Afbeelding

Kille nacht des doods

Opinie

Vroeger ging ik geregeld op trektocht, een rugzak met een tentje, gewoon het ene been voor het andere been zetten en je verder nergens druk om maken. Dat geeft het ultieme gevoel van vrijheid. Nou ben ik alle dagen een vrij man op een leeftijd waarop verplichtingen geminimaliseerd zijn en ik kan gerust heel vrij zitten zijn in mijn appartementje, maar de maand mei heeft altijd een bepaalde uitwerking op mij.

Bomen die iedere dag groener worden, vogels die steeds harder fluiten en druk in de weer zijn met een nestje en wormpjes voor hun jongen. De bedwelmende geur van blauwe regen, boterbloemen en madeliefjes in het gras, beloftevolle zomerse dagen afgewisseld met een verfrissende lentebui. Het zijn zo van die dingen die zich vasthaken in mijn hoofd en me het idee verschaffen dat ik hoognodig weer eens op trektocht zou moeten gaan.

Arend werd meteen enthousiast van het idee en leende mij zijn tentje. Als het niet net weer goed was gekomen met zijn geliefde dan was hij met me mee gegaan, maar nu moest hij zijn tijd investeren in belangrijke herstelwerkzaamheden. Ik wenste hem succes, was blij dat ik dat niet hoefde en nam het tentje dankbaar van hem aan. Het zakje was lekker klein en licht.

De bossen waren weergaloos mooi, de grond veerde onder mijn voeten, het wandelboekje zette me geregeld op een dwaalspoor maar dat gaf niet. Wandelen is per definitie het maken van een nutteloze omweg. Als je geen omweg wil maken, dan kun je beter thuisblijven.

Ik dwaalde over heidevelden en zandverstuivingen en tal van ondergelopen paden maakten het tot een groot avontuur. Ik waadde door moerassen en moest dwars door de bosjes om mijn weg te kunnen vervolgen. Op een boerderijcamping sloeg ik mijn kampement op. Uit het tentzakje kwam een smalle slurf in camouflagekleuren met twee minuscule stokjes. Vergeefs zocht ik naar meer toebehoren. Grinnikend schoof ik mezelf er ruggelings in, de rits sloot zich hooguit vijftien centimeter boven mijn hoofd. De associatie met een doodskist probeerde ik krachtig buiten te houden, die zou ook ruimer zijn overigens. Warmer en droger ook, zo bleek in de koude meinacht. Mensen voor blinkend witte caravans keken me bevreemd aan toen ik er morgens stram uit kroop. Ik vervolgde mijn weg door velden en moerassen en liep s’ avonds stiekem en een beetje beschaamd een mooi hotel in. Nooit eerder sliep ik zo heerlijk.

Eenmaal thuis bleek dat Arend het tentje alleen nog maar in zijn woonkamer had opgezet. Om indruk te maken op zijn vriendin waarschijnlijk. Opschepper.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant