<p>Leonard Beuger. Foto: Alize Hillebrink</p>

Leonard Beuger. Foto: Alize Hillebrink

Boekenschepper van A tot Z

ZUTPHEN - Het werk van de Zutphense schrijver, dichter en vertaler Leonard Beuger (71) is zo veelzijdig als hijzelf. Onlangs verscheen zijn nieuwste bundel: Oude Getuigschriften.

Door Alize Hillebrink

Met vrolijk groengekleurde bretels in de stijl van de Achterhoekse vlag staat hij in de deuropening. Ik sta op de stoep van de 19e-eeuwse woning van Leonard Beuger in het Zutphense Singelkwartier. Hij gaat me vriendelijk voor naar de kamer ensuite. Eigenlijk kennen we elkaar al. Hij was boekenrecensent bij het tijdschrift waar ik redacteur was. Dat is inmiddels 25 jaar geleden en onze paden kruisen elkaar weer in Zutphen, waar de geboren Rotterdammer, “op de Westkruiskade, Rotterdamser kan niet”, al veertig jaar woont.

Ik ben bij hem op bezoek voor zijn nieuwste bundel Oude Getuigschriften, maar eer we het daar over hebben maak ik kennis met de veelheid van Beuger. En die is enorm. Hij is dichter, vertaler, schrijver, boekbinder, podcastmaker, theaterregisseur. In zijn werkzame leven was hij dramadocent op een middelbare vrijeschool en hij zat dertig jaar in een bandje, de Bill Brookers’ Jug Band, “Ik speelde ukelele, mandoline en zong.”

Al bij de eerste slok koffie duikt hij de geschiedenis in. Hij vertaalde namelijk “wat gedichten” van Sir Philip Sidney, een historische figuur uit de 16e eeuw die vooral bekend is als ridder - in Zutphen staat een beeld van hem in een park dat naar hem is vernoemd - maar dat hij ook een groot dichter was, dat weten de meeste mensen niet, vertelt Beuger. En daar moet maar eens verandering in komen, vindt hij. Dat hij het leuk vindt om te doen staat voorop. “Altijd. Daar begint het mee.”

Tijdens ons gesprek staat Beuger herhaaldelijk op om een boek te pakken. Voor ons op de eettafel groeien de stapels boeken. Beuger vertaalde meer dan veertig boeken en toneelstukken uit het Engels, Frans, Duits, Italiaans. Ook vertaalde hij Wolfram von Eschenbachs middeleeuwse ridderroman Parzival, “tot op heden de enige vertaling in het Nederlands ooit verschenen.” Daar blijken we een tweede gemeenschappelijke deler te hebben: de vrijeschool in Rotterdam, hij als docent en ik als leerling, alleen niet in dezelfde periode.

Het vrijeschoolonderwijs spreekt hem meteen aan als hij begin jaren ’70 bij de Rotterdamse bovenbouw over de drempel stapt. Het doceren zonder methodes, lesgeven vanuit eigen creativiteit, de geïntegreerde vakken en heterogene klassen met alleen de leeftijd als criterium want, de ontwikkeling stond centraal. “Ik heb meteen gesolliciteerd. En kon aan de slag met Nederlands als hoofdvak, maar ik gaf ook rekenen, muziek en toneel, geschiedenis, filosofie, godsdienst en boekbinden. We gaven eigenlijk alles. Pionieren was het; niks volgens het boekje, een tijd waarin zoveel kon,” zegt hij met nostalgie.

Parzival
Een belangrijk vrijeschoolonderdeel waar hij mee kennismaakt is Parzival. “Een ridderroman waarin het leven van een jongen wordt beschreven van heel onnozel tot daadkrachtig.” Het boek uit 1205, is in dichtvorm geschreven door Wolfram von Eschenbach. Maar van het boek geschreven in Middelhoog Duits is geen Nederlandse vertaling. Beuger bedenkt zich geen moment en besluit zich eraan te wagen. “Pas later kwam ik erachter dat de echte germanisten het niet aandurfden, bang om afgerekend te worden door hun vakgenoten.” Het kan hem niets schelen. “Ik stond helemaal buiten dat circuit.”

Drie jaar zoekt hij naar een uitgever. “Niemand durfde het aan, een boek van eeuwen geleden zagen ze niet zitten.” Als hij de moed bijna opgeeft wordt hij benaderd door een medewerker van de toenmalige uitgeverij Vrij Geestesleven. “Het bleek een germanist die was afgestudeerd op het personage Gawan, uit Parzival!” Een jaar lang werkt hij vrijwel onafgebroken aan de vertaling en volgt daarbij nauwgezet het middeleeuwse origineel. Inmiddels is het meer dan 35 jaar geleden en sindsdien heeft niemand het gewaagd een nieuwe, hedendaagser, vertaling te maken. Dat verbaast Beuger wel, “want het is zó’n prachtig verhaal!”

Zijn debuutroman Rood haar verscheen in 1995. Faam maakte hij in 1997 met Gottliebs dood, een pseudobiografisch boek over de filosoof Gottlieb Freudenacker, dat hij onder de naam Frank Meyrink publiceerde in de prestigieuze Privé-domeinreeks van De Arbeiderspers. “Het boek is half-waar, half-niet waar. De hoofdpersoon is gebaseerd op mijn toenmalige collega en vriend, die in oktober vorig jaar overleed.” Het was Martin Ros die met het idee kwam om het uit te geven in de reeks Privé Domein. “Toen ze erachter kwamen dat Freudenacker een niet-bestaand personage was en ik alles had verzonnen barstte er een bom.” Zijn ogen twinkelen. “Dat was lachen toen, ja dat was leuk.”

We lopen de imposante trap op naar zijn atelier en betreden een kleine boekbinderij annex kantoor. Beuger stelt zich automatisch op achter zijn werktafel. Het licht door de schuiframen op zijn gezicht. Ze geven uitzicht op de Berkel. “Dit is het, zal ik mijn stofjas aandoen?” En hij neemt een vouwbeen in de hand.

Leonard Beuger: ‘Modern Dutch, dat ben ik’

Getuigschriften
De in kanariegeel linnen ingebonden exemplaren van zijn nieuwste bundel Oude Getuigschriften liggen vers van de pers op zijn werkbank. Hij pakt de bovenste eraf en strijkt over de kaft. “Handmatig ingebonden,” zegt hij, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. “Snijden, vouwen, lijmen, persen,” somt hij op. Huisvlijt, noemt hij het. “Ik maak er drie tot vier per dag. Veertig boekjes in twee weken tijd.”

Het is een bloemlezing met gedichten waarin hij geen gebruik maakt van metaforen maar metonymia. “Vormen van beeldspraak die niet berusten op gelijkenis, maar op een andere manier datgene waar het om gaat, aanraken,” doceert Beuger. Als mentor schreef hij aan het einde van ieder schooljaar voor alle leerlingen uit zijn klas een gedicht voor in hun getuigschrift. “25 jaar lang een persoonlijk gedicht voor 25 kinderen.” Hij zet zijn bril af. “Hoogmoedig misschien, maar het mocht niet knullig zijn, niet onder het niveau. Bij het schrijven hield ik in het achterhoofd dat het brede publiek het ook moest weten te waarderen. Daarom stuurde ik ieder jaar enkele gedichten naar literaire tijdschriften en regelmatig werden mijn gedichten opgenomen. Voor mij de bevestiging dat ik goed zat.” Hij benadrukt dat de gedichten niet speciaal voor vrijeschoolmensen zijn, “al zullen deze ze wel meteen herkennen.”


De in kanariegeel linnen ingebonden exemplaren van zijn nieuwste bundel Oude Getuigschriften liggen vers van de pers op zijn werkbank. Foto: Alize Hillebrink 

De bundel Oude Getuigschriften bestaat uit drie delen: Kleine Goden, Sprookjes en Boeken voor mensen. Het is het eerste deel van een reeks. “Deel 2 gaat over vertrek en afscheid nemen en verschijnt volgend jaar. Deel 3 heeft als thema: psalmen.” Van het kleinood in zakformaat met linnen omslag, gemarmerd schutblad, kapitaalbandje en leeslintje, straalt een liefdevolle toewijding. Het is gedrukt op romandrukpapier, ook wel therapeutenpapier genoemd, zegt Beuger. “Nog een uitdaging om in coronatijd aan materialen te komen, maar het is gelukt.”

Het grootste gedeelte van Beugers vertalingen vonden hun weg via commerciële uitgeverijen. Een van zijn specialismen is het vertalen van de boeken van de Engels-Amerikaanse humoristische schrijver P.G. Wodehouse. Met grote regelmaat levert hij nieuwe vertalingen van zijn werk. “Mijn liefde voor Wodehouse begon op mijn vijftiende. De humor, het pure escapisme, het is voor mij ontspanningsliteratuur.” Beuger is lid en voormalig bestuurslid van de Nederlandse, Engelse en Amerikaanse Wodehouse Society en heeft zelfs een eigen Wodehouse-podcast. De opmerking dat hij zo uit een boek van Wodehouse kan zijn gestapt, beschouwt hij als een compliment. Maar als dramadocent en regisseur van amateurtoneelgezelschappen gaat zijn grootste liefde uit naar toneelteksten. Beuger rent weer weg en komt terug met een stapel vertalingen van theaterstukken geschreven door Eric Emmanuel Schmidt. Hij koestert ze in zijn hand. Bladert erin. Snuffelt eraan. “Zo mooi. In heel Europa veel gespeeld, in Nederland kent niemand ze.”

Modern Dutch
De meeste tijd gaat naar het zoeken naar een uitgeverij. “En dat is het minst leuke.” Vindt hij er geen, geen probleem, dan geeft hij het zelf uit onder de naam Modern Dutch. Zoals het boek Cavalese dat hij in 2011 met zijn dochter schreef, onder de pseudoniem Lisa Meyrink. Maar wat betekent Modern Dutch? “Modern Dutch, dat ben ik!” zegt hij lachend. Dan, serieus: “Modern Dutch komt uit een Jeeves-boek van Wodehouse. Het is een term voor de Nederlandse imitatie van 18e-eeuws Engels zilveren roomkannetje in de vorm van een koe. Kitsch, zogezegd.”

Maar kitsch zijn Beugers uitgaves allerminst. Het zijn handgemaakte boeken en dat maakt ze uniek. “Toch is het werk in de marge,” zegt hij. “Het is maar voor een selecte groep geïnteresseerden. Niet iets waar ik geld mee verdien.” Hij zorgt altijd voor een ISBN-nummer, “dan kunnen mensen me vinden.” Hij neemt een slok water. “Ik vind het allemaal bijzondere boeken, ik vind het leuk, maar wie nog meer? Dat zie ik wel.”

Oude Getuigschriften, 14,95 euro, is verkrijgbaar bij Van Someren & Ten Bosch, Boek en Buro en De Boekerij.

Leonard Beuger in het kort
Geboren: 25 juni 1949
Waar: Rotterdam
Opleiding: Pedagogie (Kweekschool en MO) en theater (Docent Drama)
Eerste baan: Leraar aan een Huishoudschool
Vervoermiddel: Openbaar vervoer
Liefhebberij: eigenlijk alles wat ik doe
Houdt niet van: Covid 19
Mooiste boek: Eckermann: Gespräche mit Goethe
Mooiste film: meestal de laatste die ik gezien heb
Mooiste muziek: Post Modern Jukebox
Onmisbaar: Kunst natuurlijk, en dan vooral dans en toneel


CERES’ DROOM

Wakker geworden in de nacht.

Het venster open naar het terras;

het waait een beetje en de maan

schijnt ongehinderd door het park.

Het is een grote blauwe nacht

en niemand waakt. Maar ik.

Mijn hart is nooit zo groot geweest

als nu. Er is een kalm en machtig

wezen in dat langs de wanden

tast. Het zal haar vinden, brengt

haar terug tot waar ik wacht.

~

ODYSSEUS EN DE SIRENEN

Het viel hem eigenlijk nog mee;

het touw sneed in zijn vlees,

het vlees sneed in zijn ziel,

maar hij wist

dat het voorbij zou gaan.

Hoe dwaas ook, dacht hij,

om dit allemaal te willen weten.

Dit was om te horen,

om te voelen.

Om aan te sterven.

En sterven deed hij niet.

~

BEWONDERING

De prinses in mijn spiegel

is altijd net iets minder mooi

dan ik. De prins daarentegen

zou ik ook wel willen zijn.

Dat soort spiegels

maken ze niet meer

tegenwoordig.

Gelukkig

dat ik er nog een heb.

Uit: Oude Getuigschriften

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden