Burgemeester Wimar Jaeger feliciteert Ridder Michel Groothedde. Foto: gemeente Zutphen
Burgemeester Wimar Jaeger feliciteert Ridder Michel Groothedde. Foto: gemeente Zutphen

Archeoloog Michel Groothedde geridderd: ‘Zutphenkundige par excellence’

Algemeen

ZUTPHEN – Twee Zutphense broers, allebei Ridder in de Orde van Oranje Nassau. De eerste was muziekproducer Gordon Groothedde, hij werd vorig jaar benoemd. Zaterdag was het de beurt aan stadsarcheoloog Michel Groothedde. “Ik vind het echt een geweldige eer.”

Door Sander Grootendorst

De locatie was dezelfde: de trouwzaal van het oude stadhuis. De man die het bijbehorende lintje opspeldde ook: burgemeester Wimar Jaeger. De bezoekers waren deels dezelfden – familieleden die het nieuws tot zaterdagmorgen tegen tien uur geheim hadden moeten houden.

Groothedde dacht dat hij op de eerste van de twee Open Monumentendagen bij de presentatie van een nieuw stripboek werd verwacht, dat was ook zo, maar er kwam iets tussen. Hoe symbolisch: de zelfbenoemde Ridders van Gelre, bekend van hun geschiedenisprogramma’s bij Omroep Gelderland, loodsten hem met een smoes naar de bijeenkomst, waar hij samen met zijn echtgenote Eveline onder luid applaus werd ontvangen. Vlak voordat ze gingen zitten om te worden toegesproken, zag je Eveline even omkijken naar het gezicht van haar man. Hoe zou hij reageren? Michel was duidelijk oprecht verrast. “Ik vind het echt een geweldige eer”, zou hij later in zijn dankwoord zeggen. “Ik zit tegen de ontroering aan, maar dat houd ik nog even voor me.”

De burgemeester en conservator Christiaan te Strake van Musea Zutphen hadden de kersverse Ridder uitgebreid lof toegezwaaid.

Jaeger merkte op dat Sabine Frijhoff in de zaal zat, de weduwe van de eerder dit jaar overleden Willem Frijhoff, gelouterd geschiedkundige met een voorliefde voor Zutphen, die in zijn publicaties benadrukte hoe onterecht het was dat Zutphen (en Gelre) in de vaderlandse geschiedenisboeken zo’n ondergeschoven kindje was. Ook noemde Jaeger Frijhoffs negentiende-eeuwse voorganger Reinier Willem Tadema. De derde in deze rij belangwekkende figuren die de rijke geschiedenis van Zutphen hebben bestudeerd en onder de aandacht van velen gebracht is Michel Groothedde, betoogde Jaeger. 

“Je bent op een uitzonderlijke manier in staat om fundamenteel onderzoek te doen, om als archeoloog veel boven de grond te halen, zogezegd, maar ook – en dat is misschien nog belangrijker – om dat zodanig te presenteren dat het voor de hele wereld niet alleen begrijpelijk wordt, maar ook woest aantrekkelijk.” “Je hebt ongelooflijk veel blootgelegd, uitgelegd en opgeschreven over deze gemeente. Met als absolute hoogtepunt het complexe historische vraagstuk rond de Zutphense Palts (middeleeuws paleis, SG), waarop je ook bent gepromoveerd.” 

Gigabytes
Jaeger en Te Strake roemden Grootheddes aandeel in de cursus Zutphenkunde. Jaeger: “Ook daar geef je ons het historisch perspectief mee dat van belang is voor de identiteit van een gemeente, en van gemeenschap.” Te Strake: “Sinds 2014 is Michel een bevlogen docent in deze cursus. Uiteraard samen met andere docenten van het Erfgoedcentrum. Want Michel is ook een teamspeler. Maar wat mij betreft is hij dé Zutphenkundige par excellence. Ik kan altijd bij hem terecht voor een grote lijn of het allerkleinste detail. Michel Groothedde staat altijd aan. En dat er zoveel gigabytes aan informatie in dat hoofd passen, dat is het Zutphensche mirakel. Hij heeft de geschiedenis van de stad in de afgelopen 25 jaar herschreven.”

Kort samengevat: Of het nu de prehistorie is of het recentere verleden, als Michel Groothedde zijn licht erop laat schijnen, worden de dwarsverbanden helder. Ogenschijnlijk geïsoleerde ontdekkingen krijgen een plaats: van het in Zutphen aangetroffen kiesje, een van de oudste menselijke vondsten in Nederland, tot het kwadrant, een meetinstrument van rond 1300. Jaeger noemde specifiek Grootheddes kennis van de Hanzetijd (dertiende, veertiende eeuw) en hij deed een gewaagde voorspelling: “De zeventiende eeuw wordt nu als Gouden Eeuw beschouwd, maar wat je nu heel schuchter al hoort zeggen, wordt verder doorgetrokken: de Gouden Eeuw gaat verschuiven naar de Hanzetijd. Het wordt de nieuwe waarheid van de Nederlandse geschiedenis.” Aan die ontwikkeling heeft Groothedde “een enorme bijdrage geleverd”, aldus Jaeger.

Die bijdrage gaat verder dan alleen Zutphen (en Doesburg, waar hij ook actief is). Het Kapittel voor de Civiele Orden, dat de regering adviseert over voorstellen voor een koninklijke onderscheiding, schrijft in zijn aanbeveling dat Groothedde “een voor Nederland uiterst belangrijke vorm van archeologisch onderzoek heeft voortgebracht” – juist door Grootheddes gave om connecties tussen vondsten en gebeurtenissen aan te tonen en inzichtelijk te maken.

Eerste scherfjes
In zijn dankwoord vertelde Groothedde (geboren in 1967) dat hij “in 1976 al z’n eerste scherfjes opraapte op een akkertje in de Zuidwijken.” Op de vraag van de burgemeester wat het verhaal is achter twee zo getalenteerde en gedreven broers, ieder op hun eigen terrein, antwoordde Groothedde: “Het zal een ongrijpbaar stukje van ons dna zijn, maar wat mij betreft is het zeker ook de fascinatie die Zutphen bij mij als kind al opriep. Zoveel verhalen die ik nog niet kende, verborgen in huizen en kelders. Zo ontstond mijn passie voor archeologie: ik wilde die verhalen onstluiten. Ik ben dat altijd met alle overgave blijven doen. En ik sta elke keer weer verbaasd dat we met ons team nog altijd mooie verhalen naar boven weten te brengen. Ik denk dat ik daar nog tot het eind van mijn leven mee bezig zal blijven.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant