Suzanne Biewinga heeft haar bul ontvangen en wordt toegesproken door haar promotor, de filosoof prof. dr. René Boomkens. Foto: Frans Rentink
Suzanne Biewinga heeft haar bul ontvangen en wordt toegesproken door haar promotor, de filosoof prof. dr. René Boomkens. Foto: Frans Rentink

Zutphense promoveert op ‘onalledaags en moedig’ onderzoek naar ouder worden

Maatschappij

AMSTERDAM/ZUTPHEN – Je bent nooit te oud om de doctorstitel te behalen. De Zutphense Suzanne Biewinga (70) volbracht woensdagmiddag in Amsterdam met succes een jarenlange missie. In de Agnietenkapel, Nederlands oudste collegezaal, verdedigde ze haar proefschrift ‘Ouder worden als ervaring’. Na afloop ontving ze haar bul. Een kleine vijftig Zutphenaren waren met een speciaal voor de gelegenheid gearrangeerde bus naar de hoofdstad gereisd.

Door Sander Grootendorst

Ruim vantevoren arriveren Biewinga, echtgenoot Hans la Rose (ex-wethouder), haar nicht Marieke Woensdrecht en vriendin Lieke bij de poort van het gebouw aan de Oudezijdsvoorburgwal. De Agnietenkapel is de wieg van de huidige Universiteit van Amsterdam. Een beetje zenuwachtig is de promovenda wel, al heeft ze zich goed voorbereid. La Rose is misschien nog een tikkie nerveuzer. “Dichte mist vanmorgen hè? Als de bus maar op tijd is!” Ze hebben zelf in een hotel overnacht. “Voor alle zekerheid.” Op je eigen feestje wil je niet te laat komen.

Gelukkig, in de verte komen de eerste van passagiers aangewandeld over de brug. De meesten hebben zelf meegedaan aan het onderzoek waarop Biewinga’s proefschrift is gebaseerd. “Dus hier willen we natuurlijk bij zijn.”

De collegezaal bevindt zich op eerste verdieping. Marieke Woensdrecht opent de bijeenkomst. Zij heeft de functie van ‘paranimf’ – de officiële begeleidster van de promovenda. De tweede paranimf is Cor Witbraad, in Zutphen bekend van tal van culturele functies. Woensdrecht introduceert nóg een mooie term: ‘pedèl’ – degene die begin en einde van de promotie-vragenronde aangeeft. Klinkt heel archaïsch, maar de rol wordt vervuld door een jonge vrouw, en ook de voorzitter van het promotiecollege behoort zeker niet tot de doelgroep van Biewinga’s studie. De traditie blijft dus levendig; en bekijk je de lijst van de overige promovendi deze maand zijn dat allemaal jongeren. Zeker in de definitie die Biewinga er in de loop van haar verdediging eraan geeft: nog-niet-gepensioneerden. Er loopt een duidelijke scheidslijn.

Lekenpraatje
Voorafgaand aan de ondervraging houdt Biewinga het zogenoemde lekenpraatje, waarin ze aan niet-deskundigen over haar proefschrift vertelt. Enigszins tegenstrijdig, zegt ze, want de ‘deskundigen’, ‘ervaringsdeskundigen’ om precies te zijn – de ouderen die ze heeft geraadpleegd – zitten vandaag in de zaal.

 Een proefschrift gaat uit van een bepaalde vraagstelling. De hare omschrijft Biewinga als “het complexe en nieuwe vraagstuk van de betekenis van ouder worden in de eenentwintigste eeuw”.

“Nooit eerder werden zoveel mensen zo oud als nu. Wij leven in grote getale onze lange levens, terwijl de wereld om ons heen razendsnel verandert.” Per persoon zijn er vanzelfsprekend verschillen, zegt Biewinga, “maar er is een sterke collectieve invloed van demografische ontwikkelingen, in de politiek, techniek, economie en cultuur.”
In haar onderzoek richtte ze zich op “het culturele aspect”. Een oudere weet zich onderworpen aan twee stereotypen, stelt de promovenda: “Het ene vertelt je dat je jong moet blijven, vitaal, actief. Dat lijkt aantrekkelijk, maar ontkent de waarheid van het ouder woeden. Als ouder ben je van alles, maar niet jong.”
“Het tweede zegt dat ouder worden ‘alleen maar verlies’ is. Van een vrolijke werkfase beland je in een fase die je zo weinig goeds te bieden heeft, dat je die misschien liever niet wil meemaken.”

Als je zelf op leeftijd komt, ontdek je al gauw dat beide stereotypen maar voor een klein deel op waarheid berusten, aldus Biewinga.
Oftewel: het proces van ouder worden verdient een andere omschrijving, die uitgaat van wat ouderen zelf werkelijk ervaren. Niet wat anderen (jongeren) daarover verkondigen. “Het doel van mijn onderzoek was dan ook: ruimte creëren voor een nieuwe manier van spreken over ouder worden.”

Ze pakte haar onderzoek op als experiment. “Ik besloot het te onderbouwen met drie pijlers. De eerste: filosofische groepsgesprekken met ouderen.  Het werden er 92 in totaal.” Ze gaf er de benaming ‘filosofische werkplaats’ aan. “Daar werden bouwstenen gelegd voor de nieuwe semantische (betekenisvolle, red) ruimte die ik wilde creëren. Ik wisselde de gesprekken af met de tweede pijler: het werk van hedendaagse denkers en wetenschappers.”
Voor de derde pijler greep ze greep terug op “de antieke Grieken en Romeinen”: “Met hun blik op het ouder worden doorbraken ze de vanzelfsprekendheid van onze hedendaagse manier van denken.”

Eigenwaarde
Al pratend en samen filosoferend – als in de klassieke Oudheid – kwamen de deelnemers op woorden die passen bij hun eigen ervaringen. Het werd een “rijke en vruchtbare dialoog”, zegt Biewinga. De deelnemers presenteerden ziczhelf als “verlangende, belichaamde, sociale en eindelijke wezens” en formuleerden kernbegrippen als “levensmoed, inzet van je levenservaring, interesse in anderen en: behoud van je gevoel van eigenwaarde, je persoonlijke waardigheid.”

In het streven om daaraan invulling te geven, staan ouderen er niet alleen voor. Biewinga: “Er zijn bondgenoten: beleidsmakers, opinieleiders, wetenschappers, jongere mensen die solidair zijn of vooruitkijken naar hun eigen toekomst. Die beseffen dat mens zijn betekent: mens worden. Omdat wij allemaal bewegen in de tijd.”

De meeste elementen uit haar ‘lekenpraatje’ keren daarna terug in Biewinga’s antwoorden op de vragen van het promotiecollege. De collegeleden zijn complimenteus maar streng: Waarom heeft Biewinga bijvoorbeeld niets vermeld over de achtergronden van de gespreksdeelnemers, wil dr. Aagje Swinnen (Maastricht Universiteit) weten. De promovenda legt uit dat haar onderzoek op de eerste plaats een gezamenlijke filosofische verkenning wil zijn, die hopelijk aanleiding geeft tot gedifferentieerd vervolgonderzoek. 

Hora est
Ook de andere collegeleden weten nergens een speld tussen te krijgen. Hans la Rose is strategisch op de voorste rij gaan zitten om zijn vrouw in geval van nood met gebarentaal bij te staan, maar hij hoeft niet in actie te komen: ze slaat zich er welbespraakt doorheen. De pedèl verschijnt weer ten tonele met haar rammelende staf en zegt: “Hora est”. Het is tijd!

Na een korte beraadslaagpauze keert het college terug en krijgt promotor filosoof prof. dr. René Boomkens het woord: Biewinga is geslaagd en mag zich voortaan doctor noemen. Hij overhandigt het diploma en feliciteert haar met haar “omvangrijke, belangrijke onderzoek”, noemt het “onalledaags, moedig en riskant”: het balanceert immers op de grens van de academische en de lekenwereld, maar voldoet volgens het college desondanks aan alle maatstaven.
Co-promotor Els van Wijngaarden: “Op geheel eigen wijze heb je een promotietraject vormgegeven. Niet alleen wetenschappelijk, ook maatschappelijk relevant en persoonlijk doorleefd. Met gestaag doorzettingsvermogen is het je gelukt.”

Op teken van de voorzitter mag het publiek eIndelijk applaudisseren. Dat doet het een half uur later nogmaals, als Suzanne Biewinga restaurant Het Groene Paradijs betreedt, waar het gezelschap al aan de appeltaart zit. De zeventigers en tachtigers zijn op gemoedelijke toon hier en daar alweer aan het filosoferen. Binnenkort kan dat aan de hand van Biewinga’s boek (uitgeverij Boom), met dezelfde titel als het proefschrift. Volgende maand komt het uit. Het laatste woord over ouder worden is nog lang niet gesproken, niet op de universiteit en niet daarbuiten. Zegt het voort! 

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant