
Twintig jaar Zutphens labyrint: ‘Het doet iets met je’
MaatschappijZUTPHEN – Hoe vier je dat het labyrint op het terrein van De Kaardebol in Zutphen twintig jaar bestaat? Precies hetzelfde als op de dag dat het in gebruik werd genomen. “We vieren het door het te lopen. Eerst een voor een, daarna samen.”
Door Sander Grootendorst
Dat zegt JaapMari Terburg (89), initiatiefnemer van de Zutphense versie van het labyrint: een slingerend paadje dat volgens een geometrisch patroon het middelpunt bereikt en daarvandaan weer terugvoert naar de ingang/uitgang. Het woord, en daarmee het idee, is al duizenden jaren oud. Twintig jaar is daarbij vergeleken een peulenschil, maar anderzijds, zegt Terburg: “Sinds de eerste spade hier de grond in ging, is er veel gebeurd.” “Er liggen veel emoties”, vult deelneemster Irma Gerrits aan. Zo wordt het labyrint bezocht door mensen die een naaste hebben verloren, of die zorgen hebben om ontwikkelingen in hun leven of in de wereld. Maar het kan natuurlijk ook gewoon, zonder aanleiding. Gerrits: “De energie van het labyrint doet wat met je. Het mooiste voorbeeld daarvan is misschien wel dat ik hier een keer met JaapMari zat en er kwamen een paar jongens heel wild aanrennen, het labyrint op. Je zag ze om zich heen kijken, en helemaal kalm worden…”
Ze wijst op een bordje naast het labyrint, waarop staat Solvitur ambulando. Dat betekent zoiets als: “Door te wandelen kun je problemen loslaten.” Een ander bordje is deze ochtend bevestigd: “20 jaar labyrint”. “Gemaakt door de jongens van 3D Zorg, die hier ook het onderhoud doen.”
Dapper
“Tien uur, we gaan beginnen”, zegt Terburg.
De anderen beamen het: de man achter het tijdloze labyrint is tevens een man van de klok. Klinkt tegenstrijdig, maar dat maakt niet uit: het labyrint geeft evenwicht.
De aanwezigen nemen plaats op stoeltjes rond een zitbank. Terburg neemt het woord: “De weg die twintig jaar geleden is begonnen, is niet geëindigd en zal ook nooit eindigen.” Hij doelt op het labyrint, waarin je tot in het oneindige rondjes kunt blijven lopen. Precies in het midden heeft hij een kommetje sint-jansolie neergezet: die verwarmt huid en ziel.
Een maaimachine in de buurt maakt lawaai, maar toch is het net of dat in dit samenzijn van vertrouwelingen niet doordringt.
Een voor een begeven ze zich over ze het smalle paadje: voordat de eerste het heeft verlaten, betreedt de tweede het, enzovoort. Tot de zevende en laatste wandelaar, JaapMari Terburg. Veertien ogen slaan hem gade. “Hij is zó’n dapper mens”, zegt Irma Gerrits. Daar staat hij in het midden van de cirkel, in zijn kleurige kledij, met rok en hoed. En je denkt: hier is hij wie hij is. Hier ben je wie je bent. Wat niet wil zeggen: zonder twijfels.
Hazelnoot
Als het groepje weer bij elkaar is gaan zitten, overhandigt Terburg elk een hazelnoot – “uit eigen tuin” – en licht de symboliek toe. “Met deze noot kun je een offer brengen: niet materieel, maar geestelijk. Een offer voor wijsheid.”
“Daar wil ik wel op ingaan”, zegt deelneemster Trudy Vroonland. Ze heeft het over de angst om los te laten, en dan specifiek: de angst om een probleem los te laten. “Je kunt er zelfs aan gehecht raken, of het nu een groot of een klein, alledaags probleem is. Je wilt het niet kwijt, geen offer brengen, omdat je niet weet wat je aan moet met de leegte zodra het probleem niet meer bestaat.”
Loslaten versus vasthouden… Ook een evenwicht. Want wat evenzeer van belang is, zegt Terburg: “Elkaar vasthouden en steunen.” “Als een slang” manoeuvreren de zeven hand in hand door het labyrint. Omdat het paadje wat oneffen is, komt de symboliek van ‘elkaar overeind houden’ des te beter tot uiting.
Een tijdlang was het labyrint nog veel moeilijker begaanbaar. Irma Gerrits nam het onderhoud op zich. Met de hand, niet met de bosmaaier. “Dat zou efficiënter zijn geweest, maar dit was fijner werken. En ik kon de kikkertjes die ik tegenkwam voorzichtig naar de rand begeleiden. Het labyrint is óók een stuk natuur.”
Einde wordt begin
Ter afsluiting draagt Terburg uit het hoofd twee haikus, zijn geliefde Japanse versvorm, voor. De eerste luidt: In de seizoenen/ reizen wij langs windstreken/ einde wordt begin. De tweede: Je adem gaat door/ aarde, water, lucht en wind/ in en uit, eeuwig.
Nog meer mooie woorden zijn er gesproken: uit een boek van Hans Korteweg over het getal twintig dat zelf jarig is en uit een artikel over de Amerikaanse filosofe Ursula LeGuin: de essentiële waarde van open ruimtes.
De open ruimtes die een labyrint voor al zijn bezoekers altijd vrijhoudt.
“Het labyrint heeft een plekje in mijn hart”, zegt Gerrits. Dat gaat ook voor de anderen op. En voor iedereen die het de afgelopen twintig jaar om welke reden dan ook heeft bezocht. Mensen die de verjaardagsvisite van vandaag nooit hebben ontmoet, maar met wie ze via eeuwenoude ordening toch verbonden zijn.









