Illustratie: Marc Weikamp
Illustratie: Marc Weikamp

Vrijdag de 13de voor kerst

Het was een dag of tien voor Kerstmis toen hij over de koude en natte Kerstmarkt liep. Er was weinig te doen. In de lunchroom was nog plek aan een tafeltje voor twee personen. Hij hield van het prachtige woord lunchroom. Als je het vertaalde, klopte het niet, maar het deed hem denken aan een vrouw met een filtersigaret met een wit filter en mentholsmaak.

Hij bestelde twee latte macchiato. Hij dronk eerst die van hemzelf en daarna die van haar op. Toen bestelde hij twee bokbiertjes. Eigenlijk hield ze niet zo van bokbier, maar het ging om het gebaar. Hij keek naar buiten en zag dat het was gaan sneeuwen.

Buiten liepen drie kinderen met kerstmutsen. Binnen werd Last Christmas gevolgd door 2000 Miles. I miss you. Terwijl het zoete bokbier zijn werk deed, staarde hij door het raam naar het tegelpad dat voor de lunchroom lag. Een tegelpad dat nergens naartoe ging, het was alleen maar om de ramen van buitenaf te kunnen zemen.

Hij droomde weg in de wolk van vlokken, zag hoe het grijs van de tegels steeds minder door de sneeuw heen kwam. Hij hoorde Christmas Was A Friend of Mine. Die hoorde je te weinig. Toen hij ook haar bokbier bijna op had, viel zijn oog op de voetstappen in de verse sneeuw. Hij had niemand zien lopen, en waarom zou je daar ook lopen? Afdrukken van een schoen met een naaldhak, zo leek het. Terwijl het geen weer was voor naaldhakken. Misschien iemand die een beetje van de wereld was.

Hij rekende af en ging naar buiten. Het sneeuwde steeds harder. Hij keek naar links, naar het tegelpad dat nergens naartoe ging. De voetstappen waren bijna niet meer te zien. Hij liep het pad op, zette zijn eigen stappen zo precies mogelijk in de afdrukken. Het pad was veel langer dan hij gedacht had.

Hij had naar zijn gevoel al zeker een kilometer afgelegd. Alleen maar rechtdoor over hetzelfde tegelpad. Dat was onmogelijk, maar er was geen reden om het daarom niet te doen. Het hield op met sneeuwen, de zon ging zelfs voorzichtig schijnen. Zeldzaam op een decemberavond om acht uur ’s avonds. Na een uur hield het pad op bij een piepklein grasveldje met klaprozen. Een paar vierkante meter omringd door bos.

Hij bukte zich en zei: "Ik heb dat van jou ook maar opgedronken, je bleef zolang weg.”

Mark Ebbers