
Indrukwekkende herdenking ‘apotheose’ voor de Hovenaren
MaatschappijZUTPHEN – De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in De Hoven is eindelijk vastgelegd voor het nageslacht. In een aangrijpende film en een aangrijpend boek. Maandag, exact tachtig jaar nadat de Zutphense wijk aan de westkant van de IJssel werd bevrijd – een week later dan de rest van de stad – werden beide documenten gepresenteerd. De film ook al zaterdag, op het levensgrote scherm van bioscoop Cinemajestic, dat vrijwel tot de laatste plaats bezet was.
Door Sander Grootendorst
Samen met de herdenkingsbijeenkomst aan de Weg naar Voorst onder aan de brug maandagmorgen vormden de activiteiten de ‘apotheose’ waar de Hovenaren maanden-, zo niet jarenlang naartoe hebben geleefd. Zo zei Ed Radstake het, een van de mensen achter de film. Hij sprak het publiek toe in de bioscoop én in de voetbalkantine van ZVV De Hoven, waar de film (voor sommigen ten tweeden male) werd vertoond, en waar het boek, geschreven door Zutphenaar Menno Tamminga, ten doop werd gehouden.
Ook voorzitter Zwier van Mul van het herdenkingscomité drukte zich kernachtig uit: “Indrukwekkend, zeer indrukwekkend”. Dat zei hij bij het monument, waar burgemeester Wimar Jaeger samen Lois en Jorick, twee leerlingen van de Jenaplanschool, een krans had gelegd en waar hij zich in zijn toespraak voornamelijk tot de kinderen had gericht. Waar, door de scholieren en door Gerrie Meijboom gedichten werden voorgedragen en waar doedelzakmuziek werd gespeeld door vier leden van the Seaforth Highlanders of Holland Memorial Pipes and Drums. Het waren de Canadese Seaforth Highlanders De Hoven op 14 april 1945 de vrijheid brachten.
Een stoet van Hovenaren en andere belangstellenden was van de voetbalkantine naar de herdenkingsplek gewandeld, achter de muziek aan.
Deze saamhorigheid kenmerkte de Hovenaren ook al in de oorlogstijd, blijkt uit de film van cineast Stef Beumkes, die op beklemmende wijze de zinloze verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog in beelden heeft gevat. Je ziet bijvoorbeeld hoe de bewoners, jong en oud, hun vertrouwde wijk moeten ontvluchten. Met als bijzonderheid, die het extra aangrijpend maakt, dat die rollen worden gespeeld door mensen die nu in De Hoven wonen, of er een connectie mee hebben. Dezelfde mensen die ook in de bioscoopzaal zaten. In de film met oude kloffies aan, in Cinemajestic met nieuwe. Onder anderen ook Zwier van Mul en Ed Radstake treden op als figuranten. En ‘de twee Heufse Gerries’ – Willemsen en Meijboom – die “de bron zijn van heel veel historische informatie” over de wijk, aldus Radstake.
Volgens hetzelfde principe wisselt Beumkes in de film oude zwart-witopnamen af met nieuwe beelden. Nog levende getuigen komen aan het woord, onder wie Riek Abbink. Zij zat in de schuilkelder toen op die laatste oorlogsdag een fosforgranaat insloeg die haar moeder en nog zes anderen, onder wie Gerrit Wesselink (9) en zijn zus Jootje (11) het leven zou kosten.
Een prachtige vondst is het einde van de film waarin twee jonge figuranten, Sanne en Feline, juist weer in hedendaagse kleding, in de hedendaagse Hoven, in beeld komen en uit beeld wegrennen: de toekomst tegemoet. “Ik wilde dit heel graag als slot”, zei Beumkes. “Om aan te geven dat de mensen trots kunnen zijn op De Hoven.”
Oscar
Ed Radstake zette na afloop van de vertoning in Cinemajestic het jonge duo in het zonnetje. Met romgeroffel door het publiek op de bioscoopstoelen en al. “Geen Oscar, maar Zutphen is het Hollywood aan de IJssel, dus natuurlijk wel een prijs.” (Een prijs met chocola erin, eenmaal buiten zaten de meisjes ervan te smullen).
De in totaal 33 figuranten waren, ondanks de tragiek van de film, maar vanzelf gestimuleerd door de positieve slottonen, in goede stemming. “Je kunt het zien hè, we zijn allemaal natuurtalenten.”
Nog een getal: 46 sponsoren, groot en klein, uit De Hoven en omgeving maakten de film financieel mogelijk. Weer een teken van saamhorigheid.Menno Tamminga dankte nadrukkelijk die sponsoren in zijn toespraak in de voetbalkantine. “Zonder hen zou ik hier niet met dit boekje gestaan hebben.” Hij kreeg ook alle medewerking van Hovenaren en ex-Hovenaren, zodat hij hun verhalen kon optekenen. De Hoven, onze wijk, ons verhaal ons verdriet wordt in de wijk huis aan huis verspreid.
“Het is een boek over gewone mensen”, zei Tamminga. “Gewone mensen uit De Hoven in de meest ongewone tijd... de tijd van oorlog en bezetting. Juist omdat het zo ongewoon was, deed men alle moeite... om het gewone van het leven zo lang mogelijk vast te houden. Zeker voor de kinderen. Sinterklaas werd elk jaar ouderwets gevierd, totdat het in 1944 niet meer kon. Er werd geschaatst en gevoetbald. De Hoven werd kampioen in 1944. De keeper van dat elftal heette Wim Marskamp. Die zat met zijn vader, Evert-Jan Marskamp, in het verzet. Hij had in zijn huis een Joods gezin als onderduikers. Die nam hij gewoon mee toen hij zelf ging onderduiken omdat de grond hem te heet onder de voeten werd.”
Eye-opener
Tamminga komt zelf uit de Randstad. “Het was voor mij een eye-opener dat de Tweede Wereldoorlog in De Hoven, in Zutphen en in Warnsveld totaal anders is verlopen dan zoals ik ooit in Amsterdam op school had geleerd.”
Zo goed en zo kwaad als het ging hebben die Hovenaren zich door de oorlogsjaren heen geslagen. Vijfentwintig van hen redden het niet: hun namen zijn te lezen op de herdenkingsplek. Met die van de veertien militairen die in en rond de wijk het leven lieten gedurende die tijd, waarvan iedereen zegt – de burgemeester in zijn toespraak, de basisscholieren gezamenlijk in hun gedicht –: “Dit nooit meer!”











