagse burgemeester had een voorbeeld kunnen nemen aan haar Achterhoekse collega's. Maar dat deed ze dus niet. Waarom niet? Ach ik vrees om dezelfde reden die al die andere politici hebben om nog steeds dat verrekte vuurwerk niet te verbieden. Een gebrek aan lef. En aan leiderschap. Paulien Krikke probeerde de schuld op anderen te schuiven. Zoals ze dat ook vaak deed toen ze nog eerste burger van Arnhem was. Net zo als minister Grapperhaus in de vuurwerkdiscussie met een beschuldigende vinger wees naar ouders die hun kroost niet voldoende verantwoordelijkheidsbesef zouden bijbrengen. Dat hij zelf in die discussie zijn verantwoordelijkheden uit de weg ging, kon hij daarmee mooi verbloemen. Politici en bestuurders, ze ruiken niet als Achterhoekse paasvuren. Maar vaak zit er wel een luchtje aan!

Meer berichten