Henk Dijkman voor de ‘Meesterswoning’ waar hij opgroeide en de oorlog meemaakte. ‘Ik voel me heel gelukkig om hier te zijn.’ Foto: Alize Hillebrink
Henk Dijkman voor de ‘Meesterswoning’ waar hij opgroeide en de oorlog meemaakte. ‘Ik voel me heel gelukkig om hier te zijn.’ Foto: Alize Hillebrink

Henk Dijkman: 'Wij zagen de dood in de ogen, maar zij óók'

WARNSVELD - Als kind was Henk Dijkman (83) ooggetuige van de gebeurtenissen tijdens de bevrijding in Leesten op 4 april 1945. "De granaten vlogen over ons huis en de schuur vloog in brand". De langverwachte vrijheid volgde kort daarna door de Canadezen. Dat angst en vrijheid dicht bij elkaar kunnen liggen, maakte grote indruk op de elfjarige jongen. De zoektocht naar de identiteit van de Canadese helden die hem en zijn familie bevrijdden werd een deel van zijn leven. "Wij zagen de dood in de ogen, maar zij óók." 

Door Alize Hillebrink

Om te ontkomen aan de dienstplicht ging hij als 22-jarige jongen in 1956 naar Canada. In een boek had hij gelezen hoe mooi British Columbia was. 'De provincie van de toekomst' stond er. De immigratiegolf was in volle gang en Dijkman vertrok. Hij was de derde in een gezin van zes kinderen. Drie broers en twee zussen. De band met zijn moeder was te sterk en moest doorbroken worden. Pas later besefte hij wat het betekende zo ver weg van huis en familie te zijn. Het duurde drie jaar voor hij een beetje rust vond. Zijn landbouwstudie aan de universiteit in Vancouver werd opgevolgd door een opleiding aan het seminarie. In 1977 werd hij gevangenispredikant. Voor even terug in zijn geboortestreek, kijkt hij terug op zijn leven.

"We woonden in het huis naast de Leestense school aan de Kerkhofweg in Warnsveld. Mijn vader was schoolhoofd. Ik was elf jaar. In de ochtend van 4 april 1945 kwam een Duitser aan onze deur om gereedschap te lenen. Hij adviseerde ons niet in de kelder te schuilen maar in de gang, zodat we bij brand nog konden ontsnappen. Het was op die ochtend dat ik in mijn eentje naar de kelder ging. Ik knielde op de laatste trede en vertelde God hoe bang ik was. 'God ik ben ontzettend bang,' zei ik. Ik ging de trap weer op en daarna was ik niet bang meer.
Twaalf uur 's middags kwamen de Canadese granaten. Eén granaat kwam op onze schuur en vloog in brand. Toen het knallen ophield dachten we: nou komen ze. We besloten in de gang op de vloer te gaan liggen. Mijn ouders, grootouders, zus en ik. Mijn andere drie broers en zus waren in veiligheid gebracht bij een boer. Een mortiergranaat kwam op de veranda en één door het schooldak. Dat laatste bezorgde ons een mooie lange schoolvakantie. Maar het was heel beangstigend. Traumatisch. 
We hoorden gebrom van zware motoren. Mijn vader stond op en riep: daar komen ze. Hij deed de deur open. Ik stond achter hem en zag niks anders dan vuur. Een Canadese vlammenwerper stond op de hoek van de Looër Enkweg en de Kerkhofweg. De vlam schoot langs de voorkant van het huis. Mijn vader ging op de stoep staan en deed zijn armen omhoog. Hij draaide zich om en greep mij bij de arm om te laten zien dat we onschuldige burgers waren. Toen we zagen dat het goed was, begonnen we allemaal te huilen. Ik heb mijn grootvader nooit zien huilen, alleen toen. 
De Canadezen dirigeerden ons naar de kelder en positioneerden zich in ons huis om de Duitsers te kunnen lokaliseren bij Het Groot Graffel (psychiatrisch ziekenhuis, huidige GGNet, red.). 
Toen gebeurde het. Terwijl wij in de kelder zaten hoorden wij het schot. Achter de opgestapelde zandzakken voor het kelderraam hoorden we iemand vallen en daarna kreunen. Mijn vader ging naar boven om verhaal te halen en zag dat een militair door zijn makkers naar binnen werd gedragen. 
De infanterie van de Canadezen rukte op. Machinegeweervuur kwam van de Duitsers vanaf het Groot Graffel. De Canadezen beantwoordden dit door met een kanon op de tweede verdieping van het hoofdgebouw te schieten. Pas toen dokter Van Bork van het psychiatrisch ziekenhuis naar ons huis kwam om de radioman van de Canadezen te vragen om te stoppen, stopte het.
Omdat ik me verveelde ben ik op een gegeven moment de kelder uitgegaan. Bovenaan de trap zat een Canadees op zijn hurken een toren te bouwen van blikjes. Voedselblikjes. Hij gaf me een plat pakje met zilverpapier eromheen en gebaarde dat ik het open moest maken. In het zilverpapier zat een donkerbruine plak. De soldaat bracht zijn vinger naar zijn mond dat ik het op moest eten. Ik nam er een stuk af en stopte het in mijn mond. Toen hij mijn gezicht zag begon hij te lachen. Het was heerlijke donkerbruine chocolade. Ik had nog nooit zoiets geproefd. Later heb ik ontdekt dat hij Earl Alberico heette.
In 1983 zei mijn moeder: 'Ik wil weten wat er gebeurd is met de Canadees die bij ons huis gewond is geraakt toen wij in de kelder zaten.' Het was bijna veertig jaar later. Ze wilde het weten voor ze doodging. Mijn vader, die gezien had dat hij door zijn makkers naar binnen werd gedragen, meende dat hij in zijn borst geschoten was en dus niet meer leefde.
In de bibliotheek zocht ik op welke eenheid bij ons gelegerd was en de officier waaronder hij diende. Het was het Stormont, Dundas & Glengarry Highlanders Regiment (The Glens). Ik zette een advertentie in het Canadese Legioen. Een half jaar later belde in het holst van de nacht een dame. Ik begreep eerst niet wat ze bedoelde en hing weer op. Later belde ze weer en vertelde me dat het haar vader was. En hij was niet in zijn borst te zijn geschoten, maar in zijn arm. Hij had het dus overleefd! Ik vroeg hoe het met hem ging. Hij bleek een half jaar daarvoor te zijn overleden. Precies op het moment dat ik begonnen was hem te zoeken. 
Mijn zoektocht naar de soldaten die op die bewuste dag, op 4 april 1945 bij ons in huis waren geweest, was begonnen. Wie waren het die ons hadden bevrijd en wie waren nog in leven? Ik ging naar een reünie van 'The Glens' die ons in 1945 hadden bevrijd. De eerste keer dat ik daar kwam was heel bijzonder. We werden koninklijk ontvangen. Het hele regiment was net zo geïnteresseerd in mij als ik in hen. Sindsdien ben ik ieder jaar op hun reünie geweest. Uiteindelijk heb ik zes soldaten ontmoet die op die bewuste dag op 4 april bij ons in huis waren geweest. De reünies zijn er nu niet meer, de veteranen zijn allemaal overleden. 
Ik heb mij altijd afgevraagd waarom de Canadezen deden wat ze deden. Ik bedoel, hoe zag een Canadese soldaat de dood voor ogen, hoe krijg je de moed om de dood voor ogen te zien? Oud-militair George Blackburn gaf een antwoord op deze vraag. Hij zag de dood voor ogen op het moment dat hij ervan overtuigd was dat de Duitsers hem zouden bestormen. En op datzelfde moment maakte hij daar vrede mee in zijn gedachten. Wij zagen ook de dood in ogen op 4 april 1945. En toen ik in de kelder tot God had gebeden was ik ook niet bang meer." 

Sinds 1956 woont Henk Dijkman (83) in Guelph, Canada. Speciaal voor de herdenkingen in Warnsveld is hij in Nederland. Op Achterhoekfoto.nl zijn daarvan fotoreportages te vinden.

Warnsveld zwaar getroffen
Warnsveld is zwaar getroffen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij de bevrijding van Warnsveld vielen er niet alleen militaire slachtoffers, waaronder vijfendertig Canadezen, maar kwamen ook Warnsveldse burgers om het leven. De vele oorlogsmonumenten in het dorp weerspiegelen het leed dat de bevolking heeft moeten doorstaan, maar laten tegelijk ook de vreugde zien over de bevrijding en de dankbaarheid aan hen die de bevrijding brachten. 
Negenendertig inwoners uit Warnsveld en de omliggende buurtschappen overleden 'ten gevolge van oorlogsgeweld'. Op het Groot Graffel kwamen nog eens dertien patiënten door oorlogsgeweld om het leven. Negen Joodse patiënten van het psychiatrisch ziekenhuis werden naar vernietigingskampen weggevoerd. 


\
Henk Dijkman en zijn vrouw Lorraine bij het Canadezenmonument aan de Kerkhofweg in Warnsveld op 4 april 2017. Foto: Alize Hillebrink

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden