Columns

Uut't Wald | Bruune bonen

Bruune bonen

Vanavond eten we chili con carne. Ik heb zojuist een heerlijk mengsel gemaakt van rundergehakt, jonge capucijners, kidneybonen, maïskorrels, uisnippers, paprika- en tomaatblokjes en natuurlijk de nodige kruiden, waaronder chilipoeder.
Wacht even, u zult wellicht vragen: 'Geen bruine bonen?' En dan antwoord ik volmondig: 'Nee!' Ik kom uit een familie van vrijdenkers, socialisten en agnosten, dus bidden voor het eten doen wij al generaties lang niet meer. Maar zou ik het wel doen, dan sprak ik nu met Bartje: "Ik bid neet vuur bruune bonen!" Want al sinds mijn kindertijd heb ik aan slechts één groente een enorme hekel. Juist, aan bruine bonen! En aan witte ook trouwens.
Daarom mag ik blij zijn dat ik in deze tijd leef. Wij hebben tegenwoordig in de supermarkt een schier oneindige keuze aan verse groente. Afkomstig uit de hele wereld, dus het seizoen maakt niks meer uit. Onze Achterhoekse voorouders hadden die keuze niet. En al zeker niet in de winter. Dan kwam slechts een beperkt aantal groenten op tafel. Behalve bonen was dat vaak boerenkool. In de Achterhoek moes of moos genoemd. Of ook wel lankmoes. Ook spitskool at men wel. Maar die noemde je hier sukerkool, zeutekool of zommerkool. Net zoals savooiekool hier greunekooi, gaelekool of putjeskool heette.
En heel vaak stond er witte kool op tafel. Die in het grootste deel van de Achterhoek kabbes werd genoemd, maar ook wel boeskool of boezekool. Kabbes kon je vers eten in een stamppot (pot-deur-mekare), maar het overgrote deel van de witte kooloogst ging in het vat. Daarvan werd zuurkool gemaakt. Tegenwoordig in de Achterhoek gewoon zoerkool genoemd, maar vroeger had men het meestal over zoermoos of boeskool-oet-de-tonne.


Jan Buter

buterneede@hotmail.com

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden

Nieuwsoverzicht

Meer berichten