
Zutphense verbaasd over prominente plek in NS-reclame
MaatschappijZUTPHEN/DEVENTER – Wie schetst de verbazing van de Zutphense Mieke Kleinleugenmors toen ze zichzelf opeens zag afgebeeld op een levensgroot billboard van de Nederlandse Spoorwegen?
Door Sander Grootendorst
“Ik liep met vriendin Marion in Deventer achter Saxion langs richting het station en kon m’n ogen niet geloven! Waarschijnlijk ‘hang’ ik in het hele land bij NS-parkeerterreinen.”
De reclame heeft specifiek betrekking op P+R (park and ride) en het gebruik van de OV-fiets. Op de uitvergrote foto poseert een jongeman met zo’n fiets. Achter hem bevindt zich één andere persoon: Mieke.
Tal van Zutphenaren zullen haar ogenblikkelijk herkennen, ze was jarenlang zeer actief dagbladverslaggeefster en is nog steeds betrokken bij veel van wat er in de stad gebeurt.
Het opmerkelijke is dat de fotograaf of het namens de NS opererende reclamebureau haar niet heeft gevraagd of ze wel zo pontificaal onmiskenbaar op een poster wilde. Of op z’n minst geïnformeerd dát ze erop staat. “Dat vraag ik me echt af”, zegt ze. Mieke is een fervent treinreizigster mét OV-fietsabonnement. Maar stel dat het reclame was geweest voor iets waar ze zich helemaal niet mee verbonden voelt (ongezond eten en drinken bijvoorbeeld): dan had ze zich behoorlijk opgelicht gevoeld.
Voor journalistieke foto’s in de openbare ruimte, en zeker voor snapshots, geldt een bepaalde vrijheid. Toevallige voorbijgangers of toeschouwers hoeven niet allemaal om toestemming te worden gevraagd. Als het maar één of enkele mensen betreft, krijgen die overigens meestal wel even te horen waarom het gaat. Bij alle niet-snapshots vragen fotojournalisten tegenwoordig vooraf wie er niet op de foto wil. In verband met de privacy. De privacy-kwestie lijkt in het geval van de (commerciële, niet-journalistieke) billboardfoto ook aan de orde.
Navraag leert dat de reclame-uiting niet blijkt te zijn ontworpen door het Amsterdamse TBWA\NEBOKO, het vaste reclamebureau van de NS. Bij het ter perse gaan van deze krant was nog onduidelijk welk bureau wél verantwoordelijk is.








