Vlnr Jacob met een jonge roodborst in zijn handen, Ari met een zwartkop en Wouter met een volwassen roodborst. Gerard noteert alle gegevens. Foto: Sander Grootendorst

Vlnr Jacob met een jonge roodborst in zijn handen, Ari met een zwartkop en Wouter met een volwassen roodborst. Gerard noteert alle gegevens. Foto: Sander Grootendorst

Bevlogen vogelaars ringen vogels voor dag en dauw

Natuur

VORDEN – Zondagmorgen vijf uur, landgoed Hackfort bij Vorden. Eerst word je verwelkomd door zingende vogels, dan door ringende vogelaars. Het bos ruikt naar adelaarsvarens. De zomer komt eraan. Vier mannen wachten de bezoeker midden in het groen op bij een tafel met daarop onder meer een instrument waarmee ze de vogels nauwkeurig kunnen wegen. “De tafel moet natuurlijk wel waterpas staan.”

Door Sander Grootendorst

Udo, Gerard, Jacob en Wouter heten de mannen. Later voegt Ari zich erbij, de jongste van het stel. Hij is aspirant-vogelringer in Nijmegen; het hoort bij de opleiding dat je dan ook meedraait in een andere ringersgroep. Ook Jacob, al een dagje ouder, is in opleiding. Er gelden strenge voorwaarden. Heb je eenmaal je certificaat, moet je om de vijf jaar weer examen doen. Aantonen dat je nog steeds verantwoord met die tere vogellijfjes om kunt gaan. Vakkundig én liefdevol: elke keer dat Jacob – ringer van dienst deze ochtend – een tjiftjaf, zwartkop of roodborst in handen heeft, aait hij het vogeltje ook even over zijn of haar kopje. Vrijwilligerswerk van professioneel niveau, ook voor de Vordense afdeling van Vogelringgroep IJsselvallei.

Terwijl vrijwel de hele Achterhoek nog slaapt hebben de mannen de eerste essentiële klus geklaard: Het plaatsen van de netten op vaste locaties langs de ronde die ze om het half uur afleggen om te controleren of er vogels in zijn blijven haken. Die worden dan met precisie en geduld losgemaakt en vervolgens in een zakje meegevoerd naar de tafel. “In zo’n zakje is het donker, dat maakt de vogels kalm”, zegt Udo. Dat blijkt inderdaad het geval. Met uitzondering van een jonge zanglijster die opzichtig kenbaar maakt dat hij het geen prettige ervaring vindt.
“Voor de individuele vogel is het zeker stressvol”, zegt Wouter. “Maar data die we op deze manier verzamelen leveren veel informatie op. Kennis waardoor we de soort in het algemeen beter kunnen beschermen. Dat is de afweging.”
Nog een veelgestelde vraag: “Hebben de vogels geen last van zo’n ring?”
“Ze raken er snel aan gewend”, zegt Udo. “Het is wat het is. Het voelt waarschijnlijk niet anders dan een trouwring.”

Buikveertjes
Een jonge roodborst, bij de eerste ronde in een van de netten aangetroffen, laat zich de behandeling zonder enig uiterlijk verzet welgevallen. Alsof de vogels beseffen dat dat toch geen zin heeft. Ze staan ook zonder morren toe dat Jacob ze even omdraait, hun buikveertjes opzij blaast om te zien of zich daaronder een ‘broedvlek’ bevindt. Dan is het een vogel die op de eitjes heeft gezeten. Dat hoeft niet per se het vrouwtje te zijn. “Bij de tuinfluiter en de zwartkop broedt het mannetje ook.” De twee nauw aan elkaar verwante zangvogeltjes zien er heel verschillend uit. De mannen onderzoeken bovendien of het om een vrouwtje of mannetje gaat. Bij de tuinfluiter moet je dan onder de opzijgeblazen veertjes kijken, bij de zwartkop hoef je alleen naar zijn of haar kruin: het mannetje draagt een zwart, het vrouwtje een bruin petje.
Allemaal basiskennis voor de vogelaars, die ook ogen in hun achterhoofd lijken te hebben, want ondertussen nemen ze van alles waar dat niet in de netten belandt. “Daar vliegt een rode wouw!” zegt Jacob. De zeldzame roofvogel heeft hier in de buurt zijn nest. Vogelaars hebben bovendien oren op steeltjes. “Hoor je die grauwe vliegenvanger?” vraagt Udo, stevig doorlopend tijdens een van de rondjes. “Ze leven hoog in de bomen, komen bijna nooit in het net.”
Ook hazen voelen zich hier thuis, twee duiken nabij de ringtafel op. Wouter: “Ik zag er net eentje die maar net onder het net door huppelde.”

Leeftijd
Hazen, appelvinken, een middelste bonte specht (“mibo” in vogelaarstaal): ze horen op zo’n ochtend tot de boeiende bijvangsten.
Genoteerd worden uitsluitend de concrete vangsten. Gerard schrijft alle gegevens die met name Jacob aanreikt zorgvuldig op. Niet alleen vandaag, maar op in totaal twaalf ochtenden tussen april en augustus. En niet alleen hier: op nog zo’n veertig andere ringbanen in Nederland. Schatten aan informatie levert het op. Over broedsucces, toe- en afname, vogeltrekroutes enzovoort. “We krijgen terugmeldingen van mensen die een ring hebben afgelezen, dan weet je bijvoorbeeld welke afstand een vogel heeft afgelegd.” Of welke leeftijd hij/zij heeft: “De ring aan de poot van een scholekster verraadde dat die veertig jaar oud was”, zegt Jacob.

Scholeksters komen in het Hackforter bos niet voor, in tegenstelling tot ijsvogels, maar die ontbreken vandaag. Pimpelmezen, koolmezen en een grote bonte specht zijn er wel. Ook een glanskop (een mezensoort) en een boomkruiper hebben zich vastgevlogen om korte tijd als wetenschappelijk studiemateriaal te kunnen dienen.

Wind
De ‘oogst’ valt enigszins tegen, dat komt volgens Gerard waarschijnlijk omdat er te veel wind staat, die de netten af en toe doet bollen, waardoor de vogels onbedoeld worden gewaarschuwd.
Het doet aan de bevlogenheid van het vijftal niets af. Niet alleen zijn ze constant waakzaam op wat er zingt, roept en overvliegt, er vallen ook herinneringen op te halen. Aan vorig jaar zomer bijvoorbeeld: “Toen vingen we een beestje dat leek op een tjiftjaf”, vertelt Wouter. “Maar bepaalde kenmerken brachten ons aan het twijfelen, zoals een hele stevige snavel. Het bleek een groene fitis te zijn. De eerste die ooit in Nederland was gevangen.” Een zangvogeltje dat broedt in het gebied tussen de Zwarte en de Kaspische Zee als dwaalgast in de Achterhoek… “Misschien blijft het bij deze ene, misschien worden het er meer; vogels zijn in staat om hun trekstrategie aan te passen.”
Het is aan de leden van de vogelringstations om dit soort ontwikkelingen te documenteren.
Roodborst, pimpelmees of groene fitis: de ringers beperken de onderzoeksduur consequent tot het minimale. De mannen zijn het er met elkaar over eens: “Het mooie van onze methode is toch echt dat alle vogels na afloop weer de vrijheid krijgen.”

Een jonge roodborst, pas geringd, blijft kalm liggen in de hand van vogelaar Udo. Foto: Sander Grootendorst
Een jonge boomkruiper. Foto: Sander Grootendorst
Een zanglijster in de hand van ringer Jacob. Foto: Sander Grootendorst

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant