Het dak eraf
Het huis staat in de steigers, we hebben zes-onder-één-kap besloten dat het dak eraf zal moeten. Dat mag ook wel gezien het dateert uit 1939 en een najaarsstorm al eens een tipje van de sluier oplichtte. Meerdere vergaderingen gingen aan het kiezen van een leverancier en het type pannen vooraf, met als eindconclusie dat het verbroedert zoiets gezamenlijk te doen; met grapjes over of je nog wel ‘zwarte' pannen kunt zeggen, of we ze zouden moeten bestempelen als ‘donkere' en wie z'n toilet wekenlang beschikbaar ging stellen aan de werklieden.
Klap op de vuurpijl van onze buurt-teambuiling bleek de mededeling dat we zes aaneengesloten parkeerplekken dienden vrij te houden voor de komst van het materieel. De groepsapp werd een zenuwcentrum van ideeën en plannen van aanpak, onze buurvrouw nam pylonnen mee vanuit het clubhuis en wij plastificeerden aankondigingen met excuses. Manlief zette werkbus en aanhanger dwars en elke gewonnen plek ontaardde in innerlijk juichen en digitaal feliciteren. Daarnaast bleek het een verademing te weten sowieso nergens meer te kunnen parkeren.
Afzetlint wappert nu al dagen fier langs een lijn van niet beschikbaar zijn. We zetten koffie en rammelen koek in tupperware bakken richting mannen die zonverbrand afdalen. Alles klappert, tikt, klopt en dwarrelt. Het is een work-out nog uit je voordeur te geraken, de jongste wil doorlopend apenkooien en steigerbuizen imiteren een oerwoud door voortuinen. Elke avond staat er een ander gezin naar hun deel van het eindresultaat te staren, werpen ze verademende blikken naar boven en kunnen we het simultaan niet geloven; ons blok van schoonheid wordt opnieuw een eenheid. Straks is de achterzijde aan de beurt en zijn we niet langer de krakkemikkigste van de jaren 30-buurt.
Afgelopen oktober was de blokborrel, we hebben er een bouwvakkers-thema aan gehangen. Oranje fluorescerende hesjes met de tekst ‘het dak eraf' en ‘onder de pannen' werden omgehangen. We droegen feesthoedjes in de vorm van pylonnen, er was een levensgroot Jenga-spel en we speelden hamertje tik. Inmiddels zie ik iedere avond een andere buur de stalen stellage beklimmen, met een sopje voor de boeidelen en een kwast om nog wat bij te werken. De hesjes zijn overigens nergens meer te bekennen.
Ook niet om de schouders van mijn middelste, toen ze - onder begeleiding - over gloednieuwe panlatten richting panorama-uitzicht klom. Ze zag op verse nokvorsten de torenstad zoals ze hem nog nooit gezien had. Stak een duim op en een hand, zwaaide naar de wolken en besloot geen dakdekker te willen worden. Wel kwam ze trots naar beneden, zei dat we zo mooi wonen en hoe ze van het silhouet van Zutphen houdt. Ik ben zelf niet naar boven gegaan, maar sluit me er gevleugeld bij aan.