Auteur Kirsten Dorrestijn overhandigt het allereerste exemplaar van het egelboek aan egeldeskundige Jake. Foto: Sander Grootendorst

Auteur Kirsten Dorrestijn overhandigt het allereerste exemplaar van het egelboek aan egeldeskundige Jake. Foto: Sander Grootendorst

‘Het grote egelboek’ maakt iedereen tot egelfan

Natuur

ZUTPHEN – Kinderen houden van egels. Grote mensen trouwens ook. De presentatie van Het grote egelboek, geschreven door de Zutphense Kirsten Dorrestijn, afgelopen zaterdag, kan als betrouwbare steekproef gelden. Of beter gezegd stekelproef. De kinderen bleken zelf heel wat van egels af te weten. Zeker de achtjarige Jake uit Arnhem: een ware egeldeskundige.

Door Sander Grootendorst

Ssssjt, niet verder vertellen… Het officiële eerste exemplaar van haar boek, dat Dorrestijn een dag later aan de voorzitter van de egelopvang in Haarlem heeft uitgereikt, is niet echt het eerste exemplaar. Het allereerste exemplaar gaf de schrijfster zaterdag namelijk al aan Jake. De egelopvang heeft aan het boek meegewerkt, net als Jake. Dus allebei de eerste exemplaren zijn bij de juiste mensen terechtgekomen.
“Toen ik vier jaar was”, vertelt Jake, “kreeg ik van mijn oma een egelknuffel. Zo is het begonnen.” De knuffel heet Prikkeltje. Hij heeft hem meegenomen naar het Zutphense Ubuntuhuis, waar de boekpresentatie is. “Intussen heb ik nog veel meer egelknuffels. Wel veertien.” Jake vindt dat egels “grappige neusjes hebben”. “Het zijn net steentjes, gewoon heel leuk.”
Prikkeltje ziet er anders uit dan de oorspronkelijke versie. Jake heeft de zachte stekels meer stevigheid gegeven, zoals egels die in werkelijkheid ook hebben. Een vraag van Dorrestijn aan het jonge publiek: Hoeveel stekels heeft een egel?
Meerdere kinderen steken hun arm in de lucht. “Driehonderd!” “Nee, veel meer! Er moet nog een nul achter.” “Zesduizend!” “Ja, goed! Zes- tot achtduizend stekels heeft een een egel. Die zetten ze op als er gevaar dreigt. Dat gaat in een soort golfbeweging over hun lichaam.”
“Die stekels zijn eigenlijk gewoon haartjes” – dat weet Jake dan weer.

Koprol
“En wat kunnen egels nog meer om zich zelf te beschermen?”, wil Dorrestijn weten. “Zich oprollen!” Het juiste antwoord. “Ze maken daarbij gebruik van een grote spier, die over hun hele lichaam doorloopt.”
Een meisje dat vooraan op de grond zit, roept: “Ik kan een koprol!” En ze doet het ook meteen voor. Aangespoord door de egel.
Het grote egelboek is op de eerste plaats bedoeld voor kinderen, maar grote mensen gaan het vast ook lezen. Het staat boordevol informatie. Dorrestijn schrijft bijvoorbeeld over het zelf bouwen van een egelhuisje in de tuin, waarin het dier een winterslaap kan houden. “De luchtcirculatie moet uitstekend zijn, anders krijgt de egel last van longproblemen of schimmel.”
Het is belangrijk om niet je hele tuin te betegelen, want dan kunnen egels geen voedsel vinden (wormen, slakken). Je kunt ook een composthoop aanleggen, adviseert Dorrestijn. Een fijne plek voor een winterslaap.
De enige egels die je in deze tijd van het jaar tegenkomt zijn egelknuffels. De echte egels zijn in winterslaap. “Vanaf oktober gaan eerst de mannetjes in winterslaap, en in november ook de vrouwtjes en de jonkies: die moeten meer eten, want tijdens de winterslaap vallen ze hard af en ze mogen niet te dun zijn als ze weer wakker worden.”

Illustraties
Egels een handje helpen, doe dat vooral, want het gaat behoorlijk slecht met ze. Je ziet ze steeds minder. Dorrestijn: “De afgelopen tien jaar zijn de egels met de helft afgenomen in Nederland. En de afgelopen dertig jaar zelfs met tachtig procent.”
Wat veel weetjes hè, in Het grote egelboek? Maar je vindt op elke bladzij ook een of meer illustraties, gemaakt door Merel Corduwener. Mocht je nog niet zoveel met egels hebben, dan ga je ze door die tekeningen spontaan aardig vinden.
Variatie genoeg: Dorrestijn citeert in haar boek uit het ‘Dagboek van een egel’, ze laat naast Jake nog andere ‘egelfans’ aan het woord en ze eindigt met allerlei knutseltips. Hoe teken je een egel, hoe maak je een egel van herfstblaadjes, of van een tamme kastanje, hoe creëer je zelf een egelknuffeltje? Nog een optie: egelkoekjes bakken. Of bij de bakker cake kopen, daar een egelvorm uit snijden, slagroom erop en…”Hagelslag: dat zijn de stekeltjes”. Elke bezoeker van de boekpresentatie kreeg zaterdag bij binnenkomst zo’n egelplakje aangeboden.
Knuffel, koprol, egelhuis, cake: egels zorgen voor creativiteit. Ze inspireerden Merel Corduwener en Kirsten Dorrestijn tot het maken van ‘een boek met stekels (en een zacht buikje)’. Dat is de ondertitel van Het grote egelboek.