Alie Beker-Beumer onder een ingelijste foto waarop onder meer haar ouderlijk huis prijkt. “Mijn vader en moeder stelden hun leven in de waagschaal.” Foto: Eric Klop
Alie Beker-Beumer onder een ingelijste foto waarop onder meer haar ouderlijk huis prijkt. “Mijn vader en moeder stelden hun leven in de waagschaal.” Foto: Eric Klop

Bankgebouw in Zutphen was onderduikadres voor Joods echtpaar

ZUTPHEN - Walraven van Hall, over wiens rol tijdens de Tweede Wereldoorlog onlangs de speelfilm 'Bankier van het Verzet' in première ging, was van 1931 tot begin 1940 bankier te Zutphen. Deze krant besteedde hier eind januari aandacht aan. Hij was directeur van het filiaal van Oyens en Van Eeghen op de hoek van de IJsselkade en de Marspoortstraat. Kort voor de inval van de Duitsers vertrok hij naar Zaandam. Zijn medewerkers bleven, waaronder conciërge Willem Beumer. Ook hij speelde tijdens de bezettingsjaren een heldenrol. In het bankgebouw, waar Beumer en zijn vrouw tweeënhalf jaar een onderduikadres boden aan het Joodse echtpaar Krukziener.

Door Eric Klop

De in 1905 te Lochem geboren Willem Beumer verhuisde in 1929 naar Zutphen. Hij werd daar conciërge bij de bank. Samen met zijn kersverse echtgenote Sophie kon hij de etage erboven als woning betrekken. "Ja, Walraven van Hall was zijn baas", weet dochter Alie Beker-Beumer die kort na het vertrek van de directeur in het gebouw op de hoek IJsselkade/Marspoortstraat het levenslicht zag. "De heer Mohree werd de nieuwe directeur waaronder mijn vader werkzaam was."

Het is 1942, wanneer Willem Beumer de plaatselijke dominee Padt tegen het lijf loopt. Alie Beker: "De predikant vroeg of mijn vader thuis nog plaats had. Om onderdak te geven aan het Joodse echtpaar Aron en Sarah Krukziener, dat in betere tijden aan de Rode Torenstraat een hoeden- en pettenfabriek exploiteerde. Eerder zaten ze met familie ondergedoken aan de Oude Wal. Naar verluidt werd het hen zeer kwalijk genomen dat zij niet hadden kunnen voorkomen dat hun twee kinderen op transport waren gesteld. Vanwege de ruzie zochten ze hun heil onder de brug in de Marspoortstraat. Daar zaten ze volgens de dominee al drie dagen. Mijn ouders gingen akkoord dat ze bij ons hun intrek namen. Want je laat mensen toch niet aan hun lot over?". Tweeënhalf jaar verbleef het echtpaar Krukziener op een bovenetage van het bankgebouw. "In het diepste geheim", vertelt Alie Beker die het een en ander vaag heeft meegekregen. "Ook het bankpersoneel wist van niets. Als we visite over de vloer hadden, konden de Krukzieners niet naar het toilet. Soms was er een opmerking dat mijn moeder zoveel kookte. Ze nam met mijn vader huisarts Van Lier in vertrouwen om bij Sarah een abortus te plegen. En als er Duitsers aan de deur kwamen, verzocht ze hen weg te wezen. Mijn moeder was een klein en kordaat vrouwtje. Van Duitse komaf…"

Dat er Joodse onderduikers in het pand verbleven, kwam uit bij de rampzalige ontploffing van de munitietrein in september 1944. Alle aanwezigen in het gebouw zochten een goed heenkomen achter de bankkluis. Ook de Krukzieners. "Het personeel vroeg wie dat waren. Wat voor risico mijn ouders namen en dat ze iedereen in gevaar hadden gebracht. Uiteindelijk vonden Aron en Sarah een nieuw onderduikadres in Harfsen. Daar werden ze alsnog opgepakt, overleefden hun deportatie echter en pakten na de oorlog hun hoeden- en pettenfabriek weer op."

Een Zutphens gebouw als direct dan wel indirect decor van dappere daden. Walraven van Hall kwam er voor de bezetting tot wasdom in het bankwezen waarmee hij de illegaliteit financieel ondersteunde. Willem en Sophie Beumer boden er tijdens de oorlog tweeënhalf jaar lang onderdak aan Joodse onderduikers. "Later werd gesuggereerd dat mijn ouders er wel wat aan over zouden hebben gehouden", zegt dochter Alie. "Ja, ieder jaar een pet voor mijn vader. Met zijn verjaardag."

Ook verdere blijken van waardering bleven uit. "Zo'n tien jaar geleden heb ik met onze zoon, - hij is historicus -, bij de Israëlische ambassade een aanvraag ingediend voor een postume 'Yad Vashem' onderscheiding. Daar is nooit antwoord op gekomen. Vermoedelijk omdat er onvoldoende bewijs zou zijn. Zelfs de Joodse gemeenschap in Zutphen wilde niet aan de toekenning meewerken. Waarom? Geen idee. Nou ja, laat dan maar. Want daar gaat het helemaal niet om. Hoewel ook zij hun leven niet zeker waren vonden mijn ouders dat ze hun plicht deden. Omdat de dominee het vroeg en bovenal omdat je mensen niet laat stikken. Op die menslievendheid ben ik ontzettend trots."

Meer berichten