<p>Riet van der Chijs. Foto: Alize Hillebrink</p>

Riet van der Chijs. Foto: Alize Hillebrink

(Alize Hillebrink)

Zutphense Riet adopteert naam op Holocaust- monument: ‘Toen kon ik niks doen, nu wel’

ZUTPHEN - Zondagmiddag 19 september wordt het Holocaust Namenmonument onthuld in Amsterdam. De Zutphense Riet van der Chijs-Smit (1932) adopteerde de naam van Sophia Abram. “Voor mij leeft ze nog altijd.”

Door Alize Hillebrink

Het is 1942 en Riet van der Chijs is tien jaar. Ze woont samen met haar ouders in Haarlem. Regelmatig loopt ze door de Generaal Cronjéstraat, een winkelstraat bij haar in de buurt. Daar bevindt zich de winkel in feestartikelen van de familie Abram. “Ik hield ervan om grapjes uit te halen. Ik kocht er vaak stinkbommen en ijswater.” IJswater? Van der Chijs schiet in de lach. “Dat deed je op een stoel en als er iemand op ging zitten werd het eerst ijskoud en daarna gloeiend heet,” met pretlichtjes in haar ogen. “Van dat soort geintjes hield ik.”

De 89-jarige Riet van der Chijs kan lachen en huilen tegelijk. “Mijn leven is een lach en een traan. Ik ben een gevoelig type, maar houdt ook van lachen en geinen.” Toen bekend werd dat namen van het Holocaust Namenmonument geadopteerd konden worden hoefde ze niet lang na te denken. We zitten aan een grote ronde tafel middenin de woonkamer van haar ruime appartement. Op tafel ligt het boek van Eva Edith Eger: de Keuze.

De eigenaren van de feestwinkel zijn Isaäk en Kaatje Abram. Ze hebben twee kinderen: Sophia (1928) en Nico Arnold (1925). “Als ik Sophia tegenkwam zei ik haar altijd heel vriendelijk gedag. Ik zie haar nog zó lopen. Enigszins schuchter, langs de winkel. Ze had hele mooie donkere krullen. Ik was jaloers op haar mooie haar. Mijn moeder zei altijd dat ik melkboerenhondenhaar had.”

'Ik stond daar en kon geen bliksem doen'

Die zomer van ’42 loopt de tienjarige Riet door de Cronjéstraat en schrikt. “Voor de deur van de winkel stond een Duitse overvalwagen. Vier Duitsers met geweren haalden Sophia en haar vader uit huis. Ze stapten in de auto en reden weg. Dat was het laatste wat ik van hen gezien heb. Ik stond daar en kon geen bliksem doen.” Haar ogen hebben zich gevuld met tranen. Ze heeft het er nog altijd moeilijk mee.

'Voor mij leeft ze nog altijd. Ze is niet vergeten. Ik heb haar levend gehouden'

“Pas na de oorlog hoorde ik dat Sophia en haar vader naar Westerbork zijn gebracht en kort daarna op transport gingen naar Auschwitz. Ze werden op 31 augustus 1942 omgebracht in Auschwitz. Sophia was toen 14 jaar oud.” Sophia’s moeder Kaatje en broer Nico Arnold worden later opgehaald. Zij worden op 9 april 1943 omgebracht in Sobibor.

In 1944 slaat het noodlot toe in Riets eigen familie. In Castricum wordt op 5 augustus 1944 een passagierstrein onder vuur genomen door de geallieerden. “Er vielen 39 burgerslachtoffers, waaronder mijn vader. Hij was treinmachinist.” 

De machteloosheid die ze voelt tijdens de oorlogsjaren inspireert Van der Chijs om op haar 21e in militaire dienst te gaan. “Ik ging bij de luchtmachtvrouwenafdeling. Het land verdedigen, dat wilde ik.” Maar als ze trouwt moet ze de dienst uit. “Gehuwde vrouwen waren niet welkom. Zo was dat in die tijd.” Jaren later meldt Van der Chijs zich aan als vrijwilliger bij Stichting SAR-EL. “Ik ging aan de slag in een verzorgingshuis voor ouderen in Tel Aviv,” zegt ze. “Ik dacht: toen kon ik niks doen, nu kan ik wel wat doen.” Verder helpt ze mee bij archeologische opgravingen in Beet She’an. “In 2015 brak ik mijn heup en ben ik gestopt. Ik was toen 83.”

Maar het vrijwilligerswerk is haar nog niet genoeg. “Ik dacht: ik zou zoveel meer kunnen doen als ik de taal goed sprak.” In 1991, op haar 59e, besluit ze Hebreeuws te gaan studeren. Na diverse cursussen te hebben gevolgd schrijft ze zich in bij de Universiteit van Amsterdam. Ze studeert Jiddisch, Hebreeuws en Aramees. In 1995 haalt ze haar doctoraal in de Hebreeuwse taal en letterkunde. Haar scriptie draagt ze op aan Sophia Abram. “Daarna heb ik vijf jaar lesgegeven in modern Hebreeuws in de synagoge in Zutphen en de synagoge in Apeldoorn. De opbrengst van de lessen ging naar de restauratie van de Joodse begraafplaats in Zutphen.”

'Ik wilde weten hoe het voelde om Joods te zijn'

Haar grootste wens moet dan nog in vervulling gaan. Op haar 86e, drie jaar geleden, gaat ze over naar het Joodse geloof. “Dat was geen gemakkelijke stap, je moet gegronde redenen hebben om dat te doen. Ik kreeg drie gesprekken met drie verschillende rabbijnen en moest twee jaar lessen volgen.” Waarom wilde ze Joods worden? “Ik wilde weten hoe het voelt om Joods te zijn.” En hoe voelt het? “Geweldig! Ik ben met open armen ontvangen. Ik voel me er thuis. Ik hoor er nu bij.” Tot slot: “Sophia was het begin van alles. Voor mij leeft ze nog. Ze is niet vergeten. Ik heb haar levend gehouden.”

Het verhaal van Riet van de Chijs is op maandag 13 september te zien in Kruispunt om 22.50 uur op NPO 2.

Tussen 1933 en 1945 zijn naar schatting 6 miljoen Joden en honderdduizenden Sinti en Roma omgebracht door de nazi's. Van de 140.000 Joden die in 1940 in Nederland woonden, hebben er 102.000 de oorlog niet overleefd. Met het Holocaust Namenmonument krijgt Nederland ruim 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog eindelijk een monument met de namen van de 102.000 Nederlandse Holocaustslachtoffers die geen graf hebben. Het monument, aan de Weesperstraat in Amsterdam, is ontworpen door de Pools-Amerikaanse architect Daniël Libeskind. De gedenkplaats is een labyrint van gangen met aan beide zijden twee meter hoge bakstenen muren die de boodschap ‘In herinnering aan' dragen. Op elk van de 102.000 stenen wordt een naam, geboortedatum en de leeftijd bij overlijden gegraveerd.
Zondagmiddag 19 september wordt het Holocaust Namenmonument in Amsterdam onthuld door Koning Willem-Alexander. De onthulling wordt vanaf 13.30 uur live uitgezonden door de NOS op NPO 1.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden