Tuinen van de Egel
Ik zocht aardbeienplantjes voor in het tuintje van Arend en vond een aardbeienboer in Gorssel, maar toen ik contact zocht bleek de boer vertrokken. Een vrolijke Amsterdamse jongen mailde me terug dat ze nu ecologisch het land bewerken, een experiment tegen monocultuur en eigendom dat hij Kapitaloceen noemde, met een hartelijke uitnodiging om te komen kijken. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, dat klonk als anarchie in het bedaagde achterland. Daar wilde ik meer van weten.
Op een zonnige ochtend fietste ik naar Gorssel. Ik moest achter de kersenbomen zijn en zocht vertwijfeld mijn weg door hoog gras en tussen eindeloze rijen boompjes die de vorige boer daar in het gelid had gezet en die nu de vrijheid kregen om te groeien zoals de natuur dat bedoelt. Na lang dwalen stuitte ik op de tuinders. Ze zagen eruit als jonge krakers vol goede moed en mooie ideeën. Ze smeerden boterhammen met zelfgemaakte pesto zonder bord op een zanderige tafel, ze schonken koffie en lieten vol trots zien wat ze gezaaid hadden, welke werktuigen ze zelf gebouwd hadden en de glimmend rode tractor die ze sinds kort hadden. Een jongen bouwde zelf een kleine ventilator die in de kas de temperatuur zou meten en zelf aan zou slaan als het te warm werd.
Kapitaloceen is een stichting die land koopt waar een boer monocultuur bedrijft, zoals hier voorheen 40.000 aardbeien in plastic potten en een hectare kersenbomen onder plastic stonden. Dit land geeft de stichting grotendeels terug aan de natuur. Tien procent is voor de mens, de tuinders produceren biologische groentenpakketten waar de mens naar draagkracht voor betaalt, veertig procent is voor mens en dier en de andere helft wordt helemaal aan de natuur teruggegeven.
De tuinders vertelden dat ze begonnen met het idee dat klanten zelf mochten komen oogsten, maar dat werkte niet erg. De gemiddelde chique Gorsselnaar ging niet door een kersenbos dwalen op zoek naar Amsterdamse krakers om daar zelf zijn worteltjes te oogsten. Nu nemen ze alle groenten mee naar de hoofdstad, alwaar het sympathieke idee wel begrepen wordt. In de kersen huist een wormpje, maar dat past bij het idee dat het grootste deel van het land teruggegeven wordt aan de niet-mens.
In een overwoekerd veldje hadden ze nog wat aardbeien staan die ik uit mocht steken. Verguld en verlicht keerde ik huiswaarts. Het kan wel. We kunnen de dingen ook heel anders organiseren. Deze mensen denken niet in termen van eigendom en zo hoog mogelijk productie en winst. Ze beseffen dat we als mens niet de baas zijn, maar slechts een schakel in een veel groter geheel. Wij mogen een groentepakket kopen of een aandeel in de stichting, de kersen zijn voor het wormpje.