A.L. Snijders | Wijsgeer

  Column

Ik loop op een weg in de buurt van Almen, een kleine plaats in de Achterhoek, leunend tegen de rivier de Berkel. Een man in een auto stopt naast me en vraagt me iets over het weer en de poederwolken. Wat bedoelt hij met poederwolken? Dat zijn wolken die gebruikt zullen worden om zwervend ruimteafval te verwijderen. Ik begrijp er niets van, en als ik niet reageer en mijn schouders ophaal, rijdt hij verongelijkt door. Als ik weer thuis ben, zoek ik een gedicht van de Roemeense dichter Matei Visniec die iets zegt over aanwijzingen van plaatselijke bewoners.

ALS U PEN EN PAPIER BIJ DE HAND HEBT

Ik had niet de kortste weg moeten nemen
je moet nooit de aanwijzingen van de plaatselijke bewoners volgen
elke weg binnendoor is bezaaid met drijfzand
jawel, meneer, ik sta op het punt weg te zinken
en niemand kan nog iets voor me doen
ik ben wijsgeer van beroep, mijn hele leven
heb ik over de essentie nagedacht, over de zin van de
geboorte
en gelijkaardige fundamentele kwesties
ik zou u een paar van mijn bevindingen kunnen dicteren
als u pen en papier bij de hand hebt

De wijsgeer staat op het punt weg te zakken in het drijfzand, hij is niet meer te redden. En op dat moment denkt hij nog steeds aan zijn medemens, hij wil raad geven, hoe moet je leven, wat moet je doen? Iedere keer als ik dit gedicht lees en met pen en papier in de hand zit, ben ik teleurgesteld. Ik wil de dichter opbellen en vragen of hij mij privé wil vertellen welke fundamentele bevindingen de wijsgeer voor ons in petto heeft. Maar dat doe ik niet want ik ken geen Roemeens. Ik woon in de buurt van Almen, het zal niemand verbazen dat er een moment komt dat ik weer ingehaald word door de man met z’n poederwolken. Hij stopt weer, ik vertel hem wat er gebeurd is. Hij moet lachen, deze keer is hij vriendelijk. Hij zegt: “Slome, houd je bij de werkelijkheid, laat je niet bedotten door een gedicht."

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden