Bennie Jolink, Matthijs van Nieuwkerk en Vera Bon in gesprek. Foto: Achterhoekfoto.nl/Henk Oltvoort

Bennie Jolink, Matthijs van Nieuwkerk en Vera Bon in gesprek. Foto: Achterhoekfoto.nl/Henk Oltvoort

Kijken naar muziek in museum STAAL

ALMEN – Twee liedjes zong de Deventer stadstroubadour Vera Bon zaterdagmiddag in de Almense Dorpskerk: haar vertolking van een gedicht van A.C.W. Staring (1767-1840) en een eigen compositie. Tussendoor nam ze deel aan een geanimeerd gesprek met Almenaar Matthijs van Nieuwkerk en Hummeloër Bennie Jolink. En de hele kerk zong mee met de eerste strofe van Oerend Hard.

Door Sander Grootendorst

In deze opsomming zit de kern van de nieuwe expositie in museum STAAL (tegenover de kerk) al vervat. “We noemen de tentoonstelling tenTOONstelling”, beklemtoonde directeur Pien Pon in haar woord vooraf. “Het thema is muziek. Stap je het museum binnen, kun je kijken naar muziek, wat best gek is, want daar moet je toch naar luisteren?” Daarvoor is de komende tijd (de expositie duurt een jaar) trouwens óók voldoende gelegenheid: zo zocht Van Nieuwkerk muziek uit bij kunstwerken die het museum leende van veilinghuis Simonis & Buunk. Maar er is vooral van alles te zien: zoals de vitrines die de oeuvres van hedendaagse regionale muzikale grootheden belichten: Ede Staal, Bökkers, Jan Ottink en Normaal.

Staring schreef gedichten én liedteksten en hij bezat vier tafelpiano’s; hij gaf zijn kinderen muziekles. Ook bezong hij het ‘Almensch kerkje’ in zijn gedicht De hoofdige boer. Hij heette Antoni Christiaan Winand Staring en zijn roepnaam was Toon.
Er is reden genoeg om A.C.W. (die ook landgoedbeheerder was) en zijn familie in ere te houden. Dat stelt STAAL zich tot doel: Staring verbinden met de tijd van nu. Vera Bon bracht dat doel in praktijk met haar uitvoering van Starings gedicht Aan de maan: “Toon ons uw luister, o zilveren maan!”
Had Bon gekozen voor een bekendere tekst als het Oogstlied (‘Sikkels klinken, sikkels blinken’), had de zaal allicht meegedaan, de oudere generatie kan die Achterhoekse klassieker vaak nog moeiteloos opzeggen. Zoals het publiek zaterdag moeiteloos en enthousiast inhaakte toen Jolink de Normaal-hit Oerend Hard inzette, daartoe aangespoord door gespreksleider Van Nieuwkerk. Die had ’s morgens op het nieuws gehoord dat de ‘dialectrock’ van Normaal tot nationaal cultureel erfgoed was uitgeroepen. Van Nieuwkerk verkondigde het met feestelijke stem, maar Jolink temperde de vreugde: “Het doet mij niet zoveel.”

In de oude rocker schuilt nog altijd een gezonde dosis dwarsheid. Met onmiskenbaar plezier vertelde hij over het ontstaan van Oerend hard, dat uitkwam in 1977. Tot dan toe had Normaal wel in het Achterhoeks gezongen, maar “te veel concessies gedaan”. Vanaf Oerend hard niet meer. “We zeiden: Wat iedereen doet, dat doen wij niet. En wat niemand doet, dat doen wij wel. En daarom noemden we onszelf Normaal.”

Jolink is nog steeds niet voor één gat te vangen. Aan het eind van het gesprek verklaarde hij: “Overigens vind ik Engels de allermooiste taal. Nog mooier dan het Achterhoeks.”

Generaties
Jolink is 79, Vera Bon 31. Jolinks inspiratiebronnen (hij noemde B.B. King, Otis Redding, Bob Dylan) zijn dat voor Bon niet. “Sorry”, zei ze. “Je hoeft je niet te verontschuldigen”, zei Van Nieuwkerk. Door wie ze zich wel laat inspireren? “De Vlaamse band Het zesde metaal. Maar ook Daniël Lohues.” Dat zijn niet geheel toevallig twee streektaal-acts. “Zelf spreek ik geen dialect, dat is een beetje een mankement”, zei Bon. “Maar ik ben wel zeer geboeid door taal.” Wat zeker ook voor Staring gold. En voor Jolink. Muziek en taal ontwikkelen zich met de generaties mee en leven voort. “Dit is geen afscheid, dit is geen voorgoed”, zong Bon in het afsluitende lied.

Vervolgens maakte het gezelschap de oversteek naar het museum voor een eerste indruk van de tenTOONstelling. Museum Geelvinck leende twee historische tafelpiano’s uit – ze kunnen nog worden bespeeld, wat op het eveneens aanwezige exemplaar van Staring niet meer gaat.

Uilen
Nieuwe kunstwerken voegen aan al die geschiedenis een dimensie toe: waaronder een installatie van Sara Vrugt (“eerst je schoenen uit, dan kun je onderdompelen in een klanklandschap”, zei Pien Pon) en van de Enschedese kunstenaar Frouke Tigchelaar twee uilskuikens in een blauw nest en een volwassen uil onder de kap bij de entree. “De grote uil is zodanig bevestigd dat hij 360 graden kan draaien, zoals de kop van een uil dat in werkelijkheid ook kan”, zei Tigchelaar. De wind kreeg er zaterdag vat op, maar dat kon de uil niet deren.
Staring hield van spreekwoorden: “Elk meent zijn uil een valk te zijn”, citeerde hij. Tigchelaars uil is een… cello. “Door een vriendin uit het afval gered.” Andere instrumenten of stukjes daarvan (oorpluimen van Hongaarse fluit, pootjes van gitaar) maken de cello tot herkenbare uil. “Ik houd ervan om met afgedankte materialen te werken.”

Twee vinyl singletjes vormen de omtrek van de uilsogen, die van de uilskuikens zijn cd's. De lijfjes van de kuikens zijn violen, waarvan er eentje na gebruik als kunstwerk weer zal worden opgeknapt en bespeeld. Tot die tijd kun je er alleen naar kijken. Maar ook daar zit veel muziek in.

Frouke Tigchelaar bij haar uilennest. Foto: Sander Grootendorst