
Stadsarchivaris Etienne van den Homberg toont het publiek en burgemeester Wimar Jaeger een van de dozen waarin het Spier-archief zal worden bewaard. Links is Tineke, de vrouw van Jo Spier, in een in Amerika gemaakte film te zien. Foto: Sander Grootendorst
Archief familie Jo Spier in Zutphen ‘in goede handen’
MaatschappijZUTPHEN – Tekenaar Jo (1900-1978), was en is het bekendste lid van de joodse familie Spier, maar er zijn er nog veel meer, al woont er dan ook geen enkele meer in zijn geboortestad Zutphen. Het auditorium van Musea Zutphen zat er zondagmiddag behoorlijk vol mee, met ‘Spieren’, zoals conservator Christiaan te Strake hen betitelde. Belangrijke aanleiding: de overdracht van het ‘Spieren-archief’.
Door Sander Grootendorst
“De familie Spier is ontzettend Zutphens”, zei Te Strake, doelend op het feit dat Jo’s overgrootvader vanuit het Duitse Rees naar Zutphen was getrokken, waarna zijn nazaten daar generaties lang zijn gebleven. Voldoende reden om ook als elders woonachtig familielid Zutphen zo af en toe met een bezoek te vereren, aldus Te Strake. De huidige expositie ‘Tekenen in tijden van oorlog’ bijvoorbeeld – die voor de helft is gewijd aan Jo Spier en voor de andere helft aan tekenaars anno nu.
Al sinds 1975 beschikt de gemeente Zutphen over een uitgebreid Spier-archief: een geschenk van de tekenaar zelf. Het bevat onder meer een groot aantal door hem geïllustreerde boeken. Bekende Nederlander werd Jo Spier vooral omdat hij tekeningen voor De Telegraaf in de tijd dat de persfotografie nog vrijwel niet bestond.
Ongeveer een jaar geleden werd Te Strake benaderd door Jente Spier, nazaat van Jo’s broer Eduard. Haar vader IJsbrand was overleden en ze was bezig het huis op te ruimen. Ze trof een “enorme stapel met boeken van Jo aan”. Maar die had de gemeente dus allemaal al. “Ook die met de vermelding ‘voor mijn broer Eduard, van Jo’?” vroeg Jente Spier. Toch maar even persoonlijk een kijkje nemen, besloot Te Strake.
Jente liet bovendien weten dat ze “ook nog wel wat andere dingen had”. Dat bleken dozen met spullen van Eduard en IJsbrand Spier te zijn. “Superbelangrijk”, aldus Te Strake. “We hebben er veel aan gehad bij het onderzoek voor de tentoonstelling. Jo en Eduard Spier hebben in de oorlog in Theresienstadt gezeten. In die dozen bleek allerlei materiaal te zitten, dat rechtstreeks uit Theresienstadt afkomstig was.” Er doken ook diverse familiealbums op.
Fred Spier, een andere nazaat, kwam met enkele filmpjes op de proppen, waaronder eentje dat is opgenomen aan de Deventerweg in 1927. Op de bijeenkomst rond de overdracht waren de beelden te zien, en ook van een kleurenfilm uit 1953, met daarop onder meer de Walburgiskerk zonder torenspits. Kleine Fred, toen één jaar oud, komt zelf in beeld. En dan is er nog een korte film van een bezoek aan Amerika, waar Jo en zijn vrouw Tineke naartoe waren geëmigreerd. “Dat is Tineke die de bloemetjes water geeft”, becommentarieerde Te Strake de filmbeelden.
Jo Spier overleed in 1978 in Santa Fe (in de staat New Mexico). Te Strake bezocht het graf samen met Niels Beugeling (getweeën verantwoordelijk voor de tentoonstelling waar ze vijf jaar mee bezig zijn geweest). Ze gingen in Amerika langs bij Tom Spier, het enige kind van Jo en Tineke dat nog in leven is. Een deel van het interview dat ze met Tom hadden, wordt in het kader van de expositie vertoond.
Gedigitaliseerd
Stadsarchivaris Etienne van den Hombergh legde uit wat er met het overgedragen archief gaat gebeuren. “Het wordt uitgezocht, dan in mappen geordend, en die gaan in speciale archiefdozen. Alles wordt bewaard in het depot. Als Erfgoedcentrum hebben wij de taak om het archief beschikbaar te stellen, zodat het over honderd jaar ook nog kan worden geraadpleegd. We gaan het geleidelijk aan ook op onze website zetten.” Familieleden die liever niet willen dat bepaalde documenten aan de openbaarheid worden prijsgegeven, bijvoorbeeld omdat betrokkenen nog in leven zijn, kunnen daarover met het Erfgoedcentrum afspraken maken.
Van den Hombergh, burgemeester Wimar Jaeger, Jente en Fred Spier zetten hun handtekening onder de overdrachtsovereenkomst. Jaeger benadrukte in een korte toespraak de grote betekenis van het familiearchief voor onder meer de geschiedenis van Joods Zutphen. “Het archief is hier in goede handen, we hebben een van de beste erfgoedcentra van Nederland.” Jaeger wees op een link met zijn eigen familie: “In de oorlog is vanuit de synagoge materiaal waaronder een aantal thora’s in veiligheid gebracht in de bank aan de IJsselkade waar mijn grootvader werkte. Ik denk dat de hele familie Spier bij hem gebankierd heeft.”
De actie van de gemeente Zutphen geeft Fred Spier “een geweldig warm gevoel”, zei hij. “Ik ben er uitermate dankbaar voor.” Als extraatje voegde hij nog twee documenten aan het archief toe. Het ene stamt uit 1821: een notariële akte gepasseerd in koffiehuis ’t Zwijnshoofd in Zutphen. “Lijkt me voer voor historici.” Het tweede was een klein boekje, gemaakt door Jo Spier, met de titel ‘Bijtje, zoem, zoem.’ Freds broer Jan zette eveneens een handtekening en ook hij had een aanvulling op het archief: “Een kinderboek dat mijn grootvader Levi schreef, midden in de Eerste Wereldoorlog.”
Thresienstadt
Te Strake sprak in zijn inleiding over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, die ook tal van Spieren het leven kostte. Jo Spier moest veel ellende doorstaan, maar overleefde. Een controverse deed zich voor toen bekend werd dat hij in zijn tekeningen het kamp Theresienstad aanzienlijk positiever had afgebeeld dan het in werkelijkheid was. Te Strake en Beugeing trokken naar het huidige Tsjeschische vestingstadje Terzín, ook weer ter voorbereiding van de tentoonstelling. De nazi’s lieten over Theresienstadt een propagandefilm maken, opdat de buitenwereld het idee zou krijgen dat het goed toeven was in zo’n kamp. Het absolute tegendeel was waar. Toch maakte Spier tekeningen van diverse vrolijke filmscènes. Dat is hem na de oorlog niet in dank afgenomen. Tegenwoordig wordt er veel genuanceerder naar gekeken, zei Te Strake: “Het staat vast dat hij de tekeningen onder dwang heeft gemaakt.” Dat wordt in de expositie en het bijbehorende boek ook zo toegelicht. “We oordelen verder niet, we laten het aan de bezoeker en de lezer over om zich bijvoorbeeld de vraag te stellen: Wat zou ik hebben gedaan?”
De dubbeltentoonstelling is nog te bezichtigen tot en met 22 juni.