Schapen van de Belhamel zijn druk met nabeweiding
<p>Pas als de schapen hun werk hebben gedaan mogen ze ergens anders naartoe. Foto: De Belhamel</p>

Pas als de schapen hun werk hebben gedaan mogen ze ergens anders naartoe. Foto: De Belhamel

Schapen van de Belhamel zijn druk met nabeweiding

WARNSVELD - De dieren van Schaapskudde De Belhamel hebben elk seizoen wel wat te doen. Op dit moment zijn de schapen druk bezig met de nabeweiding. Schaapherders Harrie en Elly Jansen van de Belhamel vertellen daar graag wat meer over en ook over wat hen als herders bezighoudt.

Na het groeiseizoen en begrazingsopdrachten moeten de schaapherders hun dieren ook in de winter aan het eten houden. Dat gebeurt door middel van de nabeweiding. Het is gewoonweg te duur om alle schapen te gaan voeren met brokken of hooi. Bovendien staan de meeste weides nu nog lekker vol gras en voor de boer betekent het dat hij niet hoeft te maaien.
Maar dit is niet het enige voordeel van nabeweiding. Door de schapen erop te zetten worden schimmels in het gras voorkomen, wordt de grond door de dieren bemest, wordt de grasmat aangestapt en worden molshopen platgelopen. Dat de schapen ook nieuw ingezaaid gras iets wegvreten is goed voor een betere wortelvorming en groei. Daarnaast tovert de aanblik van een kudde schapen bij menig passant een glimlach op het gezicht.

Koppels
Schaapskudde de Belhamel heeft op dit moment meerdere groepen schapen, koppels, lopen op allerlei plaatsen. Onder meer in Vorden, Lochem, Almen, maar ook Leuvenheim. Elke dag controleren de herders de schapen op gezondheid, grasvoorraad, mest en loopgedrag. Soms staat een koppel ruim een week in een afgezet stuk maar ook wel eens amper een dag. Binnen die marges wordt vooral gekeken naar het dierbelang, is er genoeg te eten, en natuurlijk ook naar wat de eigenaar van de grond graag ziet.
De koppels staan binnen flexibele netten op stroom. Die houden de schapen binnen maar weren ook loslopende honden. Zolang er voldoende gras te eten is binnen de netten hebben de schapen geen behoefte het elders te gaan zoeken. De netten zijn dus ongevaarlijk voor de dieren.
Is het weiland plat gevreten, dan worden de schapen verplaatst. Soms naast het stuk waar ze al liepen en soms kilometers verderop. Als het gras zo hoog is dat de herders geen net kunnen zetten wordt eerst een stuk weggemaaid. Elke vijftig meter wordt een opgerold net neergelegd. Deze worden vervolgens uitgelopen en in de grond gezet. Met hoekstukken voor de stevigheid en grondpinnen in de aarde voor een goede stroom op het net. De herders sjouwen daarmee dagelijks nog heel wat af: gemiddeld wel tussen de acht en twaalf kilometer.

Lammertijd
Eind december zijn de drachtige schapen naar de schaapskooi gebracht. Eind januari begint namelijk de lammertijd en de dames brengen de laatste maand van hun zwangerschap binnen door. De rest van de kudde blijft het hele jaar buiten.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden