
Rond de etenstafel met de spelers van Woest Oost. In het midden: ma, vertolkt door Marion de Neus. Foto: Quinn Oosterbaan
Keti Koti: ‘Geen muren optrekken, maar bruggen bouwen’
PolitiekZUTPHEN – Andere locatie, zelfde herdenking, even indrukwekkend als vorig jaar. Toen aan de IJsselkade en in de tuin van Dat Bolwerck, nu in en vóór wijkcentrum Waterkracht: Stilstaan bij het slavernijverleden van Nederland – en wat dat doet met het heden – aan de vooravond van Keti Koti. “Politici die de periode van de slavernij bagatelliseren, vertrappen het inzicht in de gevolgen van die slavernij voor vandaag.”
Door Sander Grootendorst
Woorden uit de toespraak van burgemeester Wimar Jaeger op het plein vóór Waterkracht, zondagavond. De burgemeester is degene die vorig jaar, bij gelegenheid van de eerste Keti Koti-herdenking, zei dat de locatie IJsselkade en historische binnenstad – “hoe mooi ook” – “niet de meest gepaste was” en dat een wijk als Waterkwartier, met haar grote etnische diversiteit (dat wil zeggen: met veel mensen van kleur), zich er beter voor leende. Hoewel Zutphen voor zover bekend zelf geen actieve rol had in de slavernij – dat was meer een aangelegenheid van wat nu de Randstad is – laat de binnenstad zich wel met de rijkdom associëren die mede aan uitbuiting te danken was.
Zo’n overweging heeft iets ongemakkelijks – het gaat over historisch besef, over de vraag waar de verantwoordelijkheid ligt, toen en nu, en over de houding die je in de discussie zou moeten aannemen. Precies dat ongemakkelijke is het thema dat jongeren van theatergroep Woest Oost ter tafel brengen, voorafgaand aan de officiële herdenking. In hun midden: ma – een rol van Marion Deneus, die als Surinaamse moeder wijze woorden spreekt én ruimte voor discussie laat. Bijvoorbeeld als een van de witte jongeren zegt dat ze zich schaamt omdat haar voorouders een plantage bezaten waar ze hun gekleurde werknemers niet als volwaardige mensen behandelden. Waar deze jonge disgenote anno 2024 zelf natuurlijk niets aan kan doen. Toch schaamt ze zich; en anderen sluiten zich bij die schaamte aan: schaamte voor hun onbegrip, hun wegkijken. Er vallen ongemakkelijke stiltes. Die vormen onderdeel van het theaterstuk, onderdeel van het proces. Het gaat niet van de ene dag op de andere, er zullen nog veel ongemakkelijke stiltes vallen. Wat is de oplossing? Samen eten dan toch zeker, vaste prik bij Keti Koti. Samen dansen, samen zingen. Naar elkaar luisteren. “Dat is het begin en het begin is nu.”
Pijn
Na het theaterstuk annex maaltijd loopt iedereen naar buiten. Het plein stroomt vol. Er klinken drie krachtige toespraken. Talita Kalloe schetst de achtergronden, “de pijn, het onrecht en de vernedering”, die voorafgingen aan Keti Koti (“het zich bevrijden van de ketenen”). “Tot 1814 verscheepten Nederlandse slavenhandelaren ruim 600.000 tot slaaf gemaakte Afrikaanse vrouwen, mannen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden naar het Amerikaanse continent.” Zelf is Talita geen nazaat uit die hoek: “Ik ben van Surinaams-Hindoestaanse afkomst. In Suriname werden ook mensen uit Azië onderworpen aan zware arbeid. Het gevoel van onderdrukking is er een dat mijn ziel herkent.”
Geboren werd Talita in Warnsveld, ze groeide op in Brummen, studeerde in Utrecht, keerde terug naar haar “thuis”, naar Zutphen. “Wie ben ik om hier te staan?” In wezen dezelfde vraag van de nazaat van de plantagehouder in het theaterstuk: “Wie ben ik? Wie zijn wij?” Bij Keti Koti ontmoeten ze elkaar, gaan ze in gesprek.
Suriname en het Caribisch gebied vielen onder auspiciën van de West-Indische Compagnie. De Verenigde Oost-Indische Compagnie gingen even bruut te keer: “In Azië werden tussen de 600.000 en één miljoen mensen verhandeld.”
Dubbelbloed
Talita introduceert het woord “dubbelbloed” voor haar kinderen, die een van origine Nederlandse vader hebben. Het denigrerende ‘halfbloed’ vermijdt ze. “Mijn kinderen zijn immers heel.”
Ook Aukje van Rossum spreekt van dubbelbloed. Zelfs is zij Nederlands, haar echtgenoot van Surinaams-Javaanse afkomst. Ze ontmoetten elkaar in Rotterdam. Hun kinderen zijn kinderen van kleur; en daar krijgt ze racistische opmerkingen over. Hoe zich daartegen te verdedigen? “Ik voel een enorme tweestrijd. Wanneer er een vraag wordt gesteld over mijn kinderen en hun afkomst, voelt het als een oordeel. Dat raakt mij als moeder. Maar ook ik weet dat we alleen verder kunnen komen als we oprecht naar elkaar luisteren. Dus vraag me door mijn weerstand heen wat je wil weten. En ik zal proberen er een gesprek van te maken.”
![]()
“Wie ben ik dat ik hier sta?” Talita Kalloe aan het woord tijdens de herdenkingsbijeenkomst. Links staat Aukje van Rossum, die even later haar – even krachtige – verhaal zal doen. Foto: Quinn Oosterbaan
Aukje keerde van Rotterdam met een zekere angst terug naar Zutphen – “waar de pieten nog zwart waren”. Dat zijn ze inmiddels niet meer; en er wordt Keti Koti gevierd, vooruitgang geboekt…
maar hoe bestendig is die? Burgemeester Jaeger legt nadrukkelijk een verband met de nieuwe regering. “We zagen hoe ons land worstelde met zijn verleden en hoe we toch stapjes zetten naar begrip. Maar tot veler schrik zien we nu hoe de politieke verschuiving ons dreigt terug te werpen. Termen als omvolking hebben onze nationale discussie diep verduisterd. Dit soort woorden zaait verdeeldheid”, zegt Jaeger. “Woorden doen ertoe, ze kunnen bruggen bouwen, maar ook muren optrekken. Het is uiterst zorgelijk dat we binnen een jaar van bruggen bouwen lijken af te glijden en dat er weer muren worden opgetrokken.”
Open je hart
Zutphen moet kiezen voor bruggen, vindt Jaeger: “In Zutphen willen we niet in het verleden blijven hangen om onze angsten te beteugelen en rancune te voeden. Nee, we willen een toekomst waarin iedereen, ongeacht achtergrond of afkomst, gelijke kansen heeft om te bloeien.”
Theaterstuk én toespraken worden aan het slot van de bijeenkomst als het ware – nogmaals krachtig – samengevat in een gedicht van de Amerikaanse schrijver en burgerrechtenactivist Maya Angelou (1928-2014). Wethouder Eva Boswinkel draagt het voor. Met daarin onder meer de regels: “Open je hart/ Ieder nieuw uur bevat nieuwe kansen/ Voor een nieuw begin.”
![]()
Burgemeester Wimar Jaeger: “Met z’n allen ons verleden onder ogen zien en ons wijden aan de bouw van een eerlijke en hoopvolle toekomst.” Foto: Quinn Oosterbaan
.










