Columns

Column Oerend Smart - Fluitend wakker worden

  Column

De bosanemonen, waar ik het over had in de vorige column, bloeien intussen volop. Gegroepeerd in heldere witte plekken in het bos zijn het net sneeuwveldjes, vergeten om te smelten in de voorjaarszon. In talloze bossen en landgoederen in de Achterhoek ontvouwt dit natuurwondertje zich elke ochtend en vouwt 's avonds zijn blaadjes bij elkaar. Als ik wat dichterbij kijk, lijkt het alsof de bloemen zich zo ver mogelijk uitrekken naar het zonlicht. Alle kopjes staan dezelfde kant op gericht en kijken mij recht aan. Vrolijk wiegend in een briesje, alsof ze als een enthousiast publiek naar me zwaaien tijdens mijn lentewandeling.

Bosanemonen groeien niet voor niets zo vroeg. Ze profiteren van het vele licht dat in het vroege voorjaar nog op de bodem valt. Vooral onder oude beuken vind je ze. Later in het jaar vangen deze woudreuzen zeer efficiënt al het licht op met hun dichte bladerdek. Elk zonnestraaltje wordt gepakt. En als er toevallig toch licht op de bodem valt, maakt de beuk snel een zijtak om dat ene lichtstraaltje ook op te vangen. Je moet daarom slim zijn in een beukenbos. Het anemoontje is dat. Door zich aan te passen aan kou kan hij al vroeg bloeien. Hommels - harige, koubestendige dikke bijen - helpen het anemoontje in de bestuiving. Door vroeg uit te vliegen zijn ze veel andere insecten voor. Ook al zo slim.

Een wandeling door een zich ontvouwend lentebos kun je het beste in de ochtend doen. De ochtendzon die de vochtige koude nachtlucht verdrijft is de natuurlijke wekker voor vogels. Zodra ze wakker zijn wordt een enorm fluitorkest ingezet. Ver voordat iedereen in zijn auto stapt en de trekkers met zwaar geronk tussen de velden door rijden, begint het bos te zingen. Eerst begint een voorzichtig roodborstje, die vaak al supervroeg uit de veren is. Hij zingt wat stroef en onwillig, maar beeldschoon. Dan een solo van een merel, die met zijn sprookjesachtige ronde tonen het koor een startsein geeft. Kool- en pimpelmezen zetten in en zanglijsters, tjiftjaffen en winterkoninkjes zwellen aan. Het ochtendconcert galmt tussen de oude beuken en eiken door en wekt de bosanemonen. Als ze de blaadjes uitvouwen richten hun kopjes zich naar het geluid en het eerste zonlicht. Met een beetje geluk tref je misschien ook een paar reeën. Eveneens gewekt door de vogels en nog te slaperig om jou als vroege passant op te merken staan ze in de ochtendmist mee te luisteren.

Na een goed half uur ontspant het koor zich. Nu de zon boven de bomen uit komt begint het bos echt goed op te warmen. De vogels hebben hun aanwezigheid kenbaar gemaakt en hun zangkunsten tentoongespreid aan potentiële partners. De koorleden gaan nu druk op zoek naar voedsel zoals insecten, waarvan het aanbod elke dag groeit. Een enorme aardhommel vliegt onverstoord langs mijn hoofd. Logisch, want hij heeft het druk. Nog duizenden bosanemonen, vingerhelmbloemen en holwortels staan in de planning voor vandaag. Zouden de vogels, hommels en bosanemonen net zo ontspannen wakker worden van het bos als ik? Afgaand op het tevreden gebrom, gezang en gewieg denk ik van wel. Een lekkere antropomorfe gedachte.

Hielke Alsemgeest

Meer berichten