
Uitzicht
OpinieVanuit de zojuist geplaatste dakramen zie ik een windmolen draaien. Ik kan niet met mijn handen bij de bedieningsgreep, maar reik wel naar de wolken. Het lijkt me geruststellend vanuit bed of bad straks enkel lucht te zien, het is opmerkelijk hoe licht dat perspectief met deze doorbraak werd.
We klussen verder. Hebben een lange adem en elke dag meer visie. Lopen door een fictieve badkamer, puzzelen online indelingen in elkaar, tasten op kaal gebikte muren naar plekken waar lichtknopjes komen moeten en willen nog glas-in-lood uitzoeken. Of ik een favoriet patroon heb, vraag je. Een zoveelste kwestie die zowel actueel als compleet ongewis voor me is. Ik ben er veelal voor de catering en het monnikenwerk. Haal krammetjes uit onderplaten, nagels uit balken en sleep onze koffiehoek van ruimte naar ruimte; we rouleren al schaftend door toekomstig woongebied en een keukenblok is er nog niet.
‘Er kan nog meer bij’, lijkt de vuilcontainer voor de deur te roepen en jij mobiliseert hulptroepen. Het staal dat straks onze plannen ondersteunt ligt dankzij hen te wachten op een leverancier met spierballenbeleid. En tijd. Want de weken kruipen voort en in de omgeploegde achtertuin landen herfstbladeren.
Iedere maand geef ik onze meterstanden door aan een onlinetool die niet gelooft in ons ondermaats verbruik. We hebben één werkend stroompunt en de rest ligt eruit. Ook is er nog geen verwarming, maar wel een led-slinger die van dichtbij doet zweten. Ik bevind mij dikwijls met een tang bij de plafondbalken, dus ik kan het weten. Een vriendinnetje van onze dochter vindt de lichtsliert het mooiste aan ons toekomstig onderkomen en daar kan ik helemaal inkomen.
Ze bezitten twee stoffige zitzakken met hetzelfde aantal bakjes kibbeling. ‘Dit wordt mijn kamer’, vertelt ze aan haar vriendin. ‘Als ik ’s nachts wakker word, kan ik hier goed zien of het nog donker is.’ Ze wijst naar de gewilde balkondeur die maakt dat ze alsnog voor de kleinere kamer is gegaan. Ik zeg zo nonchalant mogelijk dat ik niet hoop dat ze die deur dan ook nachtelijk openmaakt.
Wanneer ik om me heen kijk realiseer ik me waarom mensen – in de regel – vaak over hun verbouwing praten. Ze ‘je staat nu eigenlijk in de tuin’ zeggen, terwijl jij alleen een kookeiland ziet en niet het voormalig gebied. Ik denk dat wij dat ook gaan doen, misschien, om te verwerken wat we meemaken deze maanden. Maar liever nog wens ik dat we onze hoofden legen met het uitzicht op de wolken, dankzij dakramen zonder gordijnen, omdat ze zo hoog hangen dat we daar niet bij konden. Maar dat blijkt dan geen gemis, omdat we dan altijd kunnen zien of het nog donker is.










