
Negen verhalen van Chris te Winkel postuum gepubliceerd
CultuurVORDEN/WINTERSWIJK – Chris te Winkel (1942-2021) is niet meer, maar hij leeft voort in zijn verhalen en gedichten. Drie boeken werden er van hem gepubliceerd in de periode 1973-1975. Vorig jaar verscheen postuum de ‘pastorale detective’ De heilige praters. Afgelopen woensdag de bundel Het boek van de kleine wereld: negen verhalen (waarvan er één is samengesteld uit losse fragmenten) die zijn weduwe Erna te Winkel liefdevol opdiepte uit de nalatenschap van haar man.
Door Sander Grootendorst
De gitarist heet een van de verhalen. Het gaat over een jongen met een windbuks, niet met een gitaar. Maar dankzij wat Erna tijdens de boekpresentatie bij Bruna in Vorden vertelde, en dankzij de herinneringen van vele Vordenaren die bij Chris te Winkel in de klas hebben gezeten – in de school aan Het Hoge – weet je dat hij bekend stond als ‘de meester met de gitaar’, dat hij een een goede, maar ietwat zonderlinge onderwijzer was, iemand die je de rest van je leven niet meer vergeet.
Omdat je die informatie hebt, lees je een verhaal dat De gitarist heet maar waarin schijnbaar geen gitaar voorkomt dus met andere ogen. Te Winkel schreef dit verhaal in zijn geboorteplaats Winterswijk, in 1969. Niet met het oog op publicatie, er zouden sowieso geen boeken van hem zijn uitgegeven als zijn vrouw Erna, buiten Christiaans medeweten, begin jaren zeventig geen manuscript naar uitgeverij Querido zou hebben gestuurd.
“We zijn je daar nog altijd dankbaar voor”, zei de Vordense literatuurkenner August Hans den Boef, die het eerste exemplaar uit handen van Erna ontving. Den Boef heeft de bundel voorzien van een woord vooraf. Vorig jaar publiceerde hij een lovend artikel over het oeuvre van Te Winkel, dat toen juist met de De heilige praters, een boek dat zich afspeelt in een onmiskenbaar Winterswijks decor, het grensgebied met Duitsland, in de jaren zestig van de vorige eeuw het domein van stroperij en andere zaken die niet door de beugel kunnen. Zaken die je als onderwijzer niet aan je jonge leerlingen wilt overbrengen en dat deed leerkracht Chris dan ook niet: hij speelde liever gitaar. Overdag was hij de man met de gitaar, ’s nachts de man met de pen die over drankmisbruik en wreedheden schreef.
De grasbaan
De boeken die Querido van Te Winkel op de markt bracht, gaven hem enige landelijke bekendheid bij de liefhebbers van onvervalste literatuur, in de rauwe-maar-toch-nauwgezette stijl en in atmosfeer die deed denken aan het werk van Jacques Hamelink (lang prijkte op scholierenleeslijstjes diens roman Ranonkel) – Den vergelijking tussen Hamelink en Te Winkel die Den Boef destijds las, had hem doen grijpen naar De grasbaan, Te Winkels debuut uit 1973, dat al lang niet meer verkrijgbaar is. “Mocht het herdrukt worden, dan graag met dezelfde prachtige kaft”, zei Den Boef.
Van een mogelijke herdruk was een jaar of tien al sprake. Het idee kwam van de Winterswijkers Steven van den Brand en Bernard Harfsterkamp. Die laatste is in 2022 overleden, Van den Brand was bij de boekpresentatie aanwezig. “Bernard en ik hebben in de omgeving van Winterswijk gezocht welke grasbaan – een brede strook gras boven op een es – Te Winkel bedoeld kan hebben. We hebben hem niet kunnen lokaliseren, er zijn er in de tussentijd al heel wat verdwenen.”
Van den Brand en Harfsterkamp stapten naar Hans de Beukelaar van uitgeverij Fagus in IJzerlo: tot een herdruk kwam het vooralsnog niet, maar de naam Te Winkel bleef hangen en toen diens weduwe zich in 2023 in IJzerlo meldde, was het ijs eigenlijk al meteen gebroken. Erna had De handige praters uit 1968 in de nalatenschap aangetroffen. ‘Het boek van de kleine wereld’ is daar vorige week bijgekomen en er zit in elk geval nog één publicatie in het vat. “Mag ik het al verklappen?” vroeg Den Boef. “Ja hoor, dat mag”, antwoordde De Beukelaar. Te Winkels gedichten komen in boekvorm uit. “Die zijn heel goed, ze hebben dezelfde thema’s als het proza, maar dan heel compact verwoord.”
Het schrijverswerk van Te Winkel komt dus mooi in evenwicht. Drie boeken van zijn hand verschenen bij leven, drie verschijnen er postuum.
Rabarberbladeren
Ook het verhaal De gitarist bereikt op het laatst een evenwicht: hoofdpersoon Harry schiet op vogels in de kersenboom van de buurman. Een buurmeisje wijst hem terecht. “Dat zijn zangvogeltjes, lafbek! O, hoe kun je zoiets doen?” Harry legt zijn windbuks neer en het is alsof je Christiaan te Winkel zijn pen, zijn wapen, ziet neerleggen, waarna hij eindelijk gaat slapen – hij schreef gewoonlijk ’s nachts – om de volgende dag zijn gitaar weer ter hand te nemen. De zachte krachten hebben overwonnen, en we hebben ondertussen een sterk, zonder enige opsmuk geschreven verhaal gelezen.
Te Winkel was zelf de boze geesten van de depressiviteit niet meer de baas, maar daar stonden tot op het laatst de goede zorgen van zijn vrouw en van het personeel van verzorgingshuis De Bleijke in Hengelo (G) tegenover. Nu dan ook die van De Beukelaar en tekstredacteur Gerjon Gijsbers uit Nijmegen. En van de Arnhemse illustrator Eric Rugers, die de fijnzinnige kaft van Het boek van de kleine wereld tekende: een jongetje dat zich heeft verstopt onder de rabarberbladeren. Erna te Winkel: "Dat deed Chris toen hij klein was. Hij wilde dat niemand hem zag. Maar wij hebben hem wél gezien en geven hem met dit boek de eer die hij zichzelf nooit gegeven heeft.”










