Columns

Zwaleman | Moederdag

  Column

Moederdag

Nog maar een paar nachtjes slapen, dan is het Moederdag. Ik heb daar niks (meer) mee, maar je kunt er niet omheen. In de advertenties in de krant, de reclamespotjes op radio en tv, en vooral in talloze winkels, we worden er steeds weer met de neus opgedrukt. Zondag moet moeder verwend worden. Niet alleen met extra aandacht en een kopje thee op bed, nee er hoort ook een cadeau bij. Liefst een hele dure fles parfum, een feel-good arrangement in de sauna, het nieuwste model smartphone, of (klap op de vuurpijl!) een wandbedekkende flatscreen LED-tv. Daar heeft de rest van het gezin tenminste ook iets aan.
Uit mijn jongste jaren (de jaren vijftig) kan ik me niet herinneren dat de plaatselijke middenstanders op zo niet mis te verstane wijze geld probeerden te verdienen aan die tweede zondag in mei. Natuurlijk, mijn moeder kreeg destijds ook wel cadeautjes. Van mij en mijn oudere zusjes. Maar zo'n cadeautje maakte ik zelf. Meestal op school, daarvoor was in het lesrooster tijd ingepland. Dan maakten we een brievenstandaard of een uit wit papier geknipt kleedje voor op een dienblad. Ik was niet echt een ster in het knutselen, dus meestal zag zo'n cadeautje er niet uit. Maar mijn moeder zei altijd, dat ze er heel blij mee was. Net zo blij als met die bos pinksterbloemen die ik persoonlijk in een nabij gelegen weiland had geplukt.
Tja, Moederdag was in die jaren nog niet geheel ten prooi gevallen aan de Commercie. De dag had nog de betekenis die de 'uitvindster' ervan in 1914 voor ogen stond. De Amerikaanse Anna Jarvis wilde eigenlijk niets anders dan dat er wereldwijd één dag per jaar zou worden stilgestaan bij al die moeders die zichzelf wegcijferden om maar zo goed mogelijk voor man en kroost te zorgen. Wat haar betreft hoefden daar niet zo nodig cadeaus aan te pas te komen en zeker geen dure. Een beetje extra liefde en aandacht zou al genoeg moeten zijn.
Maar daar had Jarvis toch even de Nederlandse middenstand onderschat. Moederdag vond al snel haar weg naar ons land, maar het initiatief was wel afkomstig van de KMTP, de Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde, die een gouden kans zag om de bloemenverkoop te bevorderen. En de vaderlandse bakkersbranche wist niet hoe snel ze zich daarbij moest aansluiten. Onder het motto: je kunt moeder net zo goed verwennen met een taart als met een bosje bloemen.
Moederdagtaarten en bloemen bleven wel jaren lang de enige cadeaus die de Nederlandse moeders kregen. Pas toen na de Tweede Wereldoorlog bijna alle kinderen naar de kleuterschool gingen, kwamen daar die goedbedoelde knutselarijtjes bij.
Misschien hadden juist de moeders van toen best wat meer verdiend. Vanwege hun rol in het gezin (mijn moeder zat inderdaad met een kopje thee klaar als ik uit school kwam) en vanwege de enorme hoeveelheid werk die ze thuis verzetten. Hoewel in hun paspoort bij beroep het woordje 'geen' stond. Huisvrouw werd namelijk niet als een vak aangemerkt. Maar de meeste moeders/huisvrouwen werkten veel harder dan hun echtgenoot. Vaak nog zonder hulpmiddelen als stofzuiger en wasautomaat (om van een droger maar te zwijgen), maar wel met een vast schema waarvan niet werd afgeweken. Maandag wassen, dinsdag strijken, woensdag, donderdag en vrijdag achtereenvolgens kelder, slaapkamers, keuken en woonkamer schoonmaken en ramen lappen en zaterdag rondom het huis vegen en harken. En dan ook nog alle dagen eten koken. Ga er maar aanstaan! Achteraf gezien had ik mijn moeder wel een groter cadeau mogen gunnen dan dat bosje pinksterbloemen. Een stofzuiger bijvoorbeeld. Maar ja, daarvoor was mijn zakgeld niet toereikend. Van vijf cent per week kon ik net een zakje zwart-op-wit kopen.

Meer berichten