Koor en muzikanten in de Walburgiskerk. Foto: Sander Grootendorst
Koor en muzikanten in de Walburgiskerk. Foto: Sander Grootendorst

Muziek voor de eeuwigheid van Bach en Chen

ZUTPHEN - Wereldpremière tijdens het Cellofestival: het Tibetaanse Dodenboek, op muziek gezet door componist Xiaoyong Chen. “Je kunt niet spreken van mooi of lelijk, het is iets wat je ondergaat.”

Door Sander Grootendorst

Cellist Jeroen den Herder, die, tot dan toe op een stoeltje gezeten, de vierde repetitie in de Walburgiskerk heeft aangehoord, verheft zich behoedzaam om even later terug te keren met een muziekstandaard waarop een spiegel is bevestigd. Nu kan de bespeelster van het Ahrend-orgel, die met haar rug naar de Japanse dirigente Kanako Abe toe zit, net als andere leden van koor en orkest de aanwijzingen zien.

Het is donderdagavond, een dag vóór de uitvoering van het Requiem voor de Mensheid. Chen is zelf aanwezig, bescheiden opgesteld, schuin achter de dirigente.

Is er een uur verstreken? Bij zo’n concert vergeet je de tijd. Kanako Abe draait zich om en kijkt omhoog naar het grote Baderorgel. Het startsein voor organist Diederik Blankesteijn. Als een bliksemschicht dringt het geluid de kerk binnen. Adembenemend. Na Blankesteijns solo pakken Aziatische gongs het weer over. “Oost is oost en west is west; nooit ontmoeten de twee elkaar.” Aldus de Britse in India wonende schrijver Rudyard Kipling. Maar in de Walburgiskerk kwamen ze elkaar toch echt tegen.

En niet alleen oost en west. Zeggen zowel Abe als Cheng, die beiden overigens in het westen wonen: in Den Haag, respectievelijk in Hamburg. Abe: “Wereldwijd bestaan er zoveel verschillende religieuze opvattingen, maar in de kern gaat het daarbij toch in alle gevallen om de wil het goede, vrede en harmonie te bereiken. Muziek helpt ons voelen dat we samen één geheel zijn. Tijdens de pandemie is daaraan extra behoefte. Daar komt bij dat dit orkest een wel zéér internationaal gezelschap is.” Onder de musici zijn tal van nationaliteiten vertegenwoordigd, van IJslandse en Ierse cellisten tot Italiaanse percussionist en Nederlandse boventoonzanger.

Wat er gebeurde met het Tibetaanse Dodenboek is de geschiedenis tussen Oost en West in een notendop. Het dateert uit de veertiende eeuw en bleef lang onbekend: dat is het in Tibet zelf nog steeds min of meer. De Engelse vertaling werd populair in het westen, niet onomstreden spirituele types gingen ermee aan de haal. En psychoanalytici. Hippies.

Chen wilde terug naar de essentie van het Dodenboek. “Het gaat over leven en dood, licht en donker, en er is veel ruimte voor stiltes. Toen ik jong was, waren in China veel oude tradities nog in zwang, maar de Revolutie heeft ze verwoest. Mijn wens is terug naar de oorsprong te gaan, het universeel-menselijke. Ik heb de tekst meerdere keren gelezen. Langzaam begin ik te begrijpen wat hij betekent. De oneindige kringloop. En dat het oosterse niet in tegenspraak is met het evangelische.” Ook jongere generaties hoopt hij met deze in muziek vertaalde gedachten te raken. 

De compositie is nog niet af. Het proces vergt tijd. “We voeren twee delen uit, het worden er vier: geboorte, dood, tussentijd, wedergeboorte.” Zonder koor zou het werk incompleet zijn, maar toch was besloten om alleen een instrumentale versie uit te voeren. “Door de pandemie was het inzetten van een koor lange tijd niet toegestaan. Toen het dan toch mocht, was het te kort dag.”

Daar dacht de Zutphense koordirigente en zangdocente Merel Harkink anders over. Via haar netwerk kreeg ze, zichzelf incluis, veertien zangers bij elkaar. “We hebben een week lang elke avond gestudeerd. En toen we dat samen met het orkest gingen doen, begon het te groeien. Al bleef het spannend tot op het eind.” Harkink roemt Kanako Abe: “Zo lief en zo begaafd. Ik dacht: al die maat- en tempowisselingen, onmogelijk om te dirigeren. Maar zij kan het.”

Chen: “De eeuwenoude Walburgiskerk is dé ideale plek voor dit concert. Er is geen begin en er is geen einde, alles gaat altijd door.” Hoewel… misschien is er muzikaal toch een begin en is zijn naam Bach. Chen: “Jeroen den Herder stelde voor Bachs Chaconne aan het concert vooraf te laten gaan. Bach is voor mij de belangrijkste componist überhaupt. Muziek voor de eeuwigheid.”

Klanken van Bach en Chen begeleiden de doden op hun reis. “De compositie is opgedragen aan de slachtoffers van de pandemie en de hoogwaterramp, aan mensen die plotseling hun leven verloren.” Veertiende- eeuwse teksten ter ere van de overledenen nu. Chen: “Het dodenboek blijft altijd actueel.”

De componist komt, misschien volgend jaar, terug met het volledige werk. Wie weet is in Zutphen dan opnieuw Harkinks medewerking gevraagd. Inmiddels heeft het concert plaatsgevonden: vrijdagavond, twee keer. “Het is heel goed verlopen”, zegt Merel Harkink. “Een fantastische ervaring. Je kunt niet spreken van mooi of lelijk, het is iets wat je ondergaat. Ik zit nog steeds na te vibreren.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden