
Blik op het 'vroeger zo fijne' buurtje in de Zuidwijken. Foto: Sander Grootendorst
‘We voelen ons niet meer thuis in onze eigen buurt’
PolitiekZUTPHEN – Een fijn buurtje, de Braamkamp in de Zutphense Zuidwijken, zo rond huisnummer 300. Je voelt het als je er wandelt en je hoort het de buurtbewoners ook zeggen: “We hebben hier oog voor elkaar.” Een voorbeeld: “Een vrouw van 81 kan gewoon in deze voor haar zo vertrouwde omgeving blijven wonen.”
Door Sander Grootendorst
Er is sinds zo’n drieënhalf jaar een enorme kink in de kabel gekomen, zo erg zelfs dat sommigen zich uitgerekend hier – waar het op zich zo prettig wonen is – totaal niet meer thuisvoelen en als het even kan de buurt ontvluchten. Het gebeurde nadat Braamkamp 308 was verkocht en vervolgens verhuurd aan een uitzendbureau dat er arbeidsmigranten in onderbracht. Die zorgen sindsdien voor gigantische overlast die de sfeer in de hele buurt verziekt.
Een buurvrouw vertelt aan Contact haar ervaringen. Het huilen staat haar nader dan het lachen. Ze wil niet met haar naam in de krant en dat komt eigenlijk omdat ze er het liefst helemaal niet meer over wil praten. “Mijn man en ik zijn er letterlijk ziek van. Hij wilde ook niet bij het interview zijn, hij is maar gaan vissen. Voor zijn gemoedsrust.”
Dat ze zich tóch tot de krant heeft gewend komt omdat zij en haar buurtgenoten ten einde raad zijn. “Het liefst zouden we verhuizen.”
Uitbuiting
Om wat voor overlast gaat het precies? “Heb je even?” zegt ze. En er volgt een lange opsomming over alcohol- en drugsmisbruik en ondraaglijke herrie, tot openbare prostitutie aan toe (“in een auto, in het zicht van kinderen”). Je zou bijna zeggen: spaar me de details. Dat zijn er vele: een grote pitbull die plotseling in haar achtertuin stond, een dronken bewoner die in een auto eerst vooruit bijna een gevel ramde en toen achteruit de eigen gevel, dagelijks in alle vroegte gewekt worden als de arbeidsmirgranten luidruchtig naar hun werk vertrekken, enzovoort. “Het houdt niet op.”
Ze benadrukt dat het zeker niet op de eerste plaats aan de migranten – veelal Oost-Europeanen – zelf ligt: die worden hier ook maar gedropt (om de zoveel tijd komt er weer een nieuwe lichting) en zijn het slachtoffer van uitbuiting, zoals in heel Nederland.
Politie
De buurtbewoners hebben al het mogelijke in het werk gesteld om een einde aan de ellende te maken. “Vooral heel vaak de politie gebeld. En die komen ook, ze grijpen in, zijn de woning een paar keer binnengedrongen. Dat wil je natuurlijk ook niet te vaak meemaken in de omgeving waar je woont.” Een andere buurman voerde een jaar geleden het woord op de maandelijkse inspreekuur voor de gemeenteraad. Op diverse andere manieren is actief contact met de gemeente gezocht. Die is inderdaad in actie gekomen, en heeft de situatie onderzocht. Maar kwam tot de conclusie dat ze niets kunnen doen.
Ten eerste zou de overlast “niet ernstig genoeg” zijn. “Maar hoe ernstig moet het dan worden?” vraagt de buurvrouw zich vertwijfeld af. “Mijn man ik zijn blij dat we af en toe bij onze dochter terechtkunnen als het hier weer de spuigaten uit loopt.”
Ten tweede valt deze woning nog onder een oude regeling, die inmiddels is bijgesteld: wie nu een woning in de Zuidwijken koopt, mag die niet meer inzetten voor de huisvesting van arbeidsmigranten. “De eigenaar van nr. 308 maakt gebruik van het overgangsrecht. Daar schieten wij dus niets mee op. Sterker nog: dit geeft ons echt het gevoel dat de gemeente ons in de steek laat.”
De klachten hebben enig effect gesorteerd: in de tussentijd heeft de eigenaar de woning aan een andere uitzendorganisatie verhuurd. Dat heeft de overlast iets verminderd. Maar per saldo is er niets veranderd aan het gevoel dat je je in je eigen buurt niet meer veilig voelt, zegt de buurvrouw.
‘Sterke wijken’
“Misschien zit hier toch een juridisch gaatje”, zegt Ben Peters, bestuurslid van het zeer actieve Buurtnetwerk Zuidwijken: “Geldt de overgangsregeling ook als je een nieuwe huurder hebt gevonden?” En in het algemeen: Mag je van een willekeurige woning zomaar een hotel maken? Want daar komt het in de praktijk op neer. “Het is een komen en gaan”, zegt de buurvrouw, “soms ook maar voor één nacht”. Wat vaststaat: “Het is van grote invloed op de marktwaarde van ons huis.”
Peters is blij met de aandacht die de gemeente de laatste tijd aan de Zuidwijken geeft. “We dienen als voorbeeld voor het project ‘sterke wijken’. Er gaan hier mooie dingen gebeuren.” De gemeente ziet een wijk als ‘ecosysteem’, dat op kleine én op grote schaal een sociale samenhang vormt. Maar, redeneert Peters, als je ziet dat die sociale eenheid nadrukkelijk wordt gefrustreerd door ontwikkelingen waar de bewoners geen invloed op hebben, dan zou je als gemeente, juist om het project te doen slag toch de helpende hand moeten toesteken?
“Wat zou dat fijn zijn”, zegt de buurvrouw. “Dan hoeven we, als we een paar dagen zijn weggeweest, niet meer op te zien tegen de terugkeer naar de Braamkamp en wonen we weer met plezier in ons eigen huis.”
Gemeente: ‘Juridische route uitgeput’
In een reactie laat de gemeente Zutphen weten dat zij “de afgelopen twee jaar intensief contact heeft gehad met de beide directe buren en ook regelmatig gesprekken gevoerd met alle betrokken partijen, zoals de politie, handhaving en het uitzendbureau”. “Daarbij zijn alle juridische mogelijkheden zorgvuldig onderzocht, ook in samenspraak met de advocaat van de bewoners. Wij vinden het heel naar dat de buren deze overlast als zodanig ervaren. Tegelijkertijd stellen we vast dat sinds regelmatige bezoeken en vele controles van gemeente en politie, geen ernstige overlast is aangetroffen. We hebben hier gedurende een lange tijd zorgvuldig op gecontroleerd.
Wat wij aantreffen tijdens controles en gesprekken, is dat het om arbeidsmigranten gaat die doordeweeks overdag werken, thuis eten en slapen, en in het weekend bijvoorbeeld samen barbecueën. De woning wordt netjes gehouden, al wisselt de samenstelling van de bewoners wel met enige regelmaat. We kunnen niet uitsluiten dat in het verleden vervelende incidenten hebben plaatsgevonden, maar er zijn geen ernstige overlastsituaties door ons waargenomen.
De woning valt onder het overgangsrecht en mag juridisch worden gebruikt zoals nu het geval is. Ondanks herhaald toezicht hebben wij geen ‘ernstige woonoverlast’ volgens de wettelijke definitie vastgesteld.
Dat neemt niet weg dat we de zorgen en het gevoel van overlast serieus nemen. We begrijpen dat het wonen naast een pand met afwijkend gebruik impact kan hebben op het gevoel van veiligheid en woonplezier. Dat vraagt iets van alle betrokkenen, zeker in een wijk waar we gezamenlijk bouwen aan leefbaarheid en sociale samenhang.
Hoewel de juridische route is uitgeput, blijven we beschikbaar voor gesprek en dragen we graag bij aan het verbeteren van het onderlinge contact tussen arbeidsmigranten, hun buren en het uitzendbureau. Een wijkregisseur of welzijnswerker kan de bewoners bijvoorbeeld ondersteunen bij het omgaan met dit soort situaties.”











