Je zus
Bloemen bloeien uitbundig, de evangelist is uitgezongen, de Matthaus Passion is weer rustig opgeborgen tot volgend jaar, alle paaseieren zijn gezocht en gevonden en we hebben weer daglicht in de avond. Het leven lacht ons toe, de Heer is waarlijk opgestaan.
Het is een beetje mal dat een oranje wereldleider de wederopstanding zo letterlijk neemt dat hij zichzelf als Jezus afbeeldt, maar ergens is dat misschien ook een geruststelling. Zijn grootheidswaanzin begint nu zodanig vorm aan te nemen dat er toch wel iemand zal zijn die hem binnenkort influistert dat het een mooi moment is om met pensioen te gaan.
Ik moet denken aan lang, lang geleden. Mijn zoon was een klein jongetje die het lezen aan het ontdekken was. We hadden allerlei kinderboeken in de kast staan waaronder toevallig ook een kinderbijbel. Ik sleurde mijn kinderen niet naar de kerk, want ik had zelf als kind al te veel uren doorgebracht op een harde gereformeerde kerkbank. Ik vertelde ze over verschillende geloven en die bijbel met mooie platen stond voor het grijpen.
Op een ochtend zaten we aan tafel en betreurden dat het regende. ‘Ik denk dat je zus het wel kan laten stoppen met regenen. Die kan wonderen laten gebeuren,’ zei mijn zoontje. We keken hem verbaasd aan. Zijn zus ook. Daarna keken we naar haar. Ze haalde gegeneerd haar schouders op.
‘Je zus kan ook over water lopen en zieken beter maken.’ Weer keken we naar hem en naar zijn zus.
Pas later viel het kwartje. Hij had zelf in de bijbel zitten lezen en er helemaal zijn eigen draai aan gegeven. Met een beetje geluk was zijn zus daarmee gestegen in aanzien. Sindsdien noemen we Jezus je zus en kijken dan naar Marie. Hopelijk houdt ze er geen grootheidswaanzin aan over, maar ik denk alsnog dat we liever haar op die plek hebben dan een man met een baseballcap en bloed aan zijn handen. Je zus zou nooit zo’n lelijke pet opzetten en ze zou spreken als Loesje: ‘Wat als er oorlog was en niemand ging erheen?’