Esther Weijel-Kastan en haar dochter Anneke in Zutphen. Foto Joods Monument
Esther Weijel-Kastan en haar dochter Anneke in Zutphen. Foto Joods Monument

Elf Stolpersteine voor het pleeggezin van Philip en Esther Weijel

Algemeen

ZUTPHEN – De Stichting Stolpersteine Zutphen wil op 14 april 2027 elf Stolpersteine plaatsen ter herinnering aan het Joodse gezin Weijel-Kastan, hun pleegkinderen en andere slachtoffers van de Holocaust. De stenen komen aan de Nieuwstad, in de buurt van de voormalige Van Tilstraat, waar het gezin woonde. De financiering is nog niet helemaal rond. De stichting zoekt daarom gulle gevers die willen bijdragen aan het herdenkingsproject.

De Stolpersteine zijn kleine gedenkstenen in het trottoir, die herinneren aan slachtoffers van het naziregime. In Zutphen moeten elf stenen worden geplaatst voor Philip en Esther Weijel, hun drie kinderen, vier pleegkinderen, Elisabeth Weijel en een huurster. De familiegeschiedenis is uitgezocht door Menno Tamminga, bekend van zijn boeken over de oorlogsgeschiedenis van De Hoven en Meneer, het is oorlog!.

Van slagerij naar pleeggezin
In de jaren dertig had Philip Weijel samen met zijn vader een runderslagerij aan de Nieuwstad. Na het overlijden van zijn vader in 1936 zette Philip de zaak voort. Zijn moeder, Elisabeth Weijel, bleef boven de winkel wonen en verhuurde ook kamers. 

In 1938 verhuisden Philip en zijn vrouw Esther naar de Van Tilstraat. Ze hadden toen al twee kinderen, Meijer en Sallie. Hun derde kind, Anneke, was op komst. Vanuit hun woning hadden ze zicht op de slagerij. Het huis telde zes kamers en bood daardoor ruimte aan meer kinderen. Philip en Esther vingen pleegkinderen op, onder wie kinderen die als moeilijk werden beschouwd.

De eerste pleegkinderen waren Appie (9) en Leo (12), afkomstig uit Amsterdam. In 1939 kwamen Levie (16) en Herman (14) bij het gezin wonen. Eind 1940 namen Philip en Esther ook Klaus op, een achtjarige Duitse jongen die toen al bijna twee jaar door Nederland zwierf en van het ene opvanghuis naar het andere was gegaan.

Oorlog brengt angst en onzekerheid
Nog voordat de oorlog uitbrak, werd Philip gemobiliseerd. Esther wist niet waar haar man verbleef. Na de Duitse inval en het bombardement op Rotterdam vond ze hem ongedeerd terug. 

In de loop van 1941 nam de angst binnen de Joodse gemeenschap toe. De razzia in Amsterdam, waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt en naar concentratiekamp Mauthausen werden gebracht, maakte diepe indruk. Philip en Esther namen in die periode nog een Duitse jongen in huis: de elfjarige Gerd.

Levie keerde terug naar Amsterdam. Daar werd hij in 1942 opgepakt en nog datzelfde jaar in Auschwitz vermoord. Ook Philip werd in 1942 gearresteerd. Via Kamp Amersfoort en Kamp Westerbork werd hij naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij dwangarbeid moest verrichten. Hij overleed op 35-jarige leeftijd.

Esther bleef achter met zeven kinderen. In februari 1943 moest ze op last van de bezetter naar Amsterdam verhuizen. Haar schoonmoeder Elisabeth ging met haar mee. De nieuwe woonplek bood echter geen bescherming. Op 18 mei werden Appie en Leo weggevoerd. Op 11 juli werden Esther, haar drie kinderen en Elisabeth uit huis gehaald. Zij werden allemaal in Sobibor vermoord. Ook de pleegkinderen Klaus en Gerd overleefden de oorlog niet. Herman wist de vervolging wel te overleven. Hij werd van het ene kamp naar het andere gesleept en in april 1945 in Dachau bevrijd door het Amerikaanse leger. Hij was toen nog geen twintig jaar oud.

Aanleiding voor het onderzoek
Menno Tamminga kwam de familie Weijel op het spoor tijdens eerder onderzoek naar de Joodse jeugdvereniging Libie Bamizrach. Voor een nabestaande had hij de lotgevallen uitgezocht van de 33 leden van de vereniging, waarvan de naam ‘het licht is in het oosten’ betekent. “Toen viel me op dat er twee leden waren met verschillende achternamen en als adres de Van Tilstraat. Maar ze heetten geen Weijel, zoals de hoofdbewoner. Ik dacht: dat moet ik nog eens uitzoeken”, vertelt Tamminga. Dat leidde tot verder onderzoek naar het gezin Weijel-Kastan en de kinderen die bij hen een thuis hadden gevonden.

Bijdragen voor de gedenkstenen
De Stichting Stolpersteine Zutphen wil de elf stenen op 14 april 2027 plaatsen. Als er voldoende geld binnenkomt, wil de stichting naast de stenen ook een boekje laten maken met het uitgebreide verhaal van Menno Tamminga over de familie Weijel. Wie wil bijdragen aan het project, kan geld overmaken naar rekeningnummer NL 46 RABO 0375 3684 69, ten name van Stichting Stolpersteine Zutphen.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant