
Idyllisch plaatje: Koeien in een wei met bomen. Een mooier landschap staat de agrarische bedrijfsvoering niet in de weg. Foto: Rob Geerts
Agrarisch landschap bloeit op dankzij VALA
LandbouwHALLE – ‘De biodiversiteit in het agrarische landschap. Daar is het ons om te doen. Boeren en buitenlui die daarin iets willen betekenen, ondersteunen wij graag. En we merken dat er veel belangstelling voor is. Er zijn nu 1.180 deelnemers. Het worden er ongetwijfeld nog meer, ook omdat er extra geld aankomt.”
Door Sander Grootendorst
Aan het woord zijn Anne Stortelder en Robert Boevink. Hun dagelijkse job? Kort samengevat: Het mooi houden en mooier maken van het Achterhoekse coulissenlandschap. Samen met het collectief van al die deelnemers. Ze werken allebei voor de VALA (Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek), specialist in agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb), in een gebied dat de hele regio bestrijkt, begrensd door de IJssel, de provinciegrens met Overijssel, de Duitse grens in het oosten en snelweg A12. Stortelder uit Lichtenvoorde is projectleider, Boevink uit Rekken een van de vijf gebiedscoördinatoren: hij heeft de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre onder zijn hoede. “Wij zijn het aanspreekpunt voor de deelnemers die we al hebben en voor de nieuwe die mee willen doen: welke subsidiemogelijkheden zijn er, wat is specifiek interessant voor jouw terrein, hoe moet je die houtwal of dat bosje beheren, enzovoort.”
Natuur en landschap staan onder druk, maar bij de recente verkiezingen ging het er nauwelijks over. Dat neemt niet weg dat er in de praktijk veel positiefs gebeurt, óók met medewerking van ‘de politiek’ (Rijk, provincie, Europa). Je zou, als je het nieuws oppervlakkig volgt, anders kunnen vermoeden, maar de afstand tussen ‘boer’ en ‘natuur’ is in werkelijkheid helemaal niet zo groot. Zeker niet als de VALA bijspringt: niet door rigoureus boerenland tot ‘natuurgebied’ te verklaren – “landbouwgrond blijft gewoon landbouwgrond” –, maar door naoberschappelijk te overleggen over mogelijkheden om vogels en insecten te helpen met een houtwal of een bloemrijke akkerrand – “met planten en kruiden waar insecten ook echt iets aan hebben, geen carnavalsmengsel”. Ondertussen kun je je melkveebedrijf (of welke landbouwvorm dan ook) gewoon voortzetten zoals je gewend bent.
Drijfveer
De financiële vergoeding is niet de enige drijfveer, weten Stortelder en Boevink uit ervaring. “Over het algemeen is iedereen intrinsiek gemotiveerd”, zegt Stortelder. “We gaan zelf niet actief de boer op. Mensen melden zich aan. Sommige deelnemers doen al jaren mee.” Boevink: “De deelnemers zien dat de wereld verandert en dat ze daarin mee kunnen gaan. Daarom komen ze bij ons. Ook uit nieuwsgierigheid.”
Het interview heeft plaats in het kantoor van de VALA in Halle, geografisch gezien het kloppend hart van de Achterhoek. Niet dat deelnemers per se naar het kantoor moeten reizen. “Juist niet, we komen graag bij de mensen thuis aan de keukentafel”, zegt Boevink. “Dat wordt ook zeer op prijs gesteld.” Er is geen wijzend vingertje, geen dwang. Al moet wie eenmaal meedoet zich wel aan bepaalde voorwaarden houden. Stortelder: “Wat regelen afspraken met grondeigenaren: wat ze moeten doen, wat ze moeten laten.”
Ook zo’n breed geschakeerd project heeft een stip aan de horizon nodig: ‘Wat willen we bereiken?’ Een aantrekkelijk agrarisch cultuurlandschap voor soorten die hierbij horen, zoals de patrijs, steenuil, grauwe klauwier en boomkikker. Wat daarvoor nodig is: een gevarieerd landschap met plek om te nestelen, te schuilen en voedsel te zoeken. Als het landschap voor een kritische soort als grauwe klauwier op orde is, liften veel andere soorten hierop mee.
Stortelder: “We zetten momenteel 6,3 miljoen euro per jaar om. Daarvan gaat een stukje naar ons werk. Het overgrote deel wordt uitbetaald aan de deelnemers. Per januari komt er drie miljoen bij. Dan kunnen zich dus weer meer mensen aansluiten. Per 2026 gaan de vergoedingen voor het beheer omhoog zodat de beheerpakketten blijven aansluiten bij de kosten of gederfde inkomsten. Dit is gebeurd bij alle veertig agrarische collectieven die in Nederland agrarisch natuurbeheer stimuleren.”
Geen labels
Ook ontstaat ruimte voor ‘nieuw beheer’. “In sommige gebieden was tot voor kort niets mogelijk en lag de focus rond bestaande natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Drie jaar geleden is dat beleid gewijzigd. De provincie ziet graag dat de landbouw in volle breedte meer aandacht heeft voor de omgeving waarin bedrijven zich bevinden. Agrarisch natuurbeheer is daarbij een mogelijkheid. Meedoen aan ANLb betekent zeker niet dat een bedrijf onder de natuurinclusieve landbouw moet vallen. Alle agrarische bedrijven kunnen in meer of mindere mate meedoen.” Geen labels, geen hokjes, geen kampen: “De basis moet zijn dat we kijken wat kan en past.” Samen de schouders eronder: voor de schoonheid van de Achterhoek.
Die werd en wordt in sterke mate bepaald door kleinschalige landschapselementen. Het is niet zo dat je pas punten scoort als zich een steenuil of een boomkikker laat zien. Boevink: “Wel word je geacht onderhoud te plegen, dat betekent zeker bij singels en houtwallen dat je af en toe de zaag erin moet zetten. Om te voorkomen dat een haag in verval raakt. Daar zien we dan echt op toe. Anders wordt er ook niet betaald.”
Voor klein onderhoud ontvangen de deelnemers jaarlijks sowieso een klein bedrag. “Als je gaat zagen zorgen wij ervoor dat je dat werk fatsoenlijk kunt doen. Dan krijg je 14.000 euro per hectare. Zo zijn er verschillende beheerpakketten voor houtwallen, singels, grote poelen en bosjes.” Extensief beheerd kruidenrijk grasland kan alleen bestaan zonder chemie en kunstmest. “Je productie is dan een stuk minder. Dat verlies compenseren wij.”
Naadloos
Hoe staat het met de stippen aan de horizon, bijvoorbeeld met de grauwe klauwier? Boevink: “Die is in de Zuid-Oost-Achterhoek flink in aantal toegenomen. Er zijn nu zo’n vijftig broedpaartjes. Tien jaar geleden zaten er hooguit tien, en dan alleen in de officiële natuurgebieden.” Stortelder: “De Achterhoek heeft enkele grote natuurgebieden en een heleboel kleintjes. Het agrarisch natuur- en landschapsbeheer sluit daar in veel gevallen naadloos bij aan. Het legt verbindingen. Als je de kaart erbij pakt, kun je dat goed zien.”
Dat naadloze zit ’m ook in het feit dat deelnemers veelal “niet-hoogproductieve, incourante” stukken grond voor de VALA inzetten. “Ze kunnen onhandig van vorm zijn en daardoor moeilijker bewerkbaar. Of het is een wat natter stuk. Laten veel doelsoorten daar nou net van houden…”
De niet in geld uit te drukken, maar minstens zo plezierige opbrengst van dit alles: “Dan ziet een boer ineens allemaal fietsers en wandelaars foto’s maken van de planten en vlinders in zijn bloemrijke akkerrand. Hij oogst waardering. Dat geeft een goed gevoel.”
Wie meer informatie wil of vragen heeft over de mogelijkheden kan contact opnemen met VALA: de-vala.nl.











