
Wim Aldershoff, neef van Arie de Zeeuw, overhandigt symbolisch een kaart uit de verzameling aan burgemeester Annemieke Vermeulen. Foto: Henk Derksen
Collectie Kaarten-Arie ‘enorm cadeau’ voor Zutphen
AlgemeenZUTPHEN - ‘Kaarten-Arie’ was de bijnaam van Arie de Zeeuw, Zutphenaar in hart en nieren. Hij bouwde een cartografische verzameling op van nationaal belang. Die is donderdag officieel overgedragen aan de gemeente Zutphen. “Oom zou het geweldig hebben gevonden.”
Door Sander Grootendorst
Donderdag exact negentig jaar geleden werd Arie geboren aan de Berkelsingel; alleen gedurende zijn studietijd woonde hij niet in Zutphen, maar in Utrecht. Hij werd aardrijkskundeleraar op het Baudartius. Begin dit jaar is hij overleden.
De sprekers op de bijeenkomst in het auditorium van Musea Zutphen hadden waarderende, liefdevolle woorden voor Arie in petto. Museumdirecteur Tiana Wilhelm kon er niet bij zijn, zij richtte zich tot het publiek in een videoboodschap: “Er gaat geen dag voorbij of ik denk aan Arie. Wat hij ons geschonken heeft is een enorm cadeau. En dat op zijn verjaardag. Hopelijk kijkt hij van boven goedkeurend toe. En kunnen we nog generaties lang van zijn kaarten genieten.”
Peter van der Krogt, conservator bij het Allard Pierson Museum in Amsterdam, kende Arie ook. In de wereld van de historische cartografie komen degenen die beroepshalve met het vak bezig zijn op een wederzijds respectvolle manier in aanraking met verzamelaars en handelaars, legde Van der Krogt uit. “Handelaars tippen wetenschappers als ze iets interessants tegenkomen en geven gelegenheid om het te bekijken. Verzamelaars hebben altijd veel specifieke kennis. Arie wist alles over de cartografie van het graafschap Zutphen. Wetenschappers zijn meer generalist. Maar wij kunnen dan weer achtergronden geven, daarvoor bieden we ook cursussen aan. Arie volgde medio jaren tachtig een cursus bij prof. dr. Günter Schilder. Hij liet zich ook zien bij studiedagen en congressen.”
De samenwerking tussen professioneel en niet-professioneel (maar wel zeer kundig) uit zich bovendien in publicaties. Zo gaf Arie een kijkje in zijn kaarten voor een onlangs verschenen boek over Gelderse cartografie.
Arie was vastbesloten, zijn collectie moest bij zijn overlijden naar het plaatselijk museum. Conservator Christiaan te Strake van Musea Zutphen: “Hij verzamelde ook kaarten van andere gebieden, bijvoorbeeld van Utrecht. Ik heb een keer geopperd om die te ruilen als ze in Utrecht iets bijzonders van Zutphen hadden. Tiana Wilhelm, burgemeester Gerritsen en ik zaten de volgende dag voor straf bij Arie op de bank, we kregen te horen dat hij zijn hele verzameling zou overdragen…” Arie was vrijwilliger in het museum en noemde Ter Strake zijn ‘baas’. “Maar eigenlijk was ik zijn leerling”, zei Te Strake.
Overigens verzamelde Arie ook prenten, veelal wel gelinkt aan de cartografie. In totaal beslaat de verzameling zo’n vijftienhonderd objecten, allemaal genummerd met een Z, verwijzend naar ‘Collectie de Zeeuw’. Er zit een compleet deel van een kostbare Blaeu-atlas bij. Te Strake kende lang niet alle stukken, ook al bezocht hij Arie vaak op ‘kaartavondjes’, zoals hij zei. ‘Kaarten-Arie’ heette ook wel ‘analoge Arie’, omdat hij weinig op had met het digitaliseren van zijn informatie; dat is tot nu toe dan ook maar ten dele gebeurd, het museum gaat ermee verder.
“Oom zou deze dag geweldig hebben gevonden”, zei Aries neef Wim Aldershoff. Hij overhandigde aan burgemeester Annemieke Vermeulen symbolisch een van de kaarten uit de collectie. Daarmee was de overdracht bezegeld.
De betreffende kaart van Delft is momenteel ook bij de Vermeer-tentoonstelling in Dresden te zien. Te Strake bezocht die tentoonstelling. “Ik zag die kaart en dacht wat ik altijd als eerste dacht als ik een historische kaart onder ogen kreeg: Zou Arie hem ook hebben?” Dat bleek in dit geval zo te zijn.
“De familie hing altijd aan zijn lippen”, zo boeiend kon Arie over kaarten vertellen, zei Aldershoff. Het ‘zaadje’ voor de kaartenliefde van zijn oom is waarschijnlijk geplant door zijn vader. “Hij gaf aan zijn zoon de oude Bosatlassen die hij als leraar niet meer nodig had en Arie mocht daar altijd graag in bladeren…”
Een deel van collectie van Arie de Zeeuw is in het museum te bezichtigen tot en met 28 november.











