
Nieuwe aangrijpende details over Tweede Wereldoorlog in Zutphen
MaatschappijZUTPHEN – “Het is 82 jaar geleden. Ik kan het nog van minuut tot minuut vertellen.” Dat zei Maria Sieders-Eggink (92) toen ze donderdag in het Erfgoedcentrum aan de Spiegelstraat het eerste exemplaar had ontvangen van het boek Meneer, het is oorlog, geschreven door Menno Tamminga. Ze is de oudste nog levende ooggetuige van het bombardement op Zutphen in oktober 1944.
Door Sander Grootendorst
Over de Tweede Wereldoorlog zijn boeken volgeschreven, ook over Zutphen, onder meer door Tamminga zelf. Meneer, het is oorlog is de zesde uitgave in de reeks Zutphense Erfgoedpublicaties. Ook het tweede was van Tamminga’s hand: over de illegale pers tijdens de oorlogsjaren. “En toch…”, zei René Arendsen, projectleider erfgoed, die de bijeenkomst presenteerde… “toch heb je mij helemaal weggeblazen met deze verhalen. Sommige zijn in grote lijnen bekend, maar we lezen nu veel meer details. Andere verhalen waren mij volkomen onbekend. Ik heb een veel beter beeld gekregen van Zutphen in de Tweede Wereldoorlog: van hoe het een Nederlandse stad in die oorlog verging.
Afgeketste kogel
Nog voor dat hij wist dat hij een nieuw boek ging schrijven, kreeg Tamminga de tip dat ‘Jan Heijenk nog leefde’. “Zijn naam zei mij heel weinig, maar ik begreep dat hij de jongste zoon was van de boer die aan Wouter van Benthem onderdak had verleend.” Die laatste naam zei Tamminga wél veel. “Van Bentem was een van de tien mannen uit het verzet die op 31 maart 1945 op de IJsselkade zouden worden gefusilleerd, maar hij overleefde het. Een kogel ketste af op een knoop van zijn jas, waarna hij zich in de IJssel, in de duisternis, verscholen hield. Hij zwom weg, ging aan land en bereikte het huis van Jan Heijenks vader.”
Jan Heijenk, woonachtig in verzorgingshuis Het Spijk in Eefde, bleek als 89-jarige over een “formidabel geheugen” te beschikken, zei Tamminga. “Zo wist hij nog het adres van de ouders van Van Benthem in Den Haag. Ik ben blij dat ik Jan nog heb kunnen spreken, inmiddels is hij overleden.” Ook twee anderen die Tamminga voor het boek interviewde, zijn al niet meer onder ons. Meneer, het is oorlog is een boek van op de valreep.
Voetbalfeest
Het boek bevat tien verhalen. Op verzoek van Arendsen ging Tamminga bij de presentatie in op een “ontzettend leuk verhaal” dat hij had opgetekend. Een tegenstrijdigheid: oorlogstijd en ‘ontzettend leuk’ laten zich niet rijmen. Arendsen: “We weten dat het leven tijdens de oorlog voor veek mensen gewoon doorging, maar er zijn bij het grote publiek niet veel verhalen bekend over hoe dat dan precies ging.”
Het voorbeeld in het boek is een ‘gewoon doorgaan’ in de overtreffende trap. Als het geen oorlog was geweest, was het voetbalkampioenschap van Be Quick in 1944 waarschijnlijk niet zo ongekend uitbundig beleefd. Tamminga: “Er was verder natuurlijk weinig te doen, dus dit kwam als geroepen. Be Quick streed met twee andere clubs om het kampioenschap van de oostelijke klasse: Vitesse uit Arnhem en Borne uit de gelijknamige plaats in Twente. De thuiswedstrijd van Be Quick tegen Vitesse trok negenduizend toeschouwers, onder wie ook veel Arnhemmers: 22 treinwagons vol. Thuisblijvers volgden op het Velperplein een live-radioverslag.
Zutphense supporters reisden op hun beurt massaal naar Borne, waar de beslissende wedstrijd werd gespeeld. Op ’s-Gravenhof verzamelden zich ondanks de kou drieduizend fans: via een draadverbinding werden ook zij getrakteerd op een live verslag. Be Quick won. De aankomst van de kampioensploeg op het station van Zutphen was een gigantische happening, sommigen dachten dat de vrede getekend was.
Jongetje zonder naam
Niets was minder waar. Er stonden Zutphen nog verschrikkelijke gebeurtenissen te wachten. Waaronder het bombardement dat later dat jaar Barlheze en Nieuwstad en omgeving zou treffen. Tamminga werd gegrepen door het verhaal van een jongetje zonder naam, dood gevonden in de Barlheze. “Er is een foto van hem, die staat ook in het boek, er werden lijsten opgehangen van slachtoffers. Maar niemand is ooit voor het jongetje gekomen.” Het jongetje is een tragisch symbool voor de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, en van alle oorlogen.
Arendsen stelde vast dat Tamminga de teksten zonder sentiment heeft opgeschreven. “Het is allemaal zo gruwelijk en onvoorstelbaar dat de emotie er vanzelf toch wel doorheen komt.” ,,Ik ga het boek lezen”, zei Maria Sieders. ,,Kijken of het klopt wat erin staat.” Daar heeft ze alle vertrouwen in.









