
Juninachten
OpinieEen zomerse traagheid heeft bezit van mij genomen. Soms vormt zich een half plan in mijn hoofd, iets wat ik zou kunnen gaan doen, naar het fantastisch leuke festival ‘Gluren bij de Buren’ bijvoorbeeld, maar mijn lichaam koppelt geen daadwerkelijke actie aan mijn gedachten. Terwijl overal leuke live muziek klinkt in huiskamers en tuinen, kijk ik apathisch voor me uit en verheug me op de avond. In de avonden kom ik tot leven, vaak stap ik met Arend op de fiets en gaan we ergens te water. In Bussloo zwemmen we door water dat borrelt van de duikers onder ons. Ik heb geen idee hoe diep ze zitten en ben bang om ineens op de rug van een kikvorsman te zitten. Arend lacht en krijgt proestend te veel water binnen. Hij oppert om zijn zwembroek omlaag te trekken om de duikers voor me weg te jagen.
In Bronsbergenmeer zwemmen we heel bedaard tussen pluisjes en drabjes in het roze avondlicht. De dagen erna hebben we wel opvallend veel jeuk. Dan rest ons de flonkerende IJssel, de immer troostende levensader van Zutphen met haar pieren, met haar strandjes en met haar verraderlijke stroming. Een stoppelig gemaaid veld, mooie bermbloemen op de helling langs het water, de antieke woonschepen schommelen in de haven. In de verte dralen mooie mensen bloot bij de waterkant, ze draaien wat om elkaar heen. Het lijkt tegelijk onwennig en ontspannen. De avondzon verlicht hun avances. Ik denk aan zomeravonden van lang geleden, zoenen in het water, de tijd stilgezet in het moment, avonden vol eeuwigheid, liefdes die voorbijgaan desondanks. Ik gun hen eeuwigheid in het moment, liever nog dan eeuwig vasthouden aan iets wat wegstroomt. Arend trekt me weg en noemt me een vieze oude man. Daar kan ik niks tegenin brengen.
We besluiten wat verder te lopen voor onze eigen duik. Hij daagt me uit om naar de overkant te zwemmen, iets wat me uiterst gevaarlijk lijkt. Sommige mannen houden hun bewijsdrang tot op hoge leeftijd vast, ik geniet van het prettige leven dat ik leid sinds ik dat heb losgelaten. We dobberen tussen de pieren, voelen de zuiging van een groot schip, een vis duikt en plonst in het water. Ganzen vliegen over, de ondergaande zon zet ons in een roze licht, een enkele zwaluw zeilt over ons heen. De avond blinkt uit in oneindigheid.










