Columns

Zwaleman | Winterfeesten

Winterfeesten

Ik durf het in bijzijn van mijn kleinkinderen niet eens hardop te zeggen, maar ik ben blij dat het weer voorbij is. Halloween, voor ons toch eigenlijk een 'vreemd' feest (want niet van Saksische maar van Anglosaksische herkomst), wordt door de commercie dusdanig uitgebuit, dat we bijna zouden vergeten dat we onze eigen versie van dat feest hebben. Sint Maarten (in Groenlo zeggen ze Sunte Matten) is op 11 november de eerste van die rij van feesten die bij de winter horen. De rij die eindigt met Pasen. Dat immers, parallel lopend aan de ontkerkelijking, meer en meer het 'feest van de lente' wordt. Overtuigde christenen, die met Pasen toch vooral de opstanding van Jezus willen herdenken, ergeren zich daar een beetje aan en dat kan ik ook best begrijpen. Maar eigenlijk is dat in onze contreien (aan de goede kant van de IJssel zal ik maar zeggen) al heel lang het geval. Het paasvuur is immers een typisch (van oorsprong heidens) lenteritueel, een begroeting van het nieuwe seizoen.
Afijn, volgende week maandag is het dus Sint Maarten en begint naar mijn gevoel de winter pas echt. Maar 11 november is ook het begin van de carnavalstijd. Niet voor iedereen natuurlijk, maar voor de echte carnavalsvierders begint op de elfde van de elfde de belangrijkste periode van het jaar.
Bij de meeste carnavalsverenigingen is deze dag ook sprake van een wisseling van de wacht. Traditioneel wordt op 11 november de nieuwe Prins Carnaval aan het (zotten)volk gepresenteerd. Al wordt er met die datum wel flink gesjoemeld. Zeker dit jaar. Maar ook dat begrijp ik wel weer. Laten we wel wezen, maandag is niet de meest ideale dag voor een feestavond.

Er is een tijd geweest dat ik het feest op de elfde van de elfde voor geen goud wilde missen. Maar het carnavalistenbloed dat ooit door mijn aderen stroomde, is de afgelopen decennia flink verdund. Nee hoor, niet met bier! Ik hoef gewoon niet meer zo nodig een avond lang te hossen in een boerenkieltje. Het zal mijn leeftijd wel wezen, schat ik zo in. Maar ik maak nog wel elk jaar de afsluiting van het carnavalsseizoen mee. Zij het als toeschouwer, letterlijk aan de kant staande. De vastenavondoptocht in mijn woonplaats heb ik slechts zelden overgeslagen.
Al moet ik zeggen, dat ook daar de lol een beetje af gaat. Of in ieder geval een stukje minder wordt. Dat heeft enerzijds te maken met het gedrag van mijn mede-toeschouwers, die lijken te denken dat je op zo'n middag alles mag. Vooral teveel drinken. Maar het heeft ook te maken met de muziek die tegenwoordig bij een carnavalsoptocht schijnt te horen. En dan doel ik niet op de meelopende muziekkorpsen, maar op het gedreun dat van de praalwagens af komt.

Let wel, ik zeg niet dat die muziek te hard is. Dat vonden ze vorig jaar in sommige plaatsen in ons buurgewest Twente wel en daar wordt door de gezamenlijke gemeenten nu gewerkt aan uniforme regels betreffende het aantal decibellen dat een carnavalsoptocht mag produceren. Dat vind ik dus gezeur. Dat er één keer per jaar een bult lawaai door de straten trekt, dat moet toch kunnen. Maar waar ik persoonlijk niet zo blij mee ben is de keuze van die muziek. Het is tegenwoordig house, techno en hardcore wat de klok slaat. Ook daar is op zich niet veel mis mee. Maar het heeft dus niks met carnaval te maken, vind ik. Of ben ik nu gewoon een oude zeurpiet, als ik met weemoed terugdenk aan Deurdouwers en Pinten, of aan vroeg zingende vogeltjes en lijsters in een la?


Jan Buter

buterneede@hotmail.com


Meer berichten