Afbeelding

Een jaar van vertrek

Onlandse tijdingen

Toen ik - een paar weken geleden alweer - met Marloes nog een tocht maakte naar Borculo, Groenlo en Winterswijk voelde dat al als een afscheid.
Het was een van meerdere tochten die ik in de afgelopen drie jaar met haar ondernam, of liever zij met mij, om de Achterhoek te verkennen.
Marloes is mijn buurvrouw (was - ze is inmiddels verhuisd), maar ook is ze een gids en een perfecte ambassadeur van de Achterhoek, geboren en getogen in Aalten, met een groot hart voor de streek.
Als kleine blijk van mijn waardering schonk ik haar bij onze laatste tocht de roman ‘De beesten’ van Gijs Wilbrink, geafficheerd als de Grote Achterhoek-roman en intussen alom geprezen.

Het nieuwe jaar gaat veranderingen brengen.
Per 1 maart ga ik Zutphen en de Achterhoek verlaten. Huur, gas, inflatie.
Te hoog zijn de kosten.
Vanaf het ogenblik dat een besluit tot vertrek is genomen treedt een besef van eindigheid in en nu al zijn de wandelingen langs de IJssel en de aankomst over de spoorbrug anders dan voorheen, er mengt zich weemoed in de dingen.
En ook een nieuw inzicht dringt zich op: dat er zoveel niet gekend is, niet gezien, niet geproefd.
Daar was deze week die tweet waarin gewezen werd op de witlof uit Sinderen, de witlof van Hiddink, heerlijk bereid door Nel Schellekens.
In Sinderen was ik al eens, daar bevindt zich een historisch kippenhok, waarin in de oorlogstijd een belangrijk document werd bewaard, dat een donkere schaduw vooruit wierp op de Holocaust. Ik schreef er hier eerder over.
Maar Hiddinks witlof?
En wie was Nel Schellekens?
Een ‘kop tot kont chef’ lees ik, ze kookt duurzaam in het Keunenhuis in Winterswijk, een culinaire proeftuin.
‘Smaak van de Achterhoek’.
Niet geproefd.
Ik was met Marloes in Winterswijk, ze wilde me een bijzonder restaurant laten zien, ergens buitenaf. Berenschot’s Watermolen.
Idyllisch gelegen, ik geloof dat Piet Mondriaan er schetste.
Het was gesloten helaas, we belandden in Winterswijk zelf, en aten eggs benedict bij Stad Munster.
Onderweg in haar auto gaf ik haar mijn indruk van het land en het landschap, en dat ik me verwonderde over de hoge dichtheid van historische boerderijen en kleine lokale musea en de grote nadruk op recreatie, van vakantiehuizen of evenementen. Soms kwam het me voor dat Achterhoek naast al zijn agrarische belangen ook een groot pretpark was.
En daartussen zieltogende kerken.
Zoals die in Mariënvelde.
En die in Beltrum, die we passeerden, toen een installateur bezig was van de toren van de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming een KPN-zendmast te maken. Beltrum dat - zo las ik - ook zwaar getroffen was door de stormramp van 1927, de stormramp die naam kreeg als de Cycloon van Borculo ofwel de Vergeten Cycloon, maar niet vergeten door mij, want ik leerde al op de lagere school over die ramp en was er als kind diep van onder de indruk.
In Borculo zelf herinnerden plaquettes aan de verwoestingen van toen en ik trof er tegen de kerk ook een borstbeeld aan van Hendrik Willem Heuvel, de onderwijzer en schrijver van ‘Oud-Achterhoeksch boerenleven’, de man ook aan wie ik de term ‘onlands’ dank.

Zoveel niet gezien.

Wim Boevink

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant