A.L. Snijders | Vleermuis

  Column

Aan het begin van de avond mis ik de vleermuizen. Het is mooi weer, de dagen worden langer, de corona-greep maakt het nog stiller, er komt geen vliegtuig over, de auto's blijven in de garage, de kleppermajoor valt niemand meer lastig, ik ben zelfs bang dat niemand hem meer kent. Dit is toch altijd het tijdstip geweest dat de vleermuizen om het huis vlogen? 

Ik denk dat ze al zoveel jaren bij het onwrikbare beeld van groei en heilzame verandering horen, dat ik ze niet gemist heb. Ik denk dat het corona-drama van dien aard is dat het van de verdwijning een verschijning heeft gemaakt. Van de verdwijning een verschijning? Wat is dit voor onzin? Hoe lang heb ik de vleermuizen niet gezien, dat is de zaak waar het om gaat. Ik moet de vleermuis uit de put van mijn herinnering trekken, ik moet m'n kennis bijslijpen. Slaan ze wel eens een jaar over? Ik weet wel dat ik eens op een ladder stond om iets aan de buitenmuur te repareren, toen er uit een scheur in de muur een geschrokken vleermuis naar buiten kwam die me in zijn vlucht zacht aanraakte, waardoor ik op mijn beurt schrok. Er gebeurde niets, de vleermuis verdween ongedeerd, de ladder bleef staan en ikzelf bleef ook in leven. Soms val ik nog wel eens ter aarde in een droom die ik niet onder controle heb, maar ik krabbel altijd weer op. Ik droom soms ook van een begaafde student biologie, die weken achter elkaar in een grote grot in Zuid-Limburg verbleef om het gedrag van vleermuizen te bestuderen. Er waren verschillende uitgangen waar hij apparaatjes had gemonteerd die de passerende dieren fotografeerden. Om ze herkenbaar te maken had hij een nummer op hun rug geplakt als ze slapend aan het plafond hingen. Hij had daarvoor een ladder meegenomen. Hij maakte tabellen van hun vlieg- en slaapgedrag. Het is zestig jaar geleden, hij is een beroemde bioloog geworden, gespecialiseerd in tijd. Ik wil niet beweren dat ik elke dag aan hem denk, maar wel regelmatig. En nu zeker, hij kan me helpen met zijn kennis van vleermuizen. Na drie weken in de grot waar hij op een stoeltje aan een tafeltje zijn tabellen bijhield, en zijn potje kookte, en sliep op een hard matras, reed hij op zijn Harley Davidson naar Amsterdam waar hij werkte in Artis. Ik had zelf ook een motorfiets, maar ik was jaloers op de zijne. Helaas kan ik hem niets meer vragen over de vleermuizen. De tijd heeft ons daarvoor geen tijd meer gegeven.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden