Wicher Kollen en Ed Radstake op de plek waar het gevechtsvliegtuig van Bill Abbott in 1944 in de Zutphense
uiterwaarden neerstortte met op de achtergrond de oude IJsselbrug. Foto: Alize Hillebrink
Wicher Kollen en Ed Radstake op de plek waar het gevechtsvliegtuig van Bill Abbott in 1944 in de Zutphense uiterwaarden neerstortte met op de achtergrond de oude IJsselbrug. Foto: Alize Hillebrink

Eindelijk eerbetoon voor gecrashte WO2-piloot Bill Abbott in Zutphen

ZUTPHEN - Deze woensdag 76 jaar geleden werd de Nieuw-Zeelandse piloot W.G. Abbott boven Zutphen neergeschoten door de Duitsers. Zijn vliegtuig stortte neer in de Uiterwaarden. Ooggetuige Wicher Kollen vertelt voor het eerst zijn verhaal. Luchtvaartarcheoloog Ed Radstake reconstrueert de crash.

Door Alize Hillebrink

De Nieuw-Zeelandse William Gibbs Abbott (Bill) is 19 als hij in augustus 1941 in dienst treedt van de Royal New Zealand Air Force. Op 6 juni 1944 - D-Day - geeft hij luchtsteun met zijn squadron. Vanaf 5 augustus 1944 voert hij onder leiding van de RAF luchtgevechten uit boven de beruchte Falaise zak in Normandië. Op 9 september 1944 krijgt zijn squadron de opdracht om vanuit het Belgische Grimbergen vijandelijke transporten aan te vallen in Nederland. Boven de uiterwaarden van de Zutphense Hoven, ter hoogte van de Vispoorthaven, wordt zijn toestel uit de lucht geschoten en verongelukt hij. Hij is dan 22 jaar. Hij wordt begraven op de Algemene Begraafplaats in Zutphen.


Foto van vlak na de crash van de Mustang FB148 waarmee Bill Abbott op 9 september 1944 neerstortte. Foto: Collectie Vrijheidsmuseum Groesbeek 

Ooggetuige Wicher Kollen: 'Ik was niet bang. Ik had al meer meegemaakt'
Wicher Kollen (1931) is negen als de oorlog uitbreekt. Met zijn ouders, zijn twee broertjes en zusje woont hij aan de Molenweg in de Zutphense Hoven. Zo’n vijftig meter van de woning staan drie Duitse Flak kanonnen opgesteld. Als kind gaat hij er regelmatig kijken en maakt dan een praatje met de Duitse soldaten. “Er zat een stoeltje aan waar ik een keer op mocht zitten. Daaronder zat een schaalverdeling met moertjes. Die schroeven heb ik er de volgende dag afgedraaid. Pure sabotage en niet slim natuurlijk. Omdat ik degene was die erop had gezeten, wees alle verdenking mijn kant op. Ze hebben me nooit wat gedaan, maar vanaf die dag mocht er niemand meer in de buurt komen.”

Wanneer Wicher op zaterdag 9 september 1944 met zijn neef Jan zit te vissen aan de IJssel in de uiterwaarden van de Zutphense Hoven, 'ongeveer ter hoogte van de Marspoortstraat', worden ze opgeschrikt door het geronk van een vliegtuig. “Het was rond een uur of elf dat er een vliegtuig aankwam uit de richting van de Mars. Hij vloog heel laag over de IJsselbrug. Wat hij zo laag boven die brug deed weet ik niet. Ik vond het heel gevaarlijk en zei tegen mijn neef: ‘Ze pakken hem zo Jan, hij vliegt veel te laag.’ Hij wist natuurlijk niet dat er op de Molenweg luchtafweergeschut stond. Er was geen ontkomen meer aan. Hij speelde met zijn leven. Het vliegtuig draaide en toen werd er gevuurd vanaf de Molenweg. Takkatakkatak. We zagen de kogels vliegen. Er klonk een denderend geraas. Ik riep: ‘Ze hebben hem al Jan.’ Uit de voorkant kwamen rook en vlammen, het was één brandende fakkel en met een gierend geluid kwam hij al brandend naar beneden, vlakbij waar wij zaten te vissen."

Wicher en zijn neef Jan gooien hun vishengels neer en lopen er hard heen. “Als hij nog leeft dan kunnen we hem nog verstoppen, dachten we. Ik was niet bang. Ik had al meer meegemaakt. Ik wist het wel een beetje.”

Als de jongens bij het wrak aankomen smeult het nog. “De koepel was los. De jongen lag erbuiten met zijn voeten richting het vliegtuig. Hij was nog helemaal compleet, maar hij lag er een beetje schandalig bij. Meer naakt dan gekleed. Zijn onderlijf was ontbloot. De kleren van die jongen, alles was verbrand. Het was een stevige knaap met een brede borstkas. Zijn haar, volgens mij was het blond, was verschroeid. Zijn laarzen had hij nog aan. De parachute heb ik niet gezien, die was denk ik verbrand. Er was niks meer aan te redden. Hij was morsdood.”

Als hij nog had geleefd hadden ze wat kunnen doen, hem verstoppen, denken de jongens nog. Wicher en zijn neef vinden een biezen mat en leggen die over de piloot. “Ja, stel dat er kinderen bij komen. Je wil niet dat die hem zo zagen.” Dan zien ze een Duitse auto aankomen. “Daar komen de moffen al aan, zei ik tegen Jan.” Snel lopen de jongens terug naar hun visplek en gaan door met vissen. “We hebben niet meer gekeken. De brandweer kwam, maar er was niet veel meer aan te blussen. Foei, dat die jongen hier het leven moet laten, dat ging wel door ons heen. We zeiden nog tegen elkaar: waar zou die jongen vandaan komen? Verder hebben we nergens meer over gesproken. We waren kinderen he.”


Wicher Kollen, als veertienjarige was hij ooggetuige van de crash in 1944. Foto: Alize Hillebrink

Luchtvaartarcheoloog Ed Radstake: 'Denken vanuit het perspectief van de vlieger'
Ed Radstake wordt in 1961 geboren aan de Weg naar Voorst 5. “In dat witte huis met uitzicht over de Zutphense uiterwaarden.” Hij is een jaar of zes als zijn oma hem vertelt over een Nieuw-Zeelandse piloot die in 1944 op 22-jarige leeftijd neerstort tegenover hun huis. Het verhaal maakt grote indruk op de jongen. Als Ed na vele omzwervingen in 2018 weer terugkeert naar zijn geliefde Hoven, is hij uitgegroeid tot een gedreven verzamelaar van Tweede Wereldoorlog-parafernalia. “Het verhaal van mijn oma is als een zaadje ontkiemd en verklaart waarschijnlijk mijn grenzeloze fascinatie in de Tweede Wereldoorlog.” Zijn verzameling van Duitse, Engelse en Amerikaanse vliegtuigonderdelen en militaire uitrustingen is zo groot dat hij er een aparte loods voor heeft in een andere plaats. En ja, hij bezit ook de complete uitrusting van een RAF-piloot.

Het verhaal over de Nieuw-Zeelandse vlieger is Ed blijven fascineren en wanneer hij in de voetbalkantine de 92-jarige Lenie van Avezaath ontmoet, ontvlamt er opnieuw iets in hem. Lenie vertelt hem haar verhaal. Een verhaal dat ze al eerder in deze krant hield over hoe ze als zestienjarig meisje enkele uren na de crash bij het wrak gaat kijken en over haar zorg voor zijn graf, waar ze al meer dan twintig jaar iedere week een kaarsje voor hem brandt. Vanaf dat moment wil Ed precies weten hoe het zit. “Wie is deze W.G. Abbott met de roepnaam Bill, waarom deed hij wat hij deed, wat gebeurde er precies op de dag van 9 september en waar is exact de plek waar zijn vliegtuig neerstortte?”


Bills nicht Josephine Fisher en Lenie van Avezaath bij het graf van Bill Abbott, september 2019. Foto: Henk Derksen

Hij informeert bij een kennis die op Mustangs vliegt, vraagt rapporten op bij defensie, zoekt contact met de familie van Abbott in Nieuw-Zeeland en reconstrueert zo de dag waarop Bill overleed. Als hij hoort dat Contact hem in contact kan brengen met een ooggetuige van de crash springt hij een gat in de lucht. Een dag later doet Wicher Kollen zijn verhaal. Ed: “Wicher weet het nog heel precies. Het bevestigt op vele fronten mijn hypothese maar sommige dingen die hij vertelt zijn totaal nieuw. Dit is zo waardevol!”

Op 9 september 1944 vertrekt Bill met zijn Mustang FB148 voor een gewapende verkenningsvlucht vanuit het Belgische Grimbergen. Zijn squadron telt vijf à zes man. Volgens Ed beschieten ze op het spoorwegemplacement in Zutphen drie locomotieven. “Daarna raakte Bill los van de groep. Waarom weet ik niet, maar dat is niet ongewoon, dat gebeurde wel vaker. Ik heb getracht te denken vanuit het perspectief van een vlieger. Bill was een goede vlieger. Als je een Mustang kunt vliegen dan ben je een scherpe vlieger.”

Boven de IJsselbrug wordt Bill aangeschoten, waarschijnlijk vanuit het Flak op de Molenweg. Zijn Mustang vliegt meteen in brand. “Deze toestellen waren zwaar bewapend en direct achter de piloot bevond zich de brandstoftank. Volgens Wicher lag zijn lichaam naast het wrak. Hij moet dus zijn stoelgordel en zijn parachute die hij onder zijn zitvlak droeg hebben losgemaakt. Daarna trok hij zijn kleding uit die waarschijnlijk in brand stond. Tegelijkertijd maakte hij een noodlanding en mijn inschatting is dat dat harder is gegaan dan hij had gewild. Het is nog de vraag of hij is gestorven aan de verwondingen door de klap bij het neerkomen of door de brand. Ik denk door de brand.

Monument
Ed wil iets betekenen voor Bill. “Het is 76 jaar geleden dat hij het leven liet. Er is nooit iets voor deze jongen gedaan. Hij stierf voor onze vrijheid. Bill is een held die een monument verdient.” Zijn contact met Josephine Fischer, de nicht van Bills in Nieuw-Zeeland, verloopt goed: een monument voor Bill vindt ze prachtig, maar dan moet het wel iets van Nieuw-Zeelandse bodem zijn, vindt ze. “We denken aan een steen van zo’n 700 kilo met een plaquette erop”, zegt Ed. Defensie verzorgt hopelijk het transport. Mogelijk kan de onthulling dan volgend jaar op zijn sterfdatum plaatsvinden.”


William Gibbs Abbott (Nieuw-Zeeland 9 mei 1922 - Zutphen 9 september 1944). Foto: Privéarchief

Herdenkingsceremonie
Op woensdag 9 september 2020 heeft er een speciale herdenkingsceremonie plaatsgevonden voor W.G. Abbott, geïnitieerd door Ed Radstake samen met René Braam. Twee Harvards (lesvliegtuigen uit WO2, red.) eerde Abbott met een fly-over boven de IJssel. Onder andere Erik Jansen, kolonel van de landmacht hielden een toespraak. In verband met corona was de bijeenkomst besloten, maar Contact was er bij. Volgende week volgt in Contact een fotoverslag van de herdenking.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden