Man met een missie

Achter het station zijn nog meer tuinen aangelegd, alles bloeit weelderig. Een man komt op bergschoenen aanfietsen, zet zijn fiets voor de tuin op de standaard en haalt een lang gekronkeld ding tevoorschijn. Hij zet het aan zijn lippen en produceert twee lange harde tonen, die iedereen doen opkijken. Dit roept vragen op en de man gaat daar gretig op in. Het gekronkelde ding blijkt de hoorn van een antilope te zijn. Ik probeer me het dier voor te stellen, want de hoorn lijkt wel tachtig centimeter lang. Dan blijf je toch overal in bosjes haken lijkt me, twee zulke lange dingen op je kop lijkt me helemaal niet handig. Afijn, de oorspronkelijke eigenaar van deze hoorn heeft er nu in ieder geval één minder.

De man vertelt trots dat hij dit iedere vrijdag op dertig plekken in de stad doet. Hij benadrukt met klem dat het een ‘Wake up call’ is. Ik denk aan de oorlogen die woeden, polariteit die toeneemt, vluchtelingenhaat, er zijn genoeg zaken waarover we best even wakker geschud mogen worden. Hij heeft een andere missie, we moeten wakker geschud omdat het koninkrijk Gods eraan komt met Jezus als koning. Gelukkig had ik net voor deze ontmoeting afscheid van Arend genomen, want die was bij deze wending in het gesprek in bulderend gelach uitgebarsten. Ikzelf vind het wel leuk om dan ook het hele verhaal te horen. Het komt erop neer dat Jezus in aantocht is en we Hem moeten liefhebben, anders horen we er niet bij. We moeten dan ook onze naasten liefhebben zoals we onszelf liefhebben. ‘Kunnen we daar niet beter meteen mee beginnen?’ Vraag ik hem en de vrolijke man is het daar wel mee eens. Daarna haalt hij wat dingen door elkaar, want Jezus komt hier op aarde, maar na je dood kun je ook naar Hem als je lief bent. Glunderend vertelt hij dat je dan door deuren en ramen kunt en dat er onbeperkt eten en drinken is. Ik zie een ‘all you can eat’ restaurant met automatische schuifdeur voor me waar je tot in de eeuwigheid blijft en besluit dat ik het niet erg vind om dat mis te lopen. In het slechtste geval moet je er gezelschapsspelletjes spelen. 

De man vindt het heel zielig voor mij dat ik deze geneugten mis zal lopen, desondanks nemen we in opperbeste stemming afscheid. Hij verheugt zich om dood te gaan en ik heb het in dit leven wel naar mijn zin. ‘Heb uw naaste lief,’ die boodschap neem ik mee de lente in.