Marian Jansen met twee van haar vijf kinderen. Dochter Gjelana en zoon Santiago. Foto: Jolien Wilmar
Marian Jansen met twee van haar vijf kinderen. Dochter Gjelana en zoon Santiago. Foto: Jolien Wilmar

'Lou is toch echt wel mijn prins op z'n mountainbike'

Marian Jansen oogt begin veertig, toch heeft ze genoeg meegemaakt om twee levensverhalen mee te vullen.

Door Jolien Wilmar

Op weg naar de supermarkt piekerde ik: 'Hoe kom ik aan een vrouw voor deze pagina die ik niet kies vanwege haar beroep, maar iemand die uitblinkt omdat ze een bijzonder leven leidt?' Er kwam een vrouw aanscheuren op haar elektrische fiets met een klein jongetje achterop. Terwijl zij afstapte en haar boodschappentassen uit de fietstas haalde, klom hij op de winkelwagentjes. Ik verwachtte dat ze zou zeggen: "Kom daar eens af!" Maar dat deed ze niet, ze liet hem klimmen tot ze naar binnen wilde, toen tilde ze hem eraf en gaf hem een dikke zoen op zijn wang. Haar gouden tand flitste vrolijk.

"Mevrouw, mag ik u iets vragen?"

Even later zat ik in hun huiskamer aan een heerlijk kopje thee.

Waar bent u het meest trots op?
"Ik heb vijf kinderen en vijf kleinkinderen. Dat is mijn rijkdom. Ik ben echt super blij met ze en zie ze gelukkig allemaal regelmatig, ook al wonen de oudste drie dochters al uit huis en hebben twee van de drie zelf al kinderen. Ik ben geen oppasoma op vaste dagen, maar pas wel heel regelmatig op mijn kleinkinderen als ik even moet bijspringen. Daar heb ik de laatste paar jaar meer tijd voor gekregen sinds mijn vader overleden is. Twaalf jaar lang heb ik dagelijks voor hem gezorgd. Nadat hij een hartinfarct kreeg en daardoor een CVA. Hij kon niet meer zelfstandig thuis wonen, dus moest er een plek voor hem gevonden worden. Ik reed met hem door de stad, hij in zijn rolstoel en ik op mijn fiets en wees naar alle mogelijkheden waar hij terecht zou kunnen. We reden ook langs mijn huis, zodat ik hem kon vragen of hij bij mij wilde wonen. Vanaf het moment dat mijn ouders gingen scheiden toen ik zes was, tot mijn tiende, woonde ik bij hem. Met liefde had ik zijn zorg voor mij terugbetaald door voor hem te zorgen. Hij wilde mij niet belasten en koos voor de Polbeek."

"Kijk", Santiago laat me de urn zien waar de as van opa inzit. "Opa is drie jaar geleden overleden."

Marian vertelt dat ze hem nog dagelijks mist: "Alleen al het feit dat ik nu geen sigaretten meer voor hem hoef te 'klikken', brengt een soort leegte met zich mee."

Op haar vijftiende ging ze samenwonen. Marian doet in die tijd een opleiding tot carrosseriewerker en begint te stralen als ze vertelt hoe leuk ze het vond om auto's over te spuiten en om ramen in een auto te zetten.

"Het werk paste echt bij mij, dus ik kan me heel goed voorstellen dat het mijn beroep zou zijn geworden als ik toen niet zwanger was geworden. Ik moest de opleiding verlaten omdat de chemicaliën waar we mee werkten niet gezond waren voor mij en het kindje in mijn buik. Met het beëindigen van mijn opleiding op 16-jarige leeftijd begon mijn carrière als moeder."

Een vrij bestaan
"Als jong gezin met twee dochtertjes vertrokken we uit Zutphen om rondtrekkend in een caravan her en der ons bivak op te slaan. We woonden op parkeerplaatsen en plekjes waar niemand er last van had en wij ons vrij konden voelen. Tot we een vaste plek vonden in de gemeente Losser. Het zwervende bestaan zit de woonwagenbewoners van nature in het bloed, een cultuur waar ik me van jongs af aan toe aangetrokken heb gevoeld. In die cultuur heerst een zeer sociale en gastvrije mentaliteit, dat past bij mij. Nu denk ik: je hoeft niet in een woonwagen te wonen om toch altijd klaar te staan voor anderen. Zo ben ik, ik help graag, of dat nou mijn vrienden of vreemden zijn. Na Losser zijn we via omzwervingen, hier in Zutphen in een woonwagenkamp terecht gekomen."

Opnieuw beginnen
"In de tijd dat de oudste meiden tieners waren, kwam ik klem te zitten in ons huwelijk. Om mijzelf en mijn drie meiden te beschermen, heb ik mijn man en al het meubilair op straat gezet. Dat was het einde van een hele nare tijd.

Niet lang daarna werd mijn vader ziek en zorgde ik in mijn eentje voor de kinderen én voor mijn vader. Het was verdrietig dat hij zo ziek was en lastig om de goede zorg voor hem te regelen, toch was het een liefdevolle dankbare tijd.

En toen kwam Lourens in mijn leven! Je zou kunnen zeggen dat hij aan kwam fietsen en nooit meer weg ging. Ik wist niet dat een man zo lief kan zijn. Hij is uitbeender, slachter, een zwaar beroep.

"Dat wil ik later ook worden", roept Santiago, die met een half oor meeluistert.

"Nu heb ik alle tijd en die wil ik besteden door goed voor mezelf te zorgen. Koolhydraatarm koken, meer bewegen én plannen maken voor een huwelijk, want Lourens heeft me ten huwelijk gevraagd. Te midden van een hart van rozenblaadjes stond hij in zijn mooie pak en ging hij op zijn knieën. Ik moest zo lachen van de zenuwen, dat mijn antwoord: 'Ja, natuurlijk' bijna niet te verstaan was."