column Willem Nagel

column Willem Nagel

Nood

Opinie

‘Willem, heb jij wel een noodpakket?’ Arend kijkt me bestraffend aan in de veronderstelling dat ik dat vast niet heb. ‘Weet je wel dat onze burgemeester er zelfs op aandringt dat we dat hebben?’ ‘Dat is een heel aardige man, maar we hoeven niet alles van hem aan te nemen toch? Volgens mij zit hier een grotere filosofische vraag achter. Wil je leven in angst of in vertrouwen?’ Arend schenkt lachend mijn glas bij. ‘Prachtig Willem. Ik ben helemaal voor filosofisch vertrouwen in het leven, maar stilt dat je honger in tijden van nood? Lest het je dorst?’ Zijn stoelpoten schrapen over de houten vloer naar achter, hij staat op, trekt een kastdeur open en tilt een rechthoekige emmer op tafel. ‘Kijk, hier zit voor een week eten in en het blijft een kwart eeuw goed.’ Trots begint hij de inhoud uit te stallen. Aardappelpureepoeder, poeders voor kippensoep en champignonsoep, meel voor wit brood, fruithagel, eipoeder en vla met vanillesmaak. Het wordt aangeprezen als echt Nederlands eten, een Nederlandse vlag krult op het logo. Zou dit de vaderlandsliefde tot grote hoogte opstuwen? De aanblik van de pakjes en zakjes geeft me een gortdroge korrelige smaak in mijn mond die ik snel wegspoel met een grote slok wijn. 

Ik probeer krampachtig te denken aan eten wat wel lekker is, maar kan alleen gerechten verzinnen uit andere culturen. Zouden we mensen uit andere culturen allemaal al effectief hebben weggejaagd tegen de tijd dat dit pakket open moet? Ik mag hopen van niet. Aardappelpuree van poeder met niks? Daar win je geen oorlog mee. ‘Pak gauw weer in, Arend. Het is een heel fijn idee dat jij hiervan kan smullen als je honderdtwee bent. Ik heb nog wel een paar blikjes bonen staan en een verdwaald ei. Daarna kan ik misschien rozenbottels plukken en kastanjes rapen en dan kalmpjes aan steeds minder eten tot het tijd is voor mijn laatste teug adem.’ 

Teleurgesteld laat Arend me nog een waterzuiveringspomp zien die ik tot zijn verbazing wel mooi vind. Dat komt door mijn liefde voor kamperen. Het idee dat je uit ieder slootje zou kunnen drinken spreekt me enorm aan. ‘Oké Arend, als het zover komt dat zelfs jouw voorraad wijn op is en de mijne ook, dan gaan we samen naar de IJssel en laven ons eraan.’ Ik stel me voor hoe we op ons buik op de kade liggen om het water op te pompen. De zon gaat onder zoals ze dat alleen in de IJssel kan. Misschien is het ook goed om vrienden te verzamelen. Ik denk dat het helpt.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant