Afbeelding

Gesloopt

Koop lokaal

Niet bruingebrand-, maar wit bedekt zijn we; met een laagje gruis dat overal doorheen sijpelt. Op onze gezichten vormt zich permanent de afdruk van een stofkap, onder wallen die tot de balklaag reiken. Klushulp tipt me voor het wegrijden de witte laag onder mijn neus even te poetsen. ‘Anders bieden ze je zo een zakje aan.’ Ik lach en laat het gaan. ’t Is namelijk nog vele malen erger met mijn haar; een stugge bos die mijn toekomstcoupe verraadt. Mat en grijs stuif ik de supermarkt in, vanwege tempo en al dat van mij afwaait. Nog net voor sluit kies ik een snelle maaltijd uit. Achter het fornuis dagdroom ik dat mijn spatel een breekijzer is en de pan een kruiwagen. Zo gaan de dagen.

Flarden van een zomer zonder zon; groene straat met dito inwoners. Brede stoep, met daarop een aanhangwagen vol troep. Een gewild parkeervak met een container erop, vanwege afval dat nooit stopt. Langs de kanten wanden stutten tot hoger en dan in het donker het net er weer over.

Nieuwe buren komen roulerend aanwaaien, nemen druifjes uit eigen tuin mee en ijsjes. Ze hebben de leegstand van dit pand zien ontstaan, waren benieuwd wie er wonen gingen en de bouwval aan. ‘Ik wist niet’, zeggen ze ‘dat er nog meer resten uit dit huis konden komen.’ En wij maar lopen; met emmers vol antiek stucwerk, vergeeld keramiek, gedateerde strips en losse bakstenen. Steeds iets dieper door de benen, langs een tuin vol schroten. Er hangt een wandbeugel naast de voordeur, die leek ons wat overbodig. Nog even en ik heb ‘m nodig.

Vroeger was het begrip ‘puinruimen’ trouwens een veel gebezigde term in mijn ouderlijk huis. We hebben alleen nooit verbouwd. Ik moet er veel aan denken wanneer ik met een schuif brokstukken tot een hoop vorm. Het is een handeling waarbij de schep een onheilspellend snerpend geluid over de ondervloer maakt en alles telkens stoffig raakt. We letten bij lawaai maken overigens wel een beetje op de tijd, de straat trilt al genoeg van onze aanwezigheid.

De buurman schuurt zijn erker, ik speel met het plan hem te vragen of het zachter kan. Gniffelend voer ik hele gesprekken met mezelf, het is fijn je gedachten te kunnen horen tijdens repetitieve taken. De gang naar de aanhanger te maken, krammen uit balken te wrikken, laagjes van vensterbanken te vegen en met een haperende radio mee te zingen. En dan de volgende dag weer van voor af aan te beginnen.

Tot jij op een vermoeide zondag ineens zei: ‘Zullen we vandaag niet gaan?’ En we toen naar zee zijn gegaan. Even geen stukjes huis-, maar zand tussen de tenen. Niet aan een fundament-, maar een zandbult bouwen.
En op de getijden vertrouwen.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant