
De Mooiste Gezichten van Zutphen
AlgemeenIn Zutphen begon fotograaf Frank Mossink ruim drie jaar geleden met het portretteren van opvallende stadsgenoten. Zijn fascinatie voor portretten deelde hij op social media, waar het snel aansloeg bij een breed publiek. Eind 2023 vierde Mossink zijn 100e portret, en vanaf 2024 is de serie te bewonderen in Contact Zutphen-Warnsveld.
Door Frank Mossink
Het Mooiste Gezicht van deze week werd geboren in de Laarstraat in Zutphen, als vijfde in een gezin van twaalf kinderen. Een druk huishouden, met altijd leven om haar heen, maar vooral ook veel warmte. Haar vader had een aannemersbedrijf en haar moeder hield het grote gezin draaiende. “Ze zei altijd: het is me nooit een last geweest.” Die zin is haar altijd bijgebleven. Zelf voelde ze al jong verantwoordelijkheid. Terwijl andere kinderen buiten speelden, maakte zij tussen de middag snel de bedden op voordat ze weer naar school moest, simpelweg omdat ze zag hoeveel werk haar moeder had.
Na haar veertiende bleef ze thuis om haar moeder te helpen in het huishouden. Tien jaar lang runde ze samen met haar het gezin. Eigenlijk had ze verpleegkundige willen worden, maar die droom schoof opzij voor het gezin. Toch kijkt ze zonder spijt terug. Zorg dragen voor anderen zat van jongs af aan in haar karakter. Via het Leger des Heils ontmoette ze haar man, zes jaar ouder en al snel de liefde van haar leven. Samen begonnen ze hun leven in een bovenwoning aan de Weg naar Laren. Daar werden hun drie zoons geboren. Toen de woning te klein werd, verhuisden ze via de Keppelstraat uiteindelijk naar de Pagematestraat, waar ze maar liefst 44 jaar woonde. Een huis waar het gezin groeide, muziek klonk en herinneringen werden gemaakt.
Het Leger des Heils liep als een rode draad door haar leven. Niet alleen de diensten en de muziek, maar vooral het contact met mensen gaf haar energie. Ze gaf bijbellessen aan kinderen, leidde jeugdgroepen en zette zich jarenlang in voor het jeugdwerk. Een van haar mooiste herinneringen is het jaarlijkse kamp in Ommen, waar ze met dertig jongeren een week verbleef. Er werd eindeloos gespeeld, van zeskampen tot avondspellen, en ’s avonds zat iedereen gezellig bij elkaar. Hoogtepunt was altijd de bonte avond, waar iedereen iets mocht opvoeren, alleen of samen. “Dat was ieder jaar zo’n ontspannen en fijne week,” vertelt ze glimlachend. Ook rond kerst zat ze nooit stil. Samen met Wim Pieters studeerde ze met zo’n dertig jongeren musicals in voor het bejaardenkerstfeest in de Buitensociëteit. Wekenlang oefenen, regelen en repeteren, maar altijd met succes.
Muziek speelde sowieso een grote rol in haar leven. Haar vader dirigeerde jarenlang het muziekkorps van het Leger des Heils en zijzelf was zestig jaar muzikant. Ze begon op de bariton en speelde later trombone, haar favoriete instrument. Inmiddels is het korps verdwenen en zijn veel oude bekenden overleden, maar de verbondenheid voelt ze nog steeds.
Het leven bracht ook verdriet. Haar man overleed aan longkanker, meerdere broers en zussen vielen weg en ook zij kreeg met ziekte te maken. Toch overheerst geen bitterheid. Ze woont nu al vijf jaar met plezier in het Bornhof, geniet van het uitzicht, drinkt koffie met buurvrouwen en fietst nog zelfstandig op haar elektrische fiets. Twee keer per week helpt ze nog steeds in de tweedehandswinkel van het Leger des Heils. “Zolang ik het kan, waarom zou ik het niet doen?”
Misschien typeert juist dat haar het beste: altijd in beweging blijven voor anderen, met warmte, trouw en aandacht voor de mensen om haar heen. De betrokken vrouw over wie ik schreef, is niemand minder dan Truus Krüger-Ruysink.
Facebook ‘Frank Mossink’








