
Voorzitter Adriaan van Oosten van de Historische Vereniging Zutphen bestudeert een mortier uit de zestiende eeuw. Foto: Sander Grootendorst
‘De beste Scheppers stoahn an de Wall’: Rees verwelkomt Zutphenaren
GrensnieuwsZUTPHEN – “Ik ben ervan overtuigd dat Rees en Zutphen goede partners kunnen zijn. Twee heel verschillende, buitengewoon interessante Hanzesteden. Hopelijk leidt het samenwerkingsproject ertoe dat we elkaar in de toekomst nog vaak zullen ontmoeten.”
Door Sander Grootendorst
Woorden – ter plekke in het Duits gesproken – van voorzitter Adriaan van Oosten van de Historische Vereniging Zutphen, dinsdag 16 september in Rees am Rhein. Hij richtte zich tot de afvaardiging van de zustervereniging in die plaats, Geschichtsverein Ressa. Aan het einde van een intensieve en boeiende rondleiding waarbij de Zutphenaren waren overgoten met feiten, gebeurtenissen en sagen uit het imposante verleden van de kleine, relatief onbekende Hanzestad die haar weg in de geschiedenisboeken nog een beetje aan het veroveren is. We zijn bezig met een inhaalslag, beaamde de historicus Veit Veltzke, die de ene helft van de Zutphense groep bij de hand nam op de wandeling door het oude centrum van Rees; Michael Scholten, vicevoorzitter van Ressa, begeleidde de andere helft.
De verslaggever van Contact volgde de voetstappen en de stem van Veltzke, die zich al gauw ontpopte als de Michel Groothedde van Rees: evenals de Zutphense stadsarcheoloog weet Veltzke de kennis die hij heeft opgedaan in verband te brengen met het grote geheel, daarbij geholpen door een fabuleus geheugen en een grote nieuwsgierigheid. Op basis van alle informatie op één dag zou je een boek kunnen schrijven in plaats van een krantenartikel.
Een van de verschillen waar Van Oosten op doelde, is het huidige uiterlijk van de steden. Rees werd door de geallieerden aan het eind van WOII vrijwel helemaal verwoest, Zutphen slechts ten dele. Toch doet de binnenstad ook in Rees middeleeuws aan, omdat bij de wederopbouw het oude stratenpatroon behouden bleef en de huizen dezelfde postuur kregen als vóór de oorlog. Onder meer goed te zien in de Hohe Reinstraße, waar Veltzke het gezelschap doorheen loodste. Ook het ruimtelijke beeld van de Markt is nog middeleeuws: naar verhouding opvallend lang en breed. Het Bürgerhaus is hier gevestigd. Daar sprak Van Oosten zijn dankwoord en toonde de Geschichtsverein op een groot scherm foto’s van nog meer weet- en belevenswaardigs uit de Rijnstad, die inclusief omringende dorpen 22.000 inwoners telt (Zutphen bijna 50.000).
Vesting
Een ander verschil wordt bepaald door het uiteenlopende karakter van de rivieren waaraan de Hanzesteden liggen. De Rijn is vele malen breder en stroomt vele malen krachtiger: wat de bewoners van Rees noodzaakte om een imposante vesting op te trekken, in de strijd tegen het water en in de strijd tegen vijandige legers – die wisten de stad niettemin toch binnen te vallen en dan kon je eigen sterkte wel eens je zwakte worden, zoals Veltzke uitlegde bij de overblijfselen van een ‘bastei’ (voorloper van een bastion): Toen de Spanjaarden het in handen kregen, hadden de Reesenaren het nakijken. Tegenwoordig is het terrein een ereveld voor gevallenen in WOII. Om maar aan te geven hoe de geschiedenis locaties steeds weer nieuwe betekenis geeft.
Dat was zo ongeveer een rode draad in de rondleiding, die ook nog een korte boottocht inhield: met het Rääser Pöntje maakten de bezoekers een reisje op de Rijn. De naam van de veerdienst geeft al enigszins aan dat de streektaal van Rees veel weg heeft van die van de Achterhoek, wat ook blijkt uit een opschrift bij een standbeeld van de Rhinkieker – Rees telt sowieso veel standbeelden, oude en nieuwe: “De beste Scheppers stoahn an de Wall”. (De Rhinkieker – Rijnkijker – verwijst naar een journalist die jarenlang het leven in Rees beschreef en ‘kritisch onder de loep nam’).
Er zijn nogal wat dwarsverbanden tussen het Nederrijngebied en het aangrenzende Nederland. Zo hebben ook de Nederlands in vervlogen tijden de stad Rees bezet – waarbij het er naar verluidt niet erg vijandelijk aan toe is gegaan – en zo draagt het museum de naam van Koenraad Bosman, een Nijmeegse ondernemer en kunstverzamelaar. Hier werden de Zutphenaren ’s morgens gastvrij ontvangen en ging de rondleiding van start. In de kelder van het museum bevindt zich een voor het publiek toegankelijke circa vijfhonderd jaar oude kazemat (kleine bunker met schietgaten) en hogerop in het gebouw staat een stadsmaquette waarop het Rees van rond 1650 te zien is. Zoals Zutphen zijn eigen maquette heeft van de IJsselstad in 1485. Smallere rivier, grotere stad, eenzelfde geschiedkundige rijkdom. Wat een verhalen: over de Deventer steenhouwer die een vrouw bleek te zijn (maar niet werd verguisd), over de soldaat met het berenvel, over de vissers die in 1391 graaf Adolf I van Keulen voorbij zagen varen en hem kidnappten...
Hanze-ijs
Tot zover dit artikel. Voordat het daadwerkelijk tot boek uitgroeit. De samenwerking tussen Zutphen en Rees wordt voortgezet. Andere Hanzesteden (Emmerich, Deventer) haken later aan. Euregio Rijn-Waal financiert het project. De nadruk ligt op de Hanzetijd, Veltzke is officieel de ‘Hanzebeauftragte’ (Hanzevertegenwoordiger) van Rees. De stad die overigens, met Michael Scholten als coördinator, toewerkt naar de viering van haar 800-jarig bestaan in 2028. Kan niet missen dat daar ook Zutphenaren op afkomen. Het toerisme in Rees kan zeker een impuls gebruiken, zegt Scholten.
Wie niet speciaal geïnteresseerd is in historie of Rijnlandschap kan, als het weer zich ervoor leent, ook gewoon zo’n groot en lekker uitgevallen Hanze-ijs verorberen, een sorbet, gefabriceerd door ijssalon Roma. De Geschichtsverein bood het de Zutphense gasten bij het afscheid aan. Met een hoofd vol info en een maag vol ijs stapten ze voldaan in de bus huiswaarts.
***
Lees ook: Botanisch Hanzeverbond
Lees ook: Baileybrug oorlogsmonument in Rees dankzij Gendringenaar












